Geld terugvragen van de zorgbaas is lastig

Beloningen Het blijkt voor gemeenten nauwelijks mogelijk om minder subsidie te verstrekken aan organisaties met veelverdieners.

De gemeente Den Haag wil instellingen minder subsidie geven wanneer hun bestuurders teveel verdienen. In het geval van verslavingskliniek Brijder hield de rechter dit tegen. Foto Roos Koole / ANP

Het lijkt zo’n elegante en makkelijk uitvoerbare oplossing voor gemeenten: stop met die bureaucratie van maximale beloningen in de (semi)publieke sector, geef zorginstellingen en woningcorporaties waarvan de top meer verdient dan de landelijke normen gewoon minder subsidie.

Het college van de gemeente Den Haag kondigde dinsdag aan dat het bij 25 instellingen voor ruim 4 ton subsidie gaat terugvorderen. Den Haag vindt het onaanvaardbaar dat publieke middelen worden gebruikt voor „bovenmatige beloningen” in de publieke sector. Zoals die 23 medisch specialisten bij Medisch Centrum Haaglanden, de bestuursvoorzitter van Ipse de Bruggen (gehandicaptenzorg) en de baas van Florence (thuiszorg en verpleging), wiens organisatie in 2014 ruim 10 miljoen subsidie ontving.

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) gaf bestuurders een overgangsregime van zeven jaar, maar de gemeente Den Haag heeft daar geen boodschap aan. Het gaat tenslotte om de subsidie die onmiddellijk weglekt, niet om de individuele veelverdiener die aan het idee van een bescheidener inkomen moet wennen.

Maar de vraag is of Haagse bluf de gemeente nog gaat opbreken.

Het college deed zijn huiswerk goed door nauwlettend de ervaringen van de gemeente Eindhoven te volgen. Die wilde vijf jaar geleden de Brabantse verslavingskliniek Novadic-Kentron een ton minder subsidie geven omdat de toenmalige bestuurders meer verdienden dan de norm van dat moment: 193.000 euro. Maar de rechter floot de gemeente terug. Je kunt niet zomaar een subsidie verlagen vanwege een verplichting (lagere beloning) die onvoldoende relatie heeft met het doel (verslavingszorg) waarvoor de subsidie bestemd is. Bij de Raad van State bleef dat vonnis na hoger beroep in stand.

Juridische valkuil

Den Haag was er de afgelopen jaren, sinds 2011, bewust mee bezig om die juridische valkuil te ontwijken. Subsidievoorwaarden werden vooraf aangepast en lokale organisaties werden gewezen op het risico dat bovenmatige beloningen hun weerslag op de subsidie zouden kunnen hebben.

Dat kost wel wat. Den Haag is permanent twee ambtenaren kwijt aan het beleid, en dan zijn er nog de juridische kosten. Acht Haagse instellingen tekenden bezwaar aan tegen subsidiekortingen en de Parnassia Groep (geestelijke gezondheidszorg) stapte met een beroep naar de rechter. Daar bleek dat Den Haag zijn zaakjes goed op orde had, op één punt na. Verslavingskliniek Brijder – een dochter van het concern dat integraal in de jaarcijfers wordt verwerkt – mag niet worden gestraft met een lagere subsidie voor het feit dat in de holding Parnassia te veel verdiend wordt.

Weer ging een gemeente nat voor de rechter. Binnenkort spreekt de Raad van State zijn vonnis uit in het hoger beroep.

De stad Den Haag is permanent twee ambtenaren kwijt aan het beleid

Minister Plasterk stoort zich al sinds het vonnis van Eindhoven aan de beperkte mogelijkheden voor gemeentes om lokaal sancties op te leggen. Daarom ontwikkelt hij samen met lobbyclubs van de gemeentes en provincies een model dat lokale overheden kunnen gebruiken om de plaatselijke onvrede over beloningen op een juridisch houdbare manier in de subsidieverstrekking te verwerken.

De gemeente Tilburg schreef vorig jaar alle instellingen aan die subsidie krijgen én die medewerkers in dienst hebben die meer verdienen dan de minister. Met de waarschuwing dat de subsidieverordening zodanig gewijzigd zal worden dat organisaties die persisteren straks „uitgesloten worden van subsidiëring”.

Maar het kwam niet tot uitvoering van het dreigement: een woordvoerder van de gemeente Tilburg zegt dat er nog gewacht wordt op het model dat Plasterk hiervoor ontwikkelt. In het najaar van 2014 kondigde de minister op korte termijn een oplossing aan, maar die bleek verdraaid lastig. „Over de kaders en voorwaarden van decentrale topinkomensnormering vindt nader overleg plaats”, liet hij begin dit jaar aan de Tweede Kamer weten.

In Arnhem wachten ze daar niet meer op. Die gemeente wil bovendien nog een stap verder gaan dan de maxima die Plasterk oplegt. Het college vindt het inkomen van de burgemeester meer dan genoeg als bovengrens.

Burgemeestersnorm

Dus eerst was het de Krikke-norm, naar toenmalig burgemeester Pauline Krikke (VVD), en nu is het de Kaiser-norm, naar burgervader Herman Kaiser (CDA) die de gemoederen bezighoudt. Terwijl Plasterk zijn plafond verlaagt van 130 naar 100 procent van een ministerssalaris – en dus 178.000 het ijkpunt is voor 2015 en 179.000 euro voor 2016 – zit burgemeester Kaiser daar nog 11 tot 12 mille onder. Dat moet volgens het college de norm worden.

Gerben Karssenberg (CDA) is een van de aanjagers van het plaatselijke beloningsdebat. Zeven jaar geleden maakten de christen-democraten zich al hard voor een ‘Krikke-norm’. Inmiddels staat dat pleidooi op de politieke agenda van Arnhem. Het coalitieakkoord dat D66, SP, GroenLinks en CDA een jaar geleden sloten, vermeldt: „We doen er alles aan om te voorkomen dat managers een hoger salaris krijgen dan wat de burgemeester verdient.”

Vorige maand heeft het college van burgemeester en wethouders definitief toegezegd dat de Algemene Subsidieverordening gewijzigd wordt zodat vanaf volgend jaar de instellingen die de ‘Kaiser-norm’ overtreden, een probleem hebben.

CDA-fractieleider Karssenberg kan niet wachten. „Liever laat dan nooit”. Het college hoopt nog voor de zomer de burgemeestersnorm in de subsidievoorwaarden van Arnhem vast te leggen.