Minister: mogelijk rol Cito groter

Het opleidingsniveau van de ouders is steeds vaker bepalend voor het eindniveau dat hun kinderen op school bereiken.

De verschillen tussen leerlingen van laagopgeleide ouders en die van hoogopgeleide ouders worden steeds groter, ook als ze even slim zijn. Dat constateert de Inspectie van het Onderwijs in het jaarverslag dat woensdag is gepubliceerd.

Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen gemiddeld een lager advies voor het voortgezet onderwijs dan voorheen. Van leerlingen van hoogopgeleide ouders met een gemiddeld IQ en dito Citoscore begint de helft op havo of vwo, voor kinderen met hetzelfde IQ en Citoscore van laagopgeleide ouders is dat een kwart. Aan het einde van de rit heeft 55 procent van de leerlingen van hoogopgeleide ouders een diploma in het hoger onderwijs tegenover 26 procent van kinderen met laagopgeleide ouders.

Vooral hoogopgeleide ouders zijn zich volgens de inspectie steeds meer met het onderwijs van hun kinderen gaan bezighouden. Zij bemoeien zich ook meer met het advies van de leerkracht van groep 8 voor het vervolgonderwijs. Sinds vorig jaar wordt de Citotoets pas afgenomen als het advies al is gegeven. Bij een hogere Citoscore wordt alleen bij kinderen van hoogopgeleide ouders het advies nog wel eens naar boven bijgesteld, bij kinderen van laagopgeleide ouders meestal niet. Bij een dubbeladvies voor twee schooltypes, kiezen kinderen van hoogopgeleide ouders altijd het hogere schooltypes, die van laagopgeleide niet.

Bij vergelijking van twee cohorten van 2009 en 2011 is er een dalende trend in schooladviezen aan kinderen van laagopgeleide ouders en een stijgende trend bij kinderen met hoog opgeleide ouders. Tijdens de onderbouw en het voortgezet onderwijs nemen die verschillen toe.

Ondanks grotere aandacht voor uitblinkers en toenemende huiswerkbegeleiding en examentraining neemt het aantal uitschieters naar boven niet toe. De verschillen worden vergroot door selectie in het hoger onderwijs. In het hbo hebben selecterende opleidingen minder studenten van niet-westerse afkomst, bij het wetenschappelijk onderwijs leidt selectie tot een hoger percentage vrouwen.

Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) en staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) vinden deze ontwikkeling ongewenst. Zij wijten dit onder meer aan de groeiende invloed van, op zichzelf begrijpelijk, gedrag van ouders.

Zij sluiten niet uit de eindtoets (zoals Cito) weer eerder in het jaar te laten afnemen „als de ongewenste effecten zich blijven voortzetten”, schrijven zij in een brief. Ook zou een laag schooladvies bij een hogere Citoscore verplicht kunnen worden bijgesteld. Zo zou de eindtoets weer grotere invloed krijgen op het schooladvies. Met ingang van vorig jaar wordt deze toets pas gemaakt na het schooladvies van de leerkracht.