Column

Meer gejoel en geschreeuw in de Kamer

Onze Kamerdebatten zijn zo saai, schrijft Christiaan Weijts. Kijk eens naar de Britten: echte confrontaties brengen scherpte, vuur en interesse bij het publiek.

Waarom is het parlementaire debat in Nederland zo slaapverwekkend? Met de Panama Papers zien we ook weer flarden van debatten bij de Britten, waar ze joelen, schreeuwen en met de vuisten op tafels slaan in het House of Commons, dat zich tot onze Tweede Kamer verhoudt als een straffe whisky tot een laf kopje thee van een iets te vaak gebruikt zakje.

In het Nederlandse debat lijkt alles in het werk gesteld om directe confrontaties te voorkomen. Netjes lezen de Kamerleden hun woordelijk uitgeschreven praatjes voor. Doet Wilders een felle aanval op Rutte, dan zul je moeten wachten tot alle sprekers geweest zijn en er een pauze is geweest waarin Rutte met voorlichters en andere ambtenaren zijn repliek in keurige zinnen heeft uitgeschreven.

Alleen dan kan er zoiets als een één-op-één-debatje ontstaan in de interrupties, maar zodra dat ook maar een beetje verhit dreigt te raken, grijpt de voorzitter in. Bij een speldenprikje als ‘Doe eens normaal man’ ging er meteen een persalarm uit.

Waarom zetten we Wilders en Rutte niet meteen aan het begin tegenover elkaar? Vijftien minuten, een half uur. Onderbreek elkaar, overschreeuw elkaar, en de voorzitter grijpt alleen in bij fysiek geweld. Dan heb je debat. Dan heb je retorische improvisaties, los van het papier.

Nu slaat elke discussie dood omdat het een variant is op dat al even bloedeloze tv-debatforum: een stelling, een spreektijd, netjes om de beurt en vooral niet door elkaar heen!

Een jaar of vijf terug is het vragenuurtje veranderd, omdat het parlement zelf ook wel inzag dat het meer een jaarvergadering van boekhouders leek, maar het is nog altijd even kleurloos. Op een uitgeschreven vraag volgt een uitgeschreven antwoord, dat bij ieder weerwoord in variaties wordt herhaald.

In Nederland zijn we het mondeling voordragen van brieven, nota’s en beleidsstukken voor debatteren gaan aanzien. In de huidige vorm zou ons parlement evengoed schriftelijk kunnen debatteren, op een soort webforum.

We hebben een gigantische angst voor directe confrontaties en alles dat mogelijk kan neigen naar openlijk geruzie. Terwijl verhitte confrontaties zorgen voor scherpte, helderheid, vuur en – ook niet onbelangrijk – meer interesse bij het publiek.

Nederland mist een retorische traditie en een besef van politiek als theater. Dat juist die absurd beleefde Britten zo tekeergaan in het Lagerhuis is geen toeval. Het parlement is een magische kring waar andere wetten gelden. Juist omdat je op dat podium jezelf vrijuit kunt laten gaan, kun je daarbuiten beleefd zijn.

In vrijwel alle andere landen lijken de parlementaire vergaderzalen op weelderige theaters, met ornamenten, vlaggen, beelden en vaandels. Alleen bij ons moet de inrichting zo sober zijn als een crematoriumaula, waar geen onvertogen woord mag vallen.