Steeds meer huurders komen moeilijk rond

Onder eigenaren van koopwoningen komen betaalrisico’s minder vaak voor. Het aantal woningen dat ‘onder water’ staat steeg wel.

De Woonbond overhandigt als 'minister Blok' handtekeningen aan kamerleden tegen de enorme huurverhogingen. Foto Martijn Beekman/ ANP

Een half miljoen huurders heeft moeite om de huur en andere kosten voor levensonderhoud op te brengen. In 2015 gold dit voor 18 procent van de huurders, drie jaar geleden lag dit percentage op 13 procent. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het planbureau onderzocht hoeveel huishoudens een zogeheten ‘betaalrisico’ hebben: het risico dat een huishouden op een gegeven moment de maandelijkse woonlasten niet meer kan betalen omdat hun inkomen ontoereikend is. Onder eigenaren van een koopwoning komen betaalrisico’s veel minder voor: het gaat om 3 procent in 2015. Het aantal koopwoningen dat ‘onder water’ staat, steeg in de afgelopen drie jaar wel van 23 naar 28 procent.

Vooral absolute minima in de problemen

Huurders met de grootste problemen zijn vooral te vinden onder de absolute minima. In 2015 had bijna de helft van alle huurtoeslaggerechtigden met een inkomen onder het sociale minimum een betaalrisico. Het inkomen is gewoonweg te laag om rond te komen. Het betaalrisico onder inkomens boven het sociale minium die recht hebben op een huurtoeslag is in de afgelopen drie jaar verdubbeld naar 11 procent.

De problemen zijn volgens het planbureau deels veroorzaakt door beleidsveranderingen in de periode 2012 tot 2015. Huurders moeten een groter deel van de huur zelf betalen en wooncorperaties hebben de mogelijkheid om de huren sterker te laten stijgen dan de inflatie. Vooral in de noordelijke provinces, Limburg en in de Randstad hebben huurders betalingsproblemen.

0008_001k_ahoc16

Stijging restschuld bij koopwoningen

Het aantal koopwoningen met een restschuld is in de afgelopen drie jaar gestegen met 5 procent, van 36.000 naar 39.000 euro. Van alle eigenaren heeft 28 procent een huis dat bij de verkoop waarschijnlijk minder opbrengt dan hun hypotheekschuld. Dat meer koopwoningen onder water staan heeft te maken met de daling van de huizenprijzen in 2012 en 2013, pas sinds 2014 stegen de prijzen weer. Het betaalrisico is het grootst in de Randstad, Flevoland en in de noordelijke provincies.

Doordat afgelopen jaar het herstel in de woningmarkt doorzette zullen de potentiele restschulden vermoedelijk minder worden, aldus het planbureau.

Dat blijkt ook uit de donderdag gepubliceerde cijfers van het Bureau Krediet Registratie (BKR) over de daling van het aantal mensen met een betalingsprobleem op hun hypotheek. Volgens BKR zijn er nu nog 110.466 mensen die moeite hebben om hun hypotheeklasten te betalen. Dat is daling van 2.215 mensen ten opzichte van een half jaar geleden.