Kunst die je de tijd laat vergeten

We kijken nog geen halve minuut naar een kunstwerk. Het goede nieuws? De concentratiespanne van de kunstkijker is in de afgelopen vijftien jaar niet korter geworden.

Recent onderzoek heeft het opnieuw bevestigd: de gemiddelde tijd dat mensen in musea naar een kunstwerk kijken, is nog geen halve minuut. Er zit iets hoopgevends in het nieuws dat onlangs door het tijdschrift Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts naar buiten werd gebracht: de concentratiespanne van de kunstkijker is in de afgelopen vijftien jaar in ieder geval niet korter geworden. Blijkbaar zijn we niet haastiger door musea gaan rennen. Aan de andere kant: een halve minuut is extreem kort, wanneer je bedenkt dat de kunstenaar zelf maanden op zo’n werk heeft zitten zwoegen. Wat dat betreft is de huidige trend onder musea om tentoonstellingen te maken rondom één kunstwerk een verademing. Eén Chagall in De Nieuwe Kerk, één Klimt in het Haags Gemeentemuseum, dat is nog te doen.

De Amerikaanse lichtkunstenaar James Turrell wil het liefst dat je als bezoeker uren in zijn kunstwerken verblijft. Hij maakt kunst die de kijker laat onthaasten. Zijn doel is om in alle tijdszones van de wereld ten minste één kunstwerk te bouwen, zodat je nooit ver van zijn kunst verwijderd bent. Op zijn website staat een handige wereldkaart met alle locaties.

Een van Turrells recentste lichtwerken werd vorig jaar opgeleverd in Berlijn. Op de Dorotheenstädthischer Friedhof, waar onder meer schrijvers Bertolt Brecht en Heinrich Mann begraven liggen, verbouwde hij voor anderhalf miljoen euro de rouwkapel. Het kunstwerk is slechts twee keer per week te bezoeken, steeds precies een half uur voor zonsondergang, als het zogenaamde ‘blauwe uur’ is aangebroken. Mensen zijn niet gemaakt voor fel daglicht, vindt Turrell. „In de schemering, in het licht van de grotten, zien we het best.”

Bij aanvang baadt het kleine, kale kapelletje in koel blauw licht; in het uur dat volgt kleuren de muren en plafonds roze, oranje en paars, de tinten van de zonsondergang volgend. Maar de transities gaan zo langzaam dat je oog er maar geen vat op krijgt. Het altaar dat net nog blauw leek, verandert ongemerkt in paars. De oranje zijwanden verglijden ongezien naar dieprood, alsof de kapel in brand staat. Scherpe schaduwen zijn er niet, alles baadt in dat zachte, sferische licht. Met mijn iPhone maak ik foto’s. Pas als ik die op het scherm voorbij laat glijden, zie ik de nuanceverschillen.

Kunsthistorica Sabine Müller, die een inleiding houdt bij het kunstwerk, vertelt dat ze regelmatig bezoekers treft die geen tien euro entree overhebben voor een in blauw licht gehulde kapel. „Blijf dan in ieder geval een kwartier kijken”, zegt ze dan. „Echt, uw geduld zal beloond worden.”

Na een uur sta ik weer buiten, waar de nacht inmiddels gevallen is. De tijd ben ik compleet vergeten.