Lucky Fonz III maakt ‘buitenstaandersmuziek’

Interview Lucky Fonz III Op zijn nieuwe, zesde album ‘In Je Nakie’, beziet Lucky Fonz III de wereld om hem heen als een dichter. Zijn liedjes blijken naadloos te passen bij maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals terrorisme, of preutsheid.

Lucky Fonz III Foto Merlijn Doomernik

Hoe leeft een popster? Wat vindt hij belangrijk? Op die vragen heeft zanger Lucky Fonz III, het alter ego van Otto Wichers, nu 33, een aantal antwoorden bedacht. De laatste paar jaar probeert hij „gezond te leven, minder te drinken, goed te eten”. Daarbij was het tijd om „geen tweedehands kleding meer te dragen, maar nieuwe”, en om „kasten te gebruiken”. Hij wil ook samenwonen.

Als je ouder wordt, ben je geneigd om risico’s te mijden, zegt hij. Maar dat is niet de ideale houding voor een popmuzikant. Elke liedje, elk optreden moet worden gespeeld alsof het de laatste keer is, is zijn vuistregel.

Inmiddels kijkt Wichers terug op een carrière van tien jaar. Hij stormde de Nederlandse popwereld binnen op zijn 25ste, met een akoestische gitaar en een elektriserend soort bravoure. Zijn stijl: onschuldig klinkende singer-songwriterliedjes. De jaren daarna verliepen grillig. In Nederland en West-Europa groeide zijn aanhang. Rond 2007 zag Wichers mogelijkheid om uit te groeien tot een internationale ‘alternatieve’ ster, maar kreeg te maken met een depressie. Daarna was ‘overleven’ de belangrijkste vorm van succes, zegt hij.

In de jaren erna begon Wichers weer op te treden, deed buitenlandse tournees, en nam albums op, in afwisselend het Engels en Nederlands. Onlangs verscheen zijn nieuwe, zesde album In Je Nakie, een Nederlandstalige plaat met wat hij zelf noemt ‘buitenstaandersmuziek’: een combinatie van gitaar en rudimentaire elektronica, voortgedreven door Wichers’ expressieve zang. Die stem lijkt door emotie permanent heen en weer te worden geslingerd. Wichers zingt niet echt, hij praatzingt alsof hij naast je zit in een café en zijn gedachten op wervende manier verwoordt. De melodie, in nummers als Linde Met Een E of Leugens, lijkt al even lukraak, maar de onderdelen passen uiteindelijk vernuftig in elkaar.

Pinkpop

Niemand wil meer uitkomen voor zijn seksuele behoeftes

In Je Nakie verscheen in februari. Zijn situatie is nu rustiger dan een maand geleden, zegt Wichers. De reacties op het nieuwe album waren positief. Voor het eerst wordt zijn muziek gedraaid op de radio, raken concerten uitverkocht en wordt hij aangesproken door fans op straat. Bovendien werd hij gevraagd voor Pinkpop. „Het uitbrengen van dit album was spannend”, zegt Wichers, in een Amsterdams café. „Wat zijn de reacties, komen de mensen naar de shows? Ik heb altijd een scherpe prijs-kwaliteitverhouding gehad voor mijn concerten. Want optreden is het belangrijkst voor mij. Dus begin ik met lage prijzen, zodat er in ieder geval mensen blijven komen. Toch ben ik altijd bang dat er op een dag niemand komt kijken. Nu blijkt mijn angst onnodig.”

De positieve ontvangst van In Je Nakie, hangt volgens hem samen met de onderwerpen die, duidelijk verstaanbaar, geworteld zijn in de wereld die hij om zich heen ziet. Dat is nieuw, op eerdere albums was Wichers meer gericht op zijn eigen situatie. Er zit een slingerbeweging in de thematiek van zijn zes albums: op de even albums komen de teksten voort uit maatschappelijke ontwikkelingen, de oneven albums zijn solipsistischer. Muzikaal is er een soortgelijke afwisseling, intiem op cd vijf, drie en een; uitbundiger op zes, vier en twee.

Op zijn nieuwe album is hij de dichter die de wereld beschouwt, zegt hij. „Dan denk ik aan de woorden van Shelley, ‘poets are the unacknowledged legislators of the world’. De dichter maakt de wetten. Oftewel: wie de taal naar zijn hand zet, heeft de macht.” Wichers is vaak op tournee, in binnen- en buitenland. Wat hij aantreft, smeedt hij ter plekke om tot gedichten; de liedjes blijken later weer naadloos te passen bij maatschappelijke gebeurtenissen. Leugens, zijn compacte overpeinzing over terrorisme, werd op de radio gedraaid na de aanslagen in Brussel, en Sporters na het overlijden van Cruijff.

De tekst van Seks Is Leuk is een ode aan de erotische veelzijdigheid - met zijn drieën, met een transgender, met hetzelfde geslacht. Zoals hij zingt: ‘Met een vreemde, een collega, met een man of met een vrouw/ Met je baas of je bazin en dan nog een keer met jou’. Het nummer is een reactie op de preutsheid die hij tegenwoordig ziet, ook in de popmuziek en onder popmuzikanten. „Alles is netter, er is minder drugs, minder drank, minder seks.” Hij grijnst. „Tenminste, zo líjkt het. Maar de drift is heus niet verdwenen. Kijk”, hij scrollt door zijn Facebookberichten, „een voorstel voor trioseks, van twee vriendinnen. Dat soort meldingen krijg ik minstens een keer per week. Zo gaat het nu, via sociale media. Niemand wil meer uitkomen voor zijn seksuele behoeftes, contacten worden heimelijk gelegd, via een ‘directe boodschap’ op Facebook, of een Twitter-bericht.”

In de eerste decennia van de pophistorie was dat anders, zegt hij. „Toen had ‘seks, drugs en rock-’n-roll’ een theatrale allure. Mensen als Ramses Shaffy pronkten met hun veroveringen. Het publiek beschouwde dat veroveren als symbool van persoonlijke vrijheid. Dat veranderde toen seksuele vrijheid vooral een mannenfantasie bleek. Bovendien was er een eenzijdige seksuele moraal: wat stoer was voor een man, was onbetamelijk voor een vrouw.” Hij vindt het een verlies. „Door die dubbele moraal zijn we weer terug bij af. Lust lijkt iets om je voor te schamen. Iets wat in het geheim moet worden uitgeleefd. Dat is jammer.”

Elektronica

Na de introverte singer-songwriterstijl op voorgaande albums, kreeg de muziek op In Je Nakie een gemoedelijke ‘Do It Yourself’-klank, met rudimentaire elektronica, een zweverig orgel en gretige gitaarakkoorden.

Maandenlang werkte Wichers samen met producer Sven Hamerpagt (bassist bij Bird On The Wire), in zijn huisstudio. Stap voor stap werden de instrumentaties opgebouwd. Wichers deed voor wat hij wilde horen, zegt hij, door een ritme te ‘spugen’. Hij demonstreert het, hij klinkt als een human beatboxer. „En dan zocht Sven net zo lang op zijn keyboard of drumcomputer tot hij mijn voorbeeld had gevonden.”

Hij werkte op deze manier, omdat hij niet ‘weer een heel album wilde vol tokkelen’. Daarmee verwijst Wichers naar het vorige album, All Of Amsterdam (2013), een collectie Engelstalige liedjes, begeleid door hemzelf op akoestische gitaar. All Of Amsterdam was op zijn beurt een reactie op de cd ervoor, het onstuimige Hoe Je Honing Maakt, wat weer een antwoord was op die dáarvoor.

In 2006, toen zijn debuut net was verschenen, verkondigde Wichers dat hij ‘nooit met een band zou spelen’, en ‘altijd akoestisch’. Dat idee sloeg om na de depressieve periode in 2008. „Ik besloot dat ik niet meer op een eenzame manier muziek wilde maken. Dus heb ik een band gevormd, waarvoor ik de bandleden selecteerde op talent én gezelligheid.” Samen maakten ze Hoe Je Honing Maakt. Toch koos hij daarna opnieuw voor een sobere aanpak. „Grilligheid is goed, vind ik. Het is niet slim voor je carrière, maar het is een manier om gezond te blijven, geestelijk gezien. Ik wil geen kanten van mezelf negeren omdat dat tactisch zou zijn. Dus ben ik soms ingetogen en de volgende keer extravert.”

Op In Je Nakie klinken sommige nummers als carnavalsmuziek. „Dat komt door de manier waarop de bas klinkt, het is een ‘hoempabas’ die je ook hoort bij Johnny Cash. Die bas is ooit van Duitsland naar Tennessee gereisd, en van daar door naar Amsterdam. Misschien is het dat feestelijke waardoor mijn muziek nu goed valt. In een gemiddeld café, in een gemiddelde stad, hoor je op zaterdagavond nu mijn nummer Linde Met Een E, tussen de liedjes van Guus Meeuwis en Marco Borsato. Het gebeurt dat ik op straat mensen tegenkom die zeggen: ‘Ik luister alleen nog naar jou en Frans Bauer’.” Hij kijkt tevreden. „Dat is nieuw, voor me.”