Column

Airbnb boosdoener

Oh oh, Amsterdam, mooie stad aan ’t IJ, hoe moet het nu verder met dat toerisme? Deze week stak er een publicitaire storm op, aangewakkerd door de plaatselijke PvdA, met de boodschap: voorkom dat de stad een pretpark wordt, maak nú de goede keuzes.

De PvdA had daarmee een tere zenuw geraakt. Het toerisme is sinds een jaar of twee een veelbesproken onderwerp onder Amsterdammers. Ze zien de snel toenemende drukte op straat, ze horen de dreunende festivals.

De cijfers doen de rest: het aantal bezoekers zou volgens de prognoses van 17 miljoen naar 30 miljoen in 2025 oplopen. Dat cijfer heeft iets onvoorstelbaars. Welke consequenties zou het hebben voor de bewoners, vooral die van de binnenstad? Worden ze meteen onder de voet gelopen als ze zich verder dan tien meter van hun huisdeur bewegen? Kunnen ze overdag nog een tram binnenkomen? Wordt museumbezoek een terugkerende kwelling?

Er worden al vergelijkingen met Barcelona en Venetië gemaakt, prachtige steden, maar wie wil er nog wonen? Zelf moet ik steeds denken aan de binnenstad van Buenos Aires, waar ik – nu alweer veertig jaar geleden – volledig klem kwam te staan in een winkelende menigte in de drukste winkelstraat. Zou het hier straks ook zó erg worden?

De PvdA belegde deze week in De Balie over deze vragen een bijeenkomst waarop ook niet-leden – dus ik ook – welkom waren. De opkomst was groot voor zo’n doordeweekse avond. De deskundigen deden hun best en kregen goed weerwerk vanuit de zaal, maar ik vermoed dat weinig bezoekers gerustgesteld zijn vertrokken.

De PvdA, die nu het voortouw neemt, heeft immers geen macht meer, het is een oppositiepartij geworden. Toen deze partij nog wel machtig was, onderschatte ze het probleem – net als de andere partijen. In die tijd werd de toename van het toerisme als een zegening beschouwd. Wie klaagde hoorde niet in de stad thuis.

In De Balie werd luider geklaagd dan ooit tevoren. „Er moet gehandhaafd worden”, was een veelgehoorde klacht met een ogenschijnlijk laag PvdA-gehalte. Bewoners hebben last van schreeuwende toeristen in de tuin van de buren, die hun huis verhuurd hebben. Fietsers komen vast te staan in fietsfiles of worden in de wielen gereden door toeristen die niet kunnen sturen.

De grote boosdoener, blijkt op zulke bijeenkomsten steeds weer, is Airbnb dat de vakantieverhuur naar grote hoogten heeft gejaagd. De PvdA wil die verhuur van 60 naar 30 dagen per jaar per woning terugbrengen via registratie en ‘strenge handhaving’. Het is goed bedoeld, maar ik heb er een hard hoofd in. Er is een groot en duur controleapparaat nodig om naleving van zulke maatregelen af te dwingen; zijn de gemeentepolitici daartoe bereid?

De vakantieverhuur is fraudegevoelig en had nooit op deze manier ingevoerd mogen worden. „Er zijn al makelaars die huizen aanprijzen met: geschikt voor Airbnb”, vertelde iemand. „De jongeren zien hun woning als een verdienmodel”, wist een ander. „En daardoor komt het wonen voor andere jongeren juist onder druk te staan”, reageerde een PvdA-raadslid.

Roberto Payer, manager van Hilton en Waldorf Astoria, noemde Airbnb een asociale club en kwam met een radicale oplossing: laat de vakantieverhuurders stevig belasting betalen, „dan stopt het direct”.

Applaus was zijn deel. Maar daarbij zal het voorlopig blijven.