Vier gestolen doeken Westfries Museum gevonden

Het zou gaan om de belangrijkste werken, die door de Oekraïense geheime dienst zouden zijn opgespoord.

De persconferentie waarop de gevonden schilderijen worden getoond. Reuters

Vier van de 24 schilderijen die in 2005 uit het Westfries Museum in Hoorn zijn gestolen, zijn teruggevonden. Dat gebeurde tijdens een operatie van de Oekraïense geheime dienst, zo meldt het Westfries Museum. In december maakte het museum bekend dat de doeken zich in Oekraïne bevonden, in handen van een ultranationalistische strijdgroep die in het oosten van het land tegen de Russen vecht.

De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken bevestigde het nieuws op een persconferentie. Daarnaast zouden de overige werken volgens de Oekraïense geheime dienst SBU in handen zijn van Russische criminelen.

Op basis van de beelden van de persconferentie en contact met de Nederlandse ambassadeur in Oekraïne, is het museum ervan op de hoogte gekomen welke schilderijen zijn teruggevonden, zegt een woordvoerder: “Op de beelden zagen we zelf Vrouw Wereld van Jacob Waben en de Boerenbruiloft van Hendrick Boogaert. Er is ons verteld dat ook Keukenstuk van Floris van Schooten en de Terugkeer van Jephta van Jacob Waben zijn gevonden.”

Topstukken

Directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum zegt in een verklaring enthousiast te zijn over de vondst:

“Dat zijn echt de meest aansprekende en meest gemiste stukken. Wel maken we ons grote zorgen over de staat van de stukken. We hebben uit de beelden van de persconferentie begrepen dat er twee (opnieuw) zijn ingelijst en twee zich nog in opgerolde staat bevinden.”

De totaalwaarde van de 24 schilderijen is 1,3 miljoen euro, volgens een woordvoerder. Welk deel de vier gevonden doeken daarvan vertegenwoordigen, kan ze niet vertellen. Ook weet ze niet wanneer de schilderijen weer in Hoorn terug zijn: “Wisten we het maar. Ze komen naar Nederland, maar het moet allemaal via een officiële procedure die tijd in beslag neemt.”

Politiek spel

Pogingen om de schilderijen terug te krijgen waren op niets uitgelopen, waarna het museum in december de publiciteit zocht. Zo hoopten ze te bereiken dat de doeken onverkoopbaar werden.

De kunstroof leek onderdeel uit te maken van een schimmig politiek spel. De extreem-rechtse militie beweert de schilderijen gevonden te hebben in een villa van vrienden van de vorige Oekraïense president, die goed contact heeft met Poetin.

Kunstdetective Arthur Brand, ingehuurd door het museum om de kunst terug te krijgen, sprak in NRC het vermoeden uit dat een voormalig hoofd van de Oekraïense geheime dienst betrokken is. Daarnaast staat vast dat Boris Goemenjoek, de plaatsvervangend leider van de extreem-rechtse militie, onder leiding staat van de partijleider van radicaal-rechtse partij Svoboda.