Apocalyps of hel van eigen makelij

Films op het snijvlak van genre en kunst halen in Nederland zelden de bioscoop. Gelukkig is er daarvoor het Imagine Festival.

Dochter Thomasin (Anya Taylor Joy) op pad in het donker heksenbos van The Witch

Het is bijna misdadig dat de speelfilm The Witch niet op groot doek te zien zal zijn: de distributeur ziet er geen brood in. Wat Nederland daarmee misloopt? Een verbluffende ‘New-England Folktale’ over een puriteins gezin dat anno 1630 het dorp en zijn veel te rekkelijke kerk achter zich laat om in de wildernis een nieuw leven te beginnen. Maar in het woud loeren hekserij, Satan en de dood. En blijkt Gods genade ver en onzeker.

The Witch, het spectaculaire debuut van filmmaker Robert Eggers, is een nauwkeurige, macabere evocatie van de gereformeerde denkwereld van onze voorouders. Herkenbaar en vervreemdend tegelijk: een prachtfilm, maar alleen op groot doek te bewonderen tijdens het Imagine Film Festival, dat morgen in het Eye Filmmuseum begint. De conservatieve Nederlandse bioscoopwereld biedt doorgaans weinig plek voor ‘elevated genre’, zoals Imagine-directeur Chris Oosterom The Witch typeert: films op het snijvlak van genre en kunst. Popcornbunkers programmeren Hollywoodspektakel, filmhuizen bedaagde arthouse en kostuumdrama; voor ‘indie-horror’, onafhankelijk geproduceerde, gelaagde of atmosferische horror, zijn weinig schermen beschikbaar.

Stigma van horror

Jammer, want indie-horror is wereldwijd in opmars. Ooit maakte alleen een eliteclub van maestro’s – David Lynch, David Cronenberg, Roman Polanski – horror die serieus werd genomen. De rest zette men weg onder de noemer ‘cult’. Het stigma van horror vervaagt nu, net als de scheidslijn tussen genre en kunst. Maar in Nederland blijft het Imagine Film Festival de beste – en enige – plek om de jaaroogst te consumeren. Naast grotere titels die ook in de bioscoop draaien - de retro-sf van Midnight Special, de Noorse rampenfilm The Wave, de zwarte Deense komedie Men & Chicken - schuilt de lol vooral in het ontdekken van lowbudget-pareltjes die nergens anders te zien zijn. Films als Demon, waar een dybbuk – dwaalgeest – van een Joods Holocaustslachtoffer een ravage aanricht op een Poolse bruiloft. Wrang detail: de getalenteerde regisseur Marcin Wrona verhing zich na de première in Toronto.

Imagine kent dit jaar een opvallend sterk aanbod indie-horror, waarbij het accent ligt op postapocalyptiek en psychologie. In acht films gaat de beschaving ten onder: aan energiecrisis, atoomoorlog (Project M), zombiecalyps (I Am a Hero, Pandemic) of de poorten van de hel die zich tijdens Jom Kippoer openen (JeruZalem). Maar boeiender is eigenlijk de klassenstrijd en onttakeling in een brutalistische torenflat anno 1970 (High Rise) of Embers, waar een virus totaal geheugenverlies veroorzaakt en mensen als schimmen door de ruïnes van hun oude leven zwerven. Wat betekent liefde, familie of trauma zonder herinnering? Into the Forest en het indringende The Survivalist zoomen in op overleven na de apocalyps. Vertrouwen is dodelijk, maar geen mens is een eiland, zo blijkt.

Realiteitsverlies

Even sterk vertegenwoordigd zijn horrorfilms over realiteitsverlies, vaak een hel van eigen makelij: ook daarmee kan je met weinig budget veel bereiken. Heeft scholiere Tina in de onheilspellend technogruwel Der Nachtmahr een alien over de vloer of is ze in de greep van een psychose? Hoe dodelijk is rouwverwerking in Shelley, Nina Forever of The Inviation, waarin Michiel Huisman een sinistere charmeur speelt? Wordt het puriteinse gezin van The Witch nu door Satan belaagd of door een fatale combinatie van schimmelgifstof en godsdienstwaanzin? Films die spelen met de realiteit: is iets echt of een schizofrene waan? Bij indie-horror kan het beide kanten op of beide waar zijn. Dat houdt het wel zo spannend.