Van een andere planeet

Profiel Roky Erickson Hij is geniaal, maar ook schizofreen. Roky Erickson zat jarenlang vast in een psychiatrische inrichting, maar maakt nu weer muziek. Zondag treedt de pionier van de psychedelica op in Amsterdam.

Hoesontwerp door Captain Colourz voor het album The Evil One van Roky Erickson uit 1981

SKRRRRRRIEEKBBBBBZZZZZ! Als Roky Erickson weer eens krankzinnig werd van de stemmen in zijn hoofd, wist hij wat hem te doen stond. Gewoon overstemmen, die handel. Want: wie niet gek wil worden, moet lawaai maken. En dus stormde hij zijn slaapkamer binnen, zette hij de tv zo hard mogelijk op Cartoon Network, draaide er twee radiostations op maximaal volume bij, toverde een voorgeprogrammeerd deuntje uit een synthesizer en liet voor de zekerheid ook nog een paar extra versterkers voluit loeien. Vervolgens plofte hij tevreden achterover.

Hèhè. Eindelijk rust.

In de documentaire You’re Gonna Miss Me (2005), zie je hem zo zitten: als oude, wegkwijnende schizofreen die een oorverdovende kakofonie van kosmisch geruis als een warme deken over zich heen trekt. Het is de enige manier waarop hij in slaap kan vallen, zegt zijn moeder in de film. „Als ik die herrie uitzet, wordt hij wakker.”

Er was een tijd dat het beter ging met Roger Kynard Erickson (1947), kortweg Roky. Als zanger-gitarist van The 13th Floor Elevators groeide hij uit tot de absolute pionier van de psychedelische rock. Jaren voordat het genre onder hippies aan de westkust van de Verenigde Staten verder zou opbloeien, legden The Elevators daarvoor de basis. In Austin, het hart van het verre en onhippe Texas, maakten ze als een van de eersten dampende garagerock met galmende knettergitaren. Daarover liet Erickson zijn stembanden snerpen. Schreeuwen tot het pijn deed: hij had het afgekeken van Little Richard en James Brown en het vervolgens tot bloedens toe geoefend. En met succes: Roky krijste de sterren van de hemel.

Er was nog meer uniek aan het geluid van The Elevators. Bandleider en zelfbenoemd visionair Tommy Hall bespeelde de jug, een stenen kruik waarin hij als een soort prehistorische beatboxer zijn stem liet echoën. Door korte scat-achtige klanken uit te stoten (tu-ka-tu-ka-tu-ka-tu-ka) creëerde hij zo een ritmisch stuiterend, zweverig effect.

Al die elementen kwamen perfect samen in hun grootste hit You’re Gonna Miss Me Baby afkomstig van hun debuut The Psychedelic Sounds Of The 13th Floor Elevators (1966). Wie Erickson in het refrein ‘Aaaaaaaaaaaaaaargh!’ hoort gillen, snapt bij wie Janis Joplin en Robert Plant (Led Zeppelin) de kunst afkeken.

Maar wie op dezelfde plaat naar Roller Coaster luistert, begrijpt dat er nog meer aan de hand was. „Come on, and let it happen to you. You gotta open up your mind and let everything come through. After you trip life opens up. You start doing what you want to do.

Tommy Hall had naast zijn jug namelijk nóg een geheim wapen: lsd. Hij geloofde heilig in zijn zelfverzonnen evangelie: „Play the acid.” Oftewel: de band móést high zijn. Alleen dán zou de kracht van muziek op het publiek overslaan en iedereen naar een hogere dimensie tillen. Behalve spiritueel leider, voornaamste tekstschrijver en lsd-zendeling werd Hall dus ook huisdealer die zijn collega’s bij repetities, opnames en optredens van hallucinanten voorzag.

Dat The Elevators min of meer in een voortdurende trip verkeerden, kan verklaren waarom ze het maar vier jaar volhielden. Tussen 1965 en 1969 maakten ze drie studioplaten en een nep live-album (oude demo’s waar hun op geld beluste platenmaatschappij stiekem gejuich en applaus doorheen mixte). Ondanks de geestverruimende pieken heeft het verplichte drugsdieet de band belemmerd. Door hun reputatie lagen bandleden immers voortdurend onder het vergrootglas van de autoriteiten. En hoe meer hun populariteit groeide, des te feller de Texas Rangers op ze gingen jagen. Op cruciale momenten in hun carrière mochten ze daardoor niet hun thuisstaat verlaten, en konden ze zo hun landelijke succes niet met een tournee verzilveren.

Buitenbeentjes

Afgezien van alle drugsperikelen piekte de band eigenlijk ook te vroeg, concludeert de Britse schrijver Paul Drummond in zijn Elevators-biografie Eye Mind (2007). Toen de band in haar hoogtijdagen naar San Francisco trok, bleek men daar helemaal nog niet rijp te zijn voor spacende garagepunkers. Akoestische folk was er nog oppermachtig, en de enkele bands die in navolging van Bob Dylan waren overgestapt op elektrische instrumenten, beheersten die nog nauwelijks. Bovendien integreerde de band nauwelijks met de lokale scene, deels omdat ze Texaanse buitenbeentjes waren tussen de trendy hippies, deels ook omdat ze als paranoïde druggies liever in hun eigen bubbel hingen.

Uiteindelijk, na vele honderden lsd-trips, gaf één joint de genadeklap, met verwoestende gevolgen voor de breekbare Roky. Eenmaal opgepakt veranderde zijn leven in de rock-’n-rollversie van One Flew over the Cukoo’s Nest. Want terwijl lsd nog niet illegaal was (voor 1968), stond op het bezit van marihuana wél jarenlange gevangenisstraf. Om die te ontlopen claimde Erickson op aanraden van zijn advocaat ontoerekeningsvatbaar te zijn. Drie jaar zat hij vast in Rusk Maximum Security Prison for the Criminally Insane waar hij behalve de nodige medicatie ook elektroshocktherapie kreeg. Bandleden die hem eerder hadden geholpen om uit psychiatrische afdelingen te ontsnappen, konden nu niets meer doen.

Hoe schrijnend zijn situatie was, bleek toen hij als tere ziel toetrad tot de gevangenisband. De bassist had twee kinderen vermoord, hun moeder verkracht en haar ogen uitgestoken, de gitarist slachtte zijn ouders, broers en zussen af, en de tamboerijnspeler was betrokken bij een groepsverkrachting van een jongetje die daarna was gedood en verstopt in een vrieskist. In de documentaire You’re Gonna Miss Me vraagt een voormalig Rusk-psycholoog zich wanhopig af: hoe kon zo’n tere ziel na zo’n klein vergrijp tussen zulke misdadigers worden opgesloten?

Hij nam er zes nummers op. Maar belangrijker: de hel die hij er naar eigen zeggen beleefde, werd een onuitputtelijke bron voor zijn solocarrière. Aan de rauwe kreten in Two Headed Dog hoorde je dat er alleen maar meer zombies, vampiers, duivels en demonen in zijn hoofd waren komen wonen. De feedback van fluitende gitaren die de muziek continu ontregelden, klonk precies zoals de dagelijkse portie „SKRRRRRRRRRIEEKBBBBBBBZZZZZ!” waarmee hij zich ’s avonds noodgedwongen in slaap wiegde.

Broos evenwicht

Hoewel het broze evenwicht tussen genialiteit en gekte leek op dat van andere befaamde verwarden uit de popmuziek (Syd Barret van Pink Floyd, Brian Wilson van The Beach Boys) had Erickson nog een handicap. Voor het grote publiek bleef hij obscuur en onbekend, hoe goed platen als The Evil One (1981) en Gremlins Have Pictures (1986) ook klonken. Het waren vooral talloze collega-muzikanten die hem bejubelden, uit alle mogelijke genres en van mainstream tot underground. Niet alleen R.E.M. en Foo Fighters coverden zijn nummers, maar ook shockrockers als Butthole Surfers en de Zweedse deathmetalband Entombed.

Allemaal zeggen ze hetzelfde: hij kwam van een andere planeet. Het probleem was alleen dat hij dat zelf ook dacht. Hij had zijn advocaat zelfs een officieel document laten opmaken, inclusief gouden zegel, waarin hij dat aan alle aardbewoners bevestigde: „Hierbij verklaar ik dat ik geen lid ben van het menselijk ras. Hopelijk bewijst dit voor degene die mijn brein telkens elektrische schokken toebrengt dat ik inderdaad een alien ben.” Was getekend, onderaan bij het kruisje: Roger Roky Erickson.

Hoe tragisch ook, het versterkte zijn mythische status. Zoals hij in The 13th Floor Elevators eerlijk zong hoe high hij wel niet was, zo onderging Roky nu de ellende die hij in zijn horrorrock beschreeuwde. Je kon zijn gemoedstoestand bij wijze spreken aflezen aan de naam van zijn steeds wisselende begeleidingsband: The Aliens, The Explosives, The Nervebreakers, The Resurrectionists.

Het blijft schommelen, maar er was een tijd dat het slechter ging met Roky Erickson. Hij is inmiddels ontsnapt aan de verstikkende schijnhulp van zijn moeder die You’re Gonna Miss Me zo schrijnend laat zien: ze ‘geloofde’ niet in medicatie en wilde hem liever gezond bidden. Dankzij hulp van een jongere broer is hij redelijk stabiel. Hij neemt weer muziek op en gaat zelfs op tournee. Vorig jaar stonden de overgebleven bandleden van The 13th Floor Elevators opeens weer in Austin op het podium, op het psychedelische festival dat is vernoemd naar een van hun nummers: Levitation.

Het moet hem goed hebben gedaan om daar bij schatplichtige jongelingen als Ty Segall, Tame Impala en The Black Angels telkens weer dat ene geluid terug te horen. SKRRRRRRRRIEEKBBBBBBBZZZZZ!