Referendumdebat pijnlijke aangelegenheid voor coalitie

Alle oppositie willen verdrag met Oekraïne direct van tafel, maar kabinet krijgt van coalitie tot de zomer de tijd om in gesprek te gaan in Brussel over het ‘nee’.

Twee prominenten van het 'Nee'-kamp, Bart Nijman (GeenPeil) en Thierry Baudet (Forum voor Democratie), woensdagavond tijdens het debat in de Tweede Kamer. Foto ANP / Bart Maat

‘De’ nee-stemmer bestond woensdagavond niet.

Volgens de coalitie zou die nee-stemmer geen recht worden gedaan als het kabinet nu de wet die het associatieverdrag met Oekraïne goedkeurt, zou intrekken. Maar alle oppositiepartijen zagen juist zulk intrekken als het enige juiste antwoord voor de 61 procent kiezers die tegen het associatieverdrag heeft gestemd. Eerst die ratificatie van tafel, dan verder zien.

Het debat over de referendumuitslag woensdagavond liep door die verenigde oppositie uit op een pijnlijke aangelegenheid voor de VVD en de PvdA. In aanloop belden premier Mark Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) met oppositiepartijen, onder andere D66 en het CDA, om hen over te halen vooral niet voor zo’n oproep te stemmen om het Oekraïneverdrag meteen van tafel te halen. Het haalde niks uit.

De nee-stemmer was overigens wel de enige stemmer die er toe dééd in het debat. Geen van de partijen, ook D66 niet, sprak over de 38 procent die voor het verdrag had gestemd. En de thuisblijvers – toch tweederde van het electoraat – kwamen al helemaal niet in het debat voor.

Kabinet wil tot de zomer de tijd

Voor de VVD, principieel tegenstander van raadgevende referenda, was het een bizarre gewaarwording dat partijen die altijd mét hen kritisch waren, het negatieve advies nu zo absoluut opvatten.

De opties in elk geval tot de zomer openhouden en in Brussel in gesprek gaan, zoals het kabinet wil, zou de onvrede bij burgers alleen maar vergroten, dacht SGP’er Kees van der Staaij. En volgens CDA-leider Sybrand van Haersma Buma kon het kabinet zo’n uitslag misschien juridisch wel, maar democratisch „natuurlijk niet” naast zich neerleggen. „Je kunt niet miljoenen mensen naar de stembus laten gaan voor een referendum om de uitslag vervolgens bij een ja wél, maar bij een nee niet te volgen.”

Voor de PvdA was het wrange dat de partij het referendum vooraf zelf bindend had verklaard: bij een negatieve uitslag zou het kabinet het verdrag niet zonder meer kunnen ratificeren, zei de PvdA steeds. Buitenlandwoordvoerder Michiel Servaes kon nu weinig anders dan het kabinet „de tijd gunnen” om met de andere 27 lidstaten en Oekraïne in gesprek te gaan. Afspraak was binnen de coalitie dat Rutte de optie nadrukkelijk zou openhouden dat na die gesprekken de conclusie ook zou kunnen zijn dat Nederland alsnog niet ratificeert.

Dat ándere referendum, 23 juni over positie van het Verenigd Koninkrijk (VK) in de Europese Unie, zit snelle onderhandelingen over het verdrag met Oekraïne in de weg, zei Rutte. Hij merkt in Brussel „ongemak” om dit gesprek te voeren, omdat „men bezorgd is over de effecten van de discussie op dat Britse referendum”. Achter de schermen klonk het dat Nederland nooit vóór 23 juni met resultaten over eventuele aanpassingen kan komen, omdat dat de campagne van premier David Cameron in het VK tegenwerkt. Camerons onderhandelingsresultaat moet niet vertroebeld worden door eventuele Nederlandse succesjes.

Volgende week dinsdag stemt de Tweede Kamer over de oproep aan het kabinet om zo snel mogelijk met een intrekkingswet te komen. Die is door tien fracties ondertekend, die zijn samen goed voor 69 zetels. Ondertussen bestaat in de PvdA geen zekerheid over de fractiediscipline.

Afgelopen dinsdag sprak deze regeringsfractie er uitgebreid over en dat zal vast volgende week opnieuw het geval zijn. Een paar dissidenten zou de coalitie getalsmatig nog wel kunnen lijden. Ze zou dan afhankelijk zijn van een paar eenlingen in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld ex-PVV’er Roland van Vliet en Johan Houwers, het geroyeerde VVD-lid. Het kan, maar het maakt het beeld dat de coalitie de nee-stemmer niet serieus zou nemen er niet mooier op.