Citotoets moet weer grotere rol gaan spelen bij schoolkeus

Partijen willen recent besluit terugdraaien om ongelijkheid in onderwijs tegen te gaan.

Na anderhalf jaar is de politiek weer om: de eindtoets van de basisschool (Cito) moet een grotere rol gaan spelen bij de keuze van de vervolgopleiding, ten koste van het advies van de leerkracht. Sinds vorig jaar bepaalt op verzoek van diezelfde Tweede Kamer juist de leerkracht het niveau van de vervolgopleiding aan het eind van de basisschool. Pas na dat advies wordt de Citotoets gemaakt.

Maar volgens De Staat van het Onderwijs, het woensdag uitgekomen rapport van de Inspectie van het Onderwijs, is de ongelijkheid tussen even slimme kinderen van hoogopgeleide en laagopgeleide ouders gegroeid. Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen bij gelijke geschiktheid regelmatig een lager schooladvies dan die van hoogopgeleide ouders.

Een op de vijf basisschoolleerlingen krijgt een hogere Citoscore dan het schooladvies. Bij slechts eenzesde van de kinderen wordt het schooladvies daarna bijgesteld. Bij kinderen van laagopgeleide ouders gebeurt dat veel minder dan dit gemiddelde. Hoogopgeleide ouders zitten er daarentegen bovenop.

Eindtoets weer naar voren

Minister Jet Bussemaker (PvdA, Onderwijs) en staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) schreven gisteren al in een reactie dat als dit volgend schooljaar zo doorgaat de eindtoets weer naar voren moet worden gehaald, of dat de verhoging van het advies bij een hogere Citoscore verplicht moet worden.

Elf universitaire onderwijsdeskundigen, onder wie Herman van de Werfhorst en de onlangs overleden Jaap Dronkers, waarschuwden vorig jaar al voor dit nadelige bijeffect van het verschuiven van het afnamemoment van de eindtoets. „Het is mogelijk dat de ongelijkheid in niveauadvisering tussen leerlingen met verschillende achtergronden toeneemt, juist omdat geen objectieve maatstaf meer voorhanden is”, schreven ze in Onderwijsstelsels vergeleken; leren, werken en burgerschap (2015). „Er zijn zorgen over kansenongelijkheid wanneer het behalen van het diploma deels zou leunen op de (financiële) mogelijkheid om examentraining te kopen. Maar we zien ook dat de advisering van leraren nadelig uitpakt voor achterstandskinderen.”

Nu is het niet verplicht het schooladvies bij te stellen als de Citoscore hoger uitvalt dan het advies van de leraar. De Tweede Kamer neigt nu wel naar het opleggen van zo’n verplichting. Dit zou wel praktische problemen geven voor een stad als Amsterdam, waar na het schooladvies alle leerlingen door loting over de scholen worden verdeeld. Als een flink deel alsnog naar de havo of het vwo wil, moet de indeling opnieuw.

Kamerlid Loes Ypma (PvdA) is „geschrokken’’ van het Inspectierapport. „Ik vind dat de overheid nu moet ingrijpen. We moeten het schooladvies verplicht laten bijstellen als de Citotoets hoger uitvalt’’, zegt ze. Zij heeft een motie daartoe ingediend. „Die eindtoets hebben we niet voor niets ingevoerd”, zegt ze. „Die is bedoeld als objectieve meetlat om onderadvisering te ontdekken. Ik wil niet terug naar een allesbepalende Citotoets. Maar ik wel wel graag dat de toets menselijke fouten corrigeert, zoals onderadvisering wanneer moeder een hoofddoek heeft of vader in de fabriek werkt.”

School moet actie ondernemen.

Kamerlid Karin Strauss (VVD) vindt dat de basisschool niet moet wachten tot ouders bijstelling van het advies vragen, maar zelf het initiatief moet nemen. „Uiteindelijk bestaat dan de mogelijkheid om in overleg met ouders en kind het advies tóch niet naar boven bij te stellen. Maar de betrokkenen moeten dan met heel goede argumenten komen.”

Paul van Meenen ( D66) vindt nog steeds dat de eindtoets te veel een momentopname is. Hij zegt dat twee jaar geleden, toen de Kamer besloot de toets later af te nemen, staatssecretaris Dekker er te veel een „eindexamen” van de basisschool van wilde maken.

Michel Rog (CDA) zegt dat er momenteel sprake is van een „fobie” voor resultaten die uit toetsen komen. „Die moeten op een goeie manier worden meegewogen”, vindt hij.