Arabische lente wél in films

Er is genoeg spannends te zien tijdens het Arabische filmfestival Cinéma Arabe, deze maand in Amsterdam en Rotterdam.

De titelheldin van Fatima (Soria Zeroual) probeert als schoonmaakster haar gezin overeind te houden.

Na vele jaren ben je dan eindelijk als Nederlandse jongeman je Tunesische vader op het spoor en gaat hem bezoeken. Liefdevol word je in Sousse, de kustplaats in het oosten van het land, in de extended family opgenomen, maar na een tijdje ben je je ervan bewust dat de warme familiegevoelens ten zeerste samenhangen met de mogelijkheid jou als bank te gebruiken – vooral sinds de terreuraanslagen gaat het niet goed met het toerisme en de economie van Tunesië. Hoe reageer je?

Dat is het thema van Bezness as usual van Alex Pitstra, een van de vele goede films op het festival Cinéma Arabe, dat volgende week in Amsterdam begint, en daarna ook Rotterdam en andere steden aandoet. De in Groningen opgegroeide Pitstra had in 2013 al de mooie no-budget speelfilm Die Welt gemaakt – ook over zijn familieachtergrond. Deze keer koos hij – zo te zien met iets meer geld – voor een documentaire en dat levert scènes op die zo pijnlijk zijn, dat je haast zou wensen dat ze fictie waren.

De meeste films op Cinéma Arabe zijn ook inderdaad speelfilms, maar zelfs dan blijven ze dicht bij de actuele werkelijkheid – zowel die van de talrijke conflicten in de Arabische wereld, als de vaak schrijnende problematiek van de integratie in Europa

De openingsfilm van het festival, Fatima van de Franse regisseur Philippe Faucon, is een prachtig portret van een gescheiden Marokkaanse vrouw die als schoonmaakster probeert haar gezin met twee dochters overeind te houden – zelden is eenzaamheid zo aangrijpend in film gevat. Wat conventioneler, maar niet minder leerzaam, is Parisienne (peur de rien) van Danielle Arbid over een jonge Libanese die zich in Parijs een weg door het leven slaat. Heel bijzonder is Des Apaches van de Algerijnse Nassim Amaouche, een film noir die inzicht biedt in de parallelle economische wereld van Kabylen, het Berbervolk dat afkomstig is uit het noorden van Algerije, in Frankrijk.

Komedie over de oorlog in Syrië

Maar op z’n spannendst is Cinéma Arabe natuurlijk met films die over de Arabische wereld zelf gaan – vooral wanneer je vrij zeker kunt voorspellen dat ze verder in Nederland niet de bioscoop halen. Dat geldt zeker voor het curiosum Waiting for the Fall van de Syriër Joud Said, een komedie met slapstickelementen over een dorpje in de Syrische burgeroorlog. Ook in deze categorie zijn er écht goede films, zoals Dégradé van de Palestijnse tweelingbroers Tarzan en Arab Nasser (werkelijke namen Ahmed en Mohamed Abu Nasser) over een dameskapsalon in Gaza, waar dertien vrouwen een dag tot elkaars gezelschap zijn veroordeeld omdat buiten een absurde oorlog tussen Palestijnse groeperingen woedt.

Libische gangsterfilm

Zeer origineel is de Libische gangsterfilm Very Big Shot van de Libanese Mir-Jean Bou Chaaya, over drugssmokkelaars die als dekmantel een speelfilm draaien – de film wordt geleidelijk steeds geestiger. Op het randje van de farce opereert Muayad Alayan in Love, Theft & Other Entanglements, over hoe een Palestijn in de politieke en economische jungle van de bezette gebieden probeert 5000 dollar bijeen te sprokkelen om naar Italië te kunnen emigreren.

En er zijn op Cinéma Arabe ook korte films en documentaires. Je zou haast zeggen dat al die crises, oorlogen en andere problemen in de Arabische wereld zeer bevorderlijk werken op het artistiek vernuft en intelligent vormgegeven engagement van de met de regio verbonden filmmakers.

Dat het festival een Franse naam heeft, is alleszins verklaarbaar: niet alleen is Frans in de Arabische wereld nog een belangrijke vreemde taal, maar veel films zijn ook in Frankrijk gefinancierd. Daarnaast valt in veel credits het Doha Film Fund uit Qatar op. Het is zeer te hopen dat met de afnemende olieopbrengsten die financieringsbron in de komende jaren niet opdroogt: de Arabische film is het waard vaker gemaakt en vertoond te worden.