Behandel je leven als een stoel

Deze week is in Milaan de belangrijkste meubelbeurs ter wereld: de Salon del Mobile, met honderden ontwerpers. Sommige designers passen hun methoden toe op het eigen leven.

Op de School for Visual Arts in Manhattan, New York, zijn de studenten van de Turks-Amerikaanse ontwerpster Ayse Birsel niet bezig met grafische vormgeving, landschappen schilderen, videokunst of een van die andere vakken die op dergelijke opleidingen doorgaans op het curriculum staan; in plaats daarvan tekenen ze een eindeloos aantal cirkeltjes waarin ze termen zetten als ‘helderheid’, ‘creativiteit’ en ‘voldoening’.

Birsel geeft les in ontwerptechnieken voor het leven zelf. ‘Design the life you love’ heten haar workshops. Ze schreef er recent een boek over met dezelfde titel.

Birsel past een methode toe die ze in haar designfirma Birselplusseck ook gebruikt om producten te ontwerpen: deconstructie: reconstructie. Stel dat haar gevraagd wordt een luie stoel te ontwerpen: dan ontleedt ze de stoel eerst tot de kleinst mogelijke onderdelen, bijvoorbeeld: de lendesteun, het materiaal van de armleuning, het aantal poten van het onderstel, et cetera. Die analyseert ze stuk voor stuk op criteria als schoonheid, functionaliteit, duurzaamheid, budget. Vervolgens beslist ze welke onderdelen ze wil houden, vervangen of weglaten, en daarna zet ze die bestanddelen zo in elkaar dat er een ideaal nieuw product ontstaat. Zo kwam bijvoorbeeld de lounge stoel Madame Dakar voor meubelmerk Moroso tot stand.

Honderden ingrediënten

Een goed leven kun je volgens haar op dezelfde manier ontwerpen. In haar lessen en boek loodst zij je door middel van creatieve oefeningen naar een inventarisatie van alle onderdelen van je leven: kinderen, relaties, werk, hobby’s; belangrijk en triviaal gewoon kriskras door elkaar. Dan staat er bijvoorbeeld in die cirkeltjes ‘de verbouwing van de zolder’, ‘mijn baan als huisarts’, ‘passie voor Zuid-Amerika’, ‘vader met Alzheimer’, ‘zeilen’, ‘mijn echtgenote’; dat kunnen zó honderden ingrediënten zijn. Dat is wat Birsel de deconstructiefase noemt.

Nu moeten al die elementen op papier worden verdeeld in de kwadranten ‘emotioneel’, ‘fysiek’, ‘intellectueel’ en ‘spiritueel’. Uit die vier vakken teken je dan weer in nieuwe hokjes de elementen die de voorkeur hebben. „Wat zijn ondertussen je inzichten?”, wil Birsel dan weten. „Waar is te veel van, waarvan te weinig?“ Ook deze bevindingen noteer je in modellen. En zo voort, en zo verder, tot je tweehonderd pagina’s later, in de ‘reconstructiefase’, een prototype van een beter leven hebt gebouwd, die je, een beetje oneerbiedig ook gewoon een prioriteitenlijst zou kunnen noemen. Maar door je prioriteiten te visualiseren, in bijvoorbeeld getekende levensplattegronden, krijg je meer inzicht in je leven dan met een rijtje losse woorden.

Birsel is niet de enige ontwerper die designprincipes toepast op het persoonlijk leven. Vince Frost, een in de Angelsaksische wereld bekende grafische vormgever, verantwoordelijk voor onder meer de lay-out van de Britse krant The Independent en de Japanse Vogue, realiseerde zich dat hij flink zou opknappen als hij de ontwerpregels die zijn bedrijf zo succesvol maken ook op zijn eigen leven zou toepassen. Zijn gezondheid haperde, zijn relaties wankelden, en zijn geestdrift kon ieder moment bezwijken onder de voortdurende werklast. Frosts zoektocht leverde het prachtig vormgegeven boek Design your life op.

Ook Pernille Spiers-Lopez, de voormalige CEO van Ikea Noord-Amerika begaf zich buiten de materiële wereld met een e-boek met dezelfde titel als dat van Frost: Design your life. „Wat gebeurt er als je genoeg hebt van hoe je slaapkamer eruit ziet?”, vraagt ze. „Dan ga je tijd en geld investeren om hem te herontwerpen. Je maakt een plan, je kiest kleuren, meubilair, stoffen en verlichting. Dat kun je ook met je eigen leven doen.”

Waar deze titels echter blijven steken in algemeenheden (stap uit je comfortzone, vind je passie) biedt Ayse Birsel een uitgekiende methodologie. „Door dat enorme fenomeen van ‘het leven’ in hele kleine stukjes te knippen, wordt veel sneller duidelijk waar je iets kunt veranderen”, zei ze in een radio-interview over haar boek. „Dat enorme ‘ding’ is namelijk in wezen opgebouwd uit allerlei elementjes die je kunt beïnvloeden.“

De arrogante maakbaarheidsmythe

Doen alsof je leven een product is, dat weerbarstige fenomeen vergelijken met iets als een stoel of een kantoormeubel, is natuurlijk een illustratie van de arrogante twintigste-eeuwse maakbaarheidsmythe. Een mythe waarin het geloof centraal staat dat een oppermachtig ik een ideaal leven kan vormgeven, zolang het maar over een flinke dosis wilskracht en de juiste tools beschikt. Een intens optimistisch mensbeeld dat helaas steeds opnieuw op de proef wordt gesteld door puberkinderen, ontslagrondes, ziekte, rouw en je eigen tegenstrijdige verlangens.

En toch kan design thinking voor het persoonlijke leven waarde hebben, zolang de verwachtingen maar beperkt blijven tot kleine stapjes de goede kant op. „Design gaat over het identificeren en transformeren van beperkingen om tot nieuwe en betere oplossingen te komen”, schrijft Birsel. „Ook het leven kent beperkingen: tijd, geld, leeftijd, de plaats waar je woont… Door middel van designdenken is het mogelijk om binnen die beperkingen tot betere oplossingen te komen.”

Bas Raijmakers is directeur van ontwerpbureau STBY, en lector designmethodologie aan de Design Academy Eindhoven. STBY, met kantoren in Londen en Amsterdam, helpt bedrijven als Google, Microsoft, NS, ProRail en de Nederlandse overheid met het ontwikkelen van nieuwe diensten. Ook bracht met een eigen ontwerpmethodologie de vluchtelingenproblematiek in grote steden in kaart. „Het voordeel van designdenken, is dat het geschikt is voor vraagstukken die je niet routineus kunt oplossen”, zegt Raijmakers. „Dat noemen we in deze sector wicked problems.” Daar valt het leven volgens hem ook onder.

Dat gezond verstand en gewoon een tijdje rustig nadenken ook tot dergelijke inzichten zou leiden, bestrijdt hij. „Je gezond verstand gebruiken, betekent voor de hand liggende oplossingen kiezen”, zegt hij. „Een designmethode gebruik je als die vanzelfsprekende oplossingen niet meer werken.”