‘Nederland is in Europa hofleverancier van drugs’

Ongefundeerd Dat zei Gert-Jan Segers van de ChristenUnie dinsdag in de Tweede Kamer.

De aanleiding

Letterlijk zei Kamerlid Gert-Jan Segers (ChristenUnie): „Nederland is in Europa hofleverancier van uiterst schadelijke en illegale drugs.” Aanleiding was een publicatie in het Algemeen Dagblad. Daarin werd Nederland omschreven als Europees kampioen drugshandel.

Waar is het op gebaseerd?

Het AD schreef op 9 april over het vorige week gepubliceerde rapport EU Drug Markets Report 2016 van het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDA) en Europol. Een 187 pagina’s tellend rapport met analyses over de Europese drugsmarkt, gebaseerd op Europol-gegevens en literatuurstudies.

En, klopt het?

Nederlandse criminelen en gebruikers spelen volgens het rapport onmiskenbaar een prominente rol op de Europese en mondiale markt van cocaïne, xtc en andere synthetische drugs. Maar een hoofdrol? De Rotterdamse haven is een belangrijke doorvoerroute voor cocaïne, stelt het rapport op basis van schattingen van de Nederlandse politie. Maar hoe belangrijk is niet duidelijk. Van de jaarlijkse stroom van 11 miljoen containers worden er maar 50.000 gescand. En ook Spaanse en Duitse havens zijn belangrijke overslagpunten, aldus het rapport.

Nederland wordt ook genoemd als ‘een belangrijk bronland’ van cannabis. Een land waar de politie jaarlijks „duizenden plantages ontmantelt”. Nederlandse criminelen exporteren hun kennis ook naar, onder meer, Frankrijk, waar ze meehielpen om plantages op te zetten. Nederland speelt ook een belangrijke rol bij het online verkopen van cannabis. Maar bij de online verkoop van drugs, is niet Nederland, maar het Verenigd Koninkrijk koploper, wordt elders in het rapport vermeld.

De cijfers die Europol in dat rapport hanteert, lenen zich niet voor harde conclusies, zeggen wetenschappers. „Zelfs de Nederlandse cijfers over de inbeslagname van heroïne en cocaïne zijn niet betrouwbaar”, zegt Marianne van Ooyen van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. „Wij gebruiken ze daarom de afgelopen jaren niet meer in onze rapportages. Ik weet niet hoe betrouwbaar de cijfers zijn die andere landen aanleveren. Maar dat is wel bepalend voor de betrouwbaarheid van de gegevens in het rapport.” Zo maakt Europol volgens Van Ooyen gebruik van zogeheten Criminaliteitsbeeldanalyses van de KLPD. „Die zijn op zichzelf goed bruikbaar. Maar daarin worden cijfers gehanteerd die vier jaar of nóg ouder zijn. Daar kun je dus ook geen betrouwbare internationale vergelijking op bouwen.”

Ook de Utrechtse criminoloog Tim Boekhout van Solinge stelt dat dergelijke rapporten een beperkt zicht op de werkelijkheid geven. „Europol is afhankelijk van informatie die de lidstaten aanleveren. Hasj en wiet zijn geen Nederlandse uitvindingen. Marokko is daar ook een groot leverancier van. En de Marokkaanse gemeenschap is in Frankrijk vele malen groter dan hier. Maar in Frankrijk wordt nauwelijks veldonderzoek gedaan naar de omvang van de drugsmarkt. Niet door justitie, maar ook niet door wetenschappers. Frankrijk ontkent ook dat er in dat land georganiseerde criminaliteit bestaat.” Daan van der Gouwe van het Trimbos Instituut noemt het opvallend hoe vaak Nederland in het rapport wordt genoemd. „Maar dat zegt natuurlijk niets over het waarheidsgehalte. In Nederland wordt veel onderzoek gedaan. Dan word je dus in dergelijke onderzoeken ook veel geciteerd.”

Conclusie

Het Kamerlid Gert-Jan Segers stelde dat Nederland hofleverancier is op de Europese drugsmarkt. Hij deed dat op basis van publicaties over een internationaal drugsrapport van Europol. Maar Nederland wordt in dat rapport niet genoemd als belangrijkste leverancier. Bovendien, de cijfers en kwalificaties over Nederland zijn volgens deskundigen zo diffuus dat daar nauwelijks dergelijke conclusies uit te trekken zijn. We beoordelen de stelling als ongefundeerd.