Column

Het bankwezen loert nog steeds onder uw bed

Er is, alweer ruim zeven jaar geleden, een tijd geweest dat je niet helemaal zeker was dat je geld uit de bankautomaat zou komen als je er je pasje instopte. Er is, alweer een jaar of vijf geleden, een periode geweest dat je er weliswaar op kon vertrouwen dat er geld uitkwam, maar niet zeker wist of het wel euro’s zouden blijven, of gewoon weer guldens zouden worden, of welke andere noodmunt er zou komen wanneer de euro zou instorten.

Dat is achter de rug. De euro leeft nog, en de banken lijken op het oog weer gezond. Europa heeft zijn bankenunie, zij het nog niet helemaal compleet. De Amerikanen, altijd een stap voor, hadden hun banksector al eerder doorgelicht en opgelapt.

Maar dat wil niet zeggen dat we er al zijn. Dinsdag nog keurden de Amerikaanse autoriteiten het testament van vijf grote banken af – een regeling waarin ze een gecontroleerd faillissement uitstippelen. Conclusie: de vijf zijn nog steeds ‘too big to fail’.

Diezelfde dag kwam de Italiaanse regering, samen met de financiële sector, een fonds overeen van vijf miljard euro voor het geval er een Italiaanse bank omvalt. Geen overbodige luxe: geschat wordt dat de banksector in het land 360 miljard euro aan slechte leningen op de balans heeft. De naam van het fonds: ‘Atlas’, een goede weergave van de omvang van het probleem dat het fonds op zijn schouders neemt.

De negatieve rente die de Europese Centrale Bank heeft doorgevoerd, knabbelt intussen aan de winstgevendheid van de Europese sector. Vrijwel geen bank die ze doorrekent aan zijn klanten. Ook Duitse banken niet, waarvan de reputatie haaks staat op de degelijkheid die het land met zijn auto’s en machines uitstraalt. Noem een grote crisis van de afgelopen twintig jaar en er waren altijd Duitse banken bij betrokken – meestal in de rol van grootste sukkel. De kleine regionale banken en Sparkassen zijn door Berlijn slim buiten het nieuwe Europese bankregime gehouden.

Banken blijven een zorgenkind. José Viñals, de topfunctionaris van het Internationaal Monetair Fonds die zich bezighoudt met financiële stabiliteit, wond er woensdag geen doekjes om. Volgens hem staan veel westerse banken voor „uitdagingen bij hun zakelijk model”. Samen zijn die banken goed voor 15 procent van het balanstotaal in de hooggeïndustrialiseerde landen. Eenvoudig vertaald: een op elke zeven westerse banken is eigenlijk niet zelfstandig levensvatbaar.

Zijn we er al? Nee. Het IMF schatte woensdag dat een zevende van alle Chinese bankleningen loopt bij bedrijven die hun rente niet kunnen betalen – een ruime verdriedubbeling sinds 2010.

De gebruikelijke oplossing voor het bankenprobleem: beter toezicht en vooral meer economische groei. Maar wacht even: was ons niet juist meer economische groei beloofd door gezondere banken? Deze hond zit zijn eigen staart achterna. Zoals wel vaker is ‘economische groei’ hier eigenlijk de deus ex machina: de oplossing die zich vanuit de hemelen zal moeten aandienen. Dat is geen onmogelijke taak. Maar een die vooral ondanks, en niet dankzij, de banken zal moeten worden vervuld.