Het product Rolling Stones

Tentoonstelling Na de grote David Bowie-expositie is er nu een grote expositie in Londen gewijd aan de Rolling Stones.

Foto Rolling Stones Archive

‘Eerst shockeer je hen. Dan stoppen ze je in een museum”, zei Mick Jagger ooit. Het eerste doen de Rolling Stones allang niet meer. Het tweede is nu ook bereikt: in de Saatchi Gallery wordt de eerste tentoonstelling over de Stones gehouden.

Exhibitionism is niet chronologisch, maar thematisch opgebouwd. Al begint de tentoonstelling, na een indrukwekkende optelsom van het aantal nummers (639), opgenomen uren muziek (42), concerten (1.823) en bezochte landen (53), gelukkig wel bij het begin: een fantastisch gedetailleerde reconstructie van 102 Edith Grove, het Londense appartement waar Brian Jones, Mick Jagger, Keith Richards en een vriend begin jaren zestig woonden.

Richards’ beschrijving van „een varkensstal” is zacht uitgedrukt. Je loopt door een keuken met afwas die hoog is opgestapeld, lege melkflessen met peuken erin, half opgegeten blikjes bonen waaruit een vork steekt. De slaapkamer met onopgemaakte bedden, de borden met etensresten eronder. Jagger, Richards en Ronnie Wood hoor je herinneringen ophalen. Ze wilden „alleen maar muziek maken”.

Bekijk deze reportage (17:01) van de BBC waarin zanger en Stones-fan James Bay een rondleiding door de expositie geeft:

Muzikale partners

Verderop is de opnamestudio van Olympic Studios gereconstrueerd, met onder meer Richards’ Gibson Firebrand-gitaar, en Charlie Watts’ Afrikaanse drums. Mooi is de aandacht voor hun vaste muzikale partners: saxofonist Bobby Keyes, die vorig jaar overleed en op ieder album meespeelde, en toetsenist Ian Stewart die tot zijn dood in 1985 bij de band zat. Zij worden later nog eens geëerd, net als Bill Wyman, die de band in 1993 verliet.

In de tussenliggende ruimten liggen pareltjes: het eerste contract dat de Stones tekenden in 1962, een dagboek van Richards uit 1963 waarin hij een „niet zo goed” optreden in de Marquee Club beschrijft, de bijna schilderij-achtige setlijsten die Wood maakt, een brief van een organisatie uit de Amerikaanse staat Michigan die klaagt over de „hoogst beledigende” tekst van Some Girls, prachtige zwart-witfoto’s, waaronder één van Rob Bosboom uit 1964 van de band in Den Haag, waar ze in het Kurhaus zouden optreden – toen nog keurig in jasje en das.

Interessant is ook de zaal over podiumontwerpen. De Stones merkten dat de kwaliteit van hun optredens erg afhing van het materieel dat ze aantroffen. Eind jaren tachtig huurden ze takelaars van Holiday on Ice om het geluid en het podium te regelen. Daaruit kwam de Steel Wheels-tour voort – de standaard voor grote rockconcerten. Te zien zijn onder meer schetsen van die tour, en een schaalmodel van de Bridges to Babylon-tour.

Winkel

Maar er knaagt iets aan de tentoonstelling. Het voelt allemaal te gelikt, alsof het de bedoeling is het product Rolling Stones te verkopen. De winkel aan het einde versterkt dat gevoel, met beperkte oplages aan Stones-waar: een Tommy Hilfiger T-shirt, Wedgewood-porselein, een pyjama voor 285 pond, zelfs een Stones-voetbaltafel.

Die commerciële kant was wellicht minder opgevallen als het bezoek aan de Saatchi Gallery een prettige ervaring was geweest. Maar als bezoeker word je door de twee kleerkasten met oortjes niet echt welkom geheten – en dan moet je nog langs een kaartjescontroleur, nóg een bewaker, en drie verveelde meisjes die audiogidsen verkopen. Die voegt overigens weinig toe, en is slecht te horen door de kakofonie die de tentoonstelling al is.

Want dat is het kwalijkste. De muziek komt in flarden tot je. Producer Don Was spreekt ergens over „een good take”, maar je krijgt niets van de opnamesessies te horen. Hetzelfde geldt voor de videomuur. Er wordt verteld dat Peter Whitehead al in 1966 met Have You Seen Your Mother, Baby, Standing In The Shadows een video voor de Stones maakte, ver voor de komst van MTV. Maar die wordt niet getoond – of wel, maar de compilatie van video’s is zo hapsnap dat je het niet doorhebt.

Evenzo fragmentarisch worden de films over de Stones vertoond. Regisseur Martin Scorsese praat vijf films, waaronder zijn eigen Shine a Light uit 2006, aan elkaar. Hij zegt dat Gimme Shelter geen concertregistratie is. Dat zal, maar laat het zien. Hij vertelt dat Cocksucker Blues alleen in aanwezigheid van maker Robert Frank mag worden getoond, maar waarom? En dat hijzelf „de dramatiek van het [Stones] zijn” wilde vastleggen. Wat dat is? Die vraag beantwoordt de Saatchi Gallery ook niet. De Rolling Stones zijn „actueel en tegelijkertijd getrouw aan hun artistieke visie”, meldt een van de eerste uitlegborden. Maar Saatchi en de Stones houden de bezoeker bijna angstvallig weg bij wát die visie is, wat hen nu eigenlijk al zo lang drijft.

Daarin verschilt Exhibitionism het meest van de Bowie-tentoonstelling in het V&A Museum. Die gaf inzicht in de creativiteit van de zanger, en was duidelijk met liefde gemaakt. Je had het idee in het brein van een cultureel icoon te zijn beland, zag waar hij zijn inspiratie vandaan haalde, hoe hij werd beïnvloed door de tijdsgeest en hoe hij anderen inspireerde.

Het grote verschil is dat die tentoonstelling werd gemaakt zonder het onderwerp. De conservatoren van het V&A mochten putten uit zijn archief, maar Bowie was verder niet betrokken bij de tentoonstelling. De Rolling Stones daarentegen mengden zich vanaf het eerste moment in wat er te zien zou zijn. Dieptepunten in de carrière van de band – de dood van Brian Jones in 1969 en het geweld tijdens een concert in Altamont in Californië een paar maanden later – zitten daardoor verstopt in een videocompilatie.

Er zijn sporen van wat hen beweegt: de blues. Een platenspeler met Chuck Berry-albums, en Willie Dixon. Een video waarin bluesgigant Muddy Waters vertelt - die in het geweld van die zaal was ontgaan, als twee fans van middelbare leeftijd er elkaar niet enthousiast op hadden gewezen. Ze waren bij de eerste concerten van de Stones geweest, vertelden ze – in herinnering duidelijk terug in 1963.

Zo waren er meer glimpen van de vreugde die de Stones hun fans brengen: een ouder echtpaar, zacht wiegend voor een videomuur, een man, dansend op (I Can't Get No) Satisfaction in de laatste ruimte. Die – het moet gezegd – spectaculair is. In 3D vlieg je rond bij het concert dat de band drie jaar geleden gaf in Hyde Park. Nu eens sta je tussen het publiek, dan tussen de band, het resultaat is verpletterend. De video eindigt met een tevreden glimlachende Charlie Watts. Om dat speelplezier gaat het, de rest van de tentoonstelling levert minder satisfaction.