De vijand van dienst is nu een nurkse nerd

In kunst en vrees. Batman v Superman. Q&A van Dood Paard. De Amsterdamse School. Hacking Habitat.

Batman v Superman is wat ze een blockbuster noemen. De film is te lang en het verhaal zit vol gaten. Maar we gaan en we gaan met zeer velen, vastbesloten om ons te vermaken. En dat lukt best, al was het maar door te checken hoe Jeremy Irons het doet als butler Alfred (goed!).

Wil je weten waar de maatschappij aan toe is, bestudeer dan de publiekstrekker. Scenarioschrijvers hebben daar een zesde zintuig voor. Zo ventileerde de massaal bezochte horrorfilm The Exorcist (1973), over een van de duivel bezeten meisje, welbeschouwd de ontzetting van de burgerij over hun eigen rebellerende kinderen (langharig tuig). In actiefilms was de centrale schurk standaard een Rus of een ander kil type met Oost-Europees accent, tot de Koude Oorlog ontvroren was. Toen kreeg de doorsneeschurk Arabische trekken en die is nu vrij stabiel de vijand van dienst.

Batman v Superman zet een verrassende stap. De schurk is krankzinnig en uit op de wereldmacht, tot zover niks nieuws. Maar je moet wel blind zijn om in deze nerd op gympen niet een alias te vermoeden van Mark Zuckerberg, de man achter Facebook (waarmee hij de wereldheerschappij dus al heeft). Voor de fijnproevers: hij wordt gespeeld door Jesse Eisenberg. Die acteur gaf Zuckerberg gestalte in diens biopic The Social Network (2013).

De nieuwe schurk staat voor internet, de sociale media en de technologische revolutie, die niet de beloofde vrijheid maar totale controle mogelijk maken.

Eigenlijk is deze specifieke achtervolgingswaan overal. Ik zie hem in de voorstelling Q&A van Dood Paard (ja, zo heet die toneelgroep). In dat stuk kraken een vrouw, frenetiek als een opwindpoppetje, en een smalende onheilsprofeet in de gedaante van een Uber-taxichauffeur harde noten over hedonisme en escapisme als hedendaagse slavernij. Intussen staat ‘de stad’ in brand, en niemand die het ziet. Of misschien verbeeldt de vrouw zich maar wat en brandt er niets. Of misschien brandt het maar doet het er niet toe.

Dat afweermechanisme zie ik weerspiegeld op de expositie in het Stedelijk Museum: Wonen in de Amsterdamse School. Deze Nederlandse versie van art deco wierp tussen 1910 en 1930 een schitterende wal tegen de wereldbrand op, met noeste meubelen op zware poten in sprookjesachtige interieurs. Buiten was de ene wereldoorlog nog niet afgelopen of de volgende diende zich aan. Binnen dook men weg in een smaakvol decor – wat niet veel verschilt van de vrouw in het stuk Q&A die zich druk maakt over de juiste jurk. Maar wat moet ze dan? Toegeven aan haar paniek over een ontwikkeling waar ze geen greep op heeft?

In Utrecht spendeer ik uren in de nor, want in de cellen van de voormalige penitentiaire inrichting aan het Wolvenplein speelt zich de tentoonstelling Hacking Habitat. Art of Control af. Zo’n tachtig kunstenaars geven hun visie op de absolute controle via hightechnetwerken. Aanvankelijk lijkt het of we het maar beter op kunnen geven: we zitten klem met zijn allen. Maar daarvoor zit er in de stortvloed aan films, video’s en installaties toch te veel levenslust (Melanie Bonajo en haar hoogbejaarde selfiemakers) en poëzie (William Kentridge bouwde de gymzaal om tot tijdmachine). Deze kunst bevrijdt. En dat in een gevangenis.