Gun publieke lonen ruimte

Wie in overheidsdienst werkt, weet, of zou in elk geval moeten weten, dat sobere bedrijfsvoering de norm is. Dat geldt ook voor de medewerkers en bestuurders in de vele organisaties die gefinancierd worden met belasting- en premiegelden die de burgers verplicht betalen.

Wie een topfunctie in de (semi)publieke sector heeft of ambieert, moet zich dan ook afvragen wat zijn of haar motivatie is. Intrinsieke motivatie moet de boventoon voeren. Financiële motivatie kan vroeger of later alleen maar frustratie opleveren.

Het is gezien het verplichte karakter van belasting- en premieheffing begrijpelijk dat de overheid paal en perk wil stellen aan excessieve beloningen, bijvoorbeeld van directeuren van relatief kleine woningcorporaties. Dat begon met de Wet openbaarmaking publieke topinkomens die in 2007 in werking trad na een te lange politiek-maatschappelijke discussie. Deze wet vergiste zich in de veronderstelling dat openbaarmaking van topinkomens zou leiden tot beheersing dan wel verlaging. Openheid heeft eerder in het bedrijfsleven ook niet tot matiging geleid. Dat moeten de aandeelhouders zelf bevechten, als zij beheersing willen.

Per 2013 geldt de Wet normering topinkomens. Deze wet is inmiddels al drie maal gewijzigd. Het kabinet wil nu, conform het regeerakkoord, de regels verder aanscherpen. Zo gaan de maxima (een salaris van 179.000 euro plus onkosten en pensioenpremies) in principe gelden voor alle werknemers in de (semi)publieke sector, niet alleen voor bestuurders. De overgrote meerderheid van de organisaties voor wie de wet geldt, voeren 'm uit. De ophef gaat over uitschieters, die soms voortvloeien uit oude contractuele afspraken, soms uit overgangsrecht en soms onbegrijpelijk zijn.

De wetgeving moet echter geen keurslijf worden. Dat is wat nu dreigt. Het feit dat ook sommige gemeenten eigen eisen stellen aan topinkomens van bestuurders van organisaties die zij subsidiëren, maakt de praktijk ook ingewikkelder.

De aangekondigde wetswijziging zal vrije loononderhandelingen hinderen tussen werkgevers en vakbonden. Dat is mede een gevolg van de weigering van achtereenvolgende kabinetten om de ministerssalarissen te verhogen, ondanks een advies over de systematiek van de beloningen in de (semi)publieke sector.

De wetgever moet er nu voor zorgen dat recht wordt gedaan aan de diversiteit van functies, expertise, ervaring en verantwoordelijkheden in de (semi)publieke sector. Uitzonderingen op de beloningsnorm blijven gelukkig mogelijk. Accepteer dat. Het moet niet zo zijn dat een excellente uitzondering een paria wordt.