Listige kunstroof

Niet alleen vermogende criminelen, belastingontwijkende ondernemers of zichzelf verrijkende politici verkneukelen zich bij de anonimiteit die Panama biedt. Ook bezitters van de allerduurste kunst varen er wel bij. Het uitlekken van de administratie van advieskantoor Mossack Fonseca laat dat weer eens zien. De onthullingen brengen zelfs enkele oude kunstrellen tot leven. Zo blijkt de familie Nahmad via ondoorzichtige Panamese constructies wel degelijk in het bezit te zijn van Modigliani’s Zittende man met wandelstok (1918). De nazi’s roofden dat schilderij van de joodse kunsthandelaar Oscar Stettinger. Het belandde later bij de kunsthandelaars uit de familie Nahmad. Maar toen een kleinzoon van Stettinger die familie erop aansprak, beweerden de Nahmads voor de rechter niet in het bezit van het werk te zijn.

Ze blijken te hebben gejokt.

Mooier nog is dat er plotseling beweging zit in het mysterie van de collectie Goulandris. De Griekse scheepvaarttycoon Basil Goulandris bouwde met zijn echtgenote Elise een van de mooiste collecties twintigste-eeuwse kunst op, met zo’n tachtig werken van kunstenaars als Cezanne, Van Gogh, Chagall, Giacometti, Kandinsky, Monet, Matisse, Pollock – you name it. Ze lieten sterarchitect I.M. Pei zelfs een apart museum bouwen voor de collectie, in Athene.

Maar... toen beiden waren overleden, in 2000, bleken de belangrijkste werken niet van hen, maar van een Panamees bedrijf. De zes erfgenamen van het het kinderloze paar begonnen de ene na de andere rechtszaak tegen elkaar. Ze betichtten elkaar ervan achter de Panamese mantelconstructies te zitten.

Ondertussen was de collectie zo goed als verdwenen, in lucht opgegaan. Toch verscheen af en toe een schilderij op de markt, zoals een stilleven van Van Gogh. Bij al deze aankopen moest de koper beloven de identiteit van de verkoper geheim te houden.

Aan deze geheimhouding is nu een einde gekomen. Het blijkt dat niet de schoonzus van Basil of de strijdlustige nicht Aspasia Zaimis achter de verkochte Goulandriswerken zit, maar Goulandris’ eigen zus, die juist altijd buiten de publiciteit over de rechtszaken is gebleven. Ze heeft de weduwe van haar broer nog bij leven laten instemmen met de verkoop, op papier, van de topstukken uit de collectie aan Panamese firma’s. Voor een zacht prijsje, dat spreekt.

Goed gespeeld zus.

Ze heet Doda Voridis, officieel Marie Voridis-Goulandris. Tot voor kort was ze een graag geziene gast op fundraisingdinertjes in New York, haar woonplaats. Ze is nu ontmaskerd als listige dief, maar ze zal daar geen last meer van hebben. Ze is vier maanden geleden overleden. En behalve als plaag van de familie leeft ze voort in een portret dat Andy Warhol van haar maakte, in 1977.