De Houdini doen

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Ik veer altijd op als ik ergens onbekende woorden of uitdrukkingen tegenkom. En zeker als die in NRC Handelsblad staan. Eerst tikte ik: „in mijn eigen krant”, maar welbeschouwd is dat een vreemde uitdrukking.

Wordspotting – het zou net zo populair moeten zijn als vliegtuigspotting.

In de krant van vorige week stonden twee woorden die ik nooit eerder had gezien of gehoord: futiliseren en jodemina.

Futiliseren figureerde in de kop: „Boete Le Pen (87) voor futiliseren Holocaust”. Je snapt onmiddellijk wat ermee bedoeld wordt: iets futiel of klein maken. Bagatelliseren dus. Dat is ook het synoniem dat de Dikke van Dale bij futiliseren geeft.

Dat futiliseren in de Dikke Van Dale staat, geeft aan dat het niet helemaal onbekend is. Maar wel zo onbekend dat de spellingscorrector in Word er een rode kringelstreep onder zet. Ook voor NRC Handelsblad is futiliseren een uiterst zeldzaam woord. In de digitale leggers, die sinds 1990 beschikbaar zijn, komt het welgeteld één keer voor: in de kop van vorige week. Het bericht was overgenomen van een Frans persbureau; kennelijk is het daaraan ontleend.

Het tweede voor mij onbekende woord bleek net zo zeldzaam. Ook jodemina heeft sinds 1990 slechts één keer in deze krant gestaan. Het stond vorige week in een verhaal over een man die pech krijgt met zijn scootmobiel. „Hij terug naar het huis. Rijdt hij op de Mariaplaats, houdt zijn scootmobiel ermee op. Accu leeg. Jodemina, wat nu?”

Ook dit woord verklaart zichzelf: jodemina is een uitroep, kennelijk een variant van jezusmina en jeetjemina. Het ontbreekt in de Dikke Van Dale en van dit woord weet ik heel zeker dat ik het nooit eerder ben tegengekomen, anders had ik er zeker een aantekening van gemaakt.

Bij een lezer schoot jodemina in het verkeerde keelgat. „Ik kende het niet (wel jezusmina), maar ik was onaangenaam verrast. Het stond ook nog eens vet gedrukt, zodat het goed opviel. Mijn echtgenoot die in de jaren vijftig in Amsterdam opgroeide, kende het woord wel, maar het was zoiets als brillejood, dus eigenlijk not done. Kende u jodemina? En waar komt het vandaan?”

Voorlopig is de enige aanwijzing dus dat het van oorsprong een Amsterdamse uitroep is, die in de jaren vijftig nog voorkwam. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn veel samenstelling met jood- en joden- in onbruik geraakt en zelfs uit historische woordenboeken geschrapt, omdat er inmiddels een taboe op rust. Over de verdere geschiedenis van jodemina heb ik niks kunnen vinden: ook op internet komt het nauwelijks voor. Het is het zeldzaamste woord dat ik in tijden ben tegengekomen.

Ook in de jeugdtaal hoorde ik onlangs iets nieuws: de Houdini doen. Het betekent: opeens verdwijnen, onaangekondigd pleiterik gaan. Ik hoorde het een jongen van negentien zeggen. Hij gaf als betekenis: de kroeg verlaten zonder gedag te zeggen. Toen ik vroeg of hij wist wie Houdini was, antwoordde hij: zeker, een goochelaar uit een spannende film.