Gyllenhaal als man met de hamer

De sloophamer slaat toe, als je er in de film El Clan achter komt dat de Argentijnse familie Puccio een geoliede moordmachine is. Jake Gyllenhaal neemt in Demolition zelf de hamer ter hand om rouwend zijn huis af te breken.

Er zit iets laconieks in de films van Jean-Marc Vallée, de regisseur van The Dallas Buyers Club, iets onderkoelds, waardoor ze altijd prikkelen, zelfs als ze zich niet meteen prijsgeven. Demolition zou je het tweelingbroertje kunnen noemen van zijn vorig jaar uitgekomen film Wild, een ro uwverwerkingsdrama dat Reese Witherspoon op wandelvakantie stuurde. In Demolition moet Jake Gyllenhaal in het reine zien te komen met het plotselinge verlies van zijn vrouw.

De oplossing daarvoor is even metaforisch als radicaal: hij koopt een sloophamer en breekt zijn huis af. Niet in één keer, maar beetje bij beetje. Ondertussen bouwt hij ook iets op, al is het op een nogal creepy manier: hij vindt een luisterend oor in de klantenservicemedewerkster van een bedrijf voor snoepautomaten die hij maar blijft bellen.

Juist omdat deze twee uitgangspunten van de film zo onrealistisch aandoen, geven ze de film iets authentieks. Een gevoel van geloofwaardigheid dat nog verder wordt versterkt door de eclectische stijl. Als het zo uitkomt voegt Vallée gerust een stukje animatie toe, of spoelt hij de tijd terug. Kunstmatige ingrepen in het enige dat realistisch is in de film: het verdriet en de vervreemding van Gyllenhaal. Hij heeft de laatste jaren vaak dit soort mannen gespeeld, een beetje ontheemd, met zichzelf in de knoop. Dat is jammer. Waarom zou je hem op herhaling casten? Demolition is te weinig specifiek om echt te beklijven.