Weet jij hoe je een fiets tekent?

De Italiaanse ontwerper Gianluca Gimini liet mensen herenfietsen schetsen en maakte de volkomen onbruikbare modellen vervolgens na.

Eén van de fietsen uit het project Velocipedia, gebaseerd op een schets van hoe mensen denken dat een herenfiets eruit ziet. Foto Gianluca Gimini

Veel mensen gebruiken hem dagelijks, bijna zonder nadenken, maar hoe ziet de anatomie van een fiets er ook alweer uit? Teken het maar eens. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig, weet de Italiaanse ontwerper Gianluca Gimini. Hij verzamelde schetsjes van fietsen en maakte ze na. Het resultaat: Velocipedia, een hoop mooie maar vooral onbruikbare rijwielen.

De ontwerper werkte jaren aan het project, zo vertelt hij aan de telefoon vanuit Italië. Het begon met het verzamelen van de schetsen. “Ik heb vrienden en familie maar ook compleet vreemden gevraagd om voor mij te tekenen hoe zij denken dat een herenfiets eruitziet. Meteen, zonder al te veel nadenken.”

Het leverde Gimini een collectie van honderden schetsen op. Sommigen kwamen in de buurt van de werkelijke anatomie van een fiets, het merendeel niet:

“De meeste mensen kwamen aanzetten met iets dat in de verste verte niet lijkt op hoe een herenrijwiel er in werkelijkheid uitziet.”

Photoshop

Toen moest het zwaarste werk nog komen: het “bouwen” van de origineelste fietsen. Om maar meteen een illusie weg te nemen: Gimini verzamelde niet werkelijk de onderdelen om de rijwielen fysiek in elkaar te zetten. Hij gebruikte photoshop om de ideeën uit te werken tot afbeeldingen. Dat duurde desalniettemin nog steeds maanden. “Ik moest beter worden in het werken met het programma en oefende in de avonduren, naast mijn baan als ontwerper en docent aan dit project.”

Het resultaat is Velocipedia: gave fantasiemodellen waar geen mens op zal durven te fietsen, maar die wel tot de verbeelding spreken. “Ze zijn compleet onbruikbaar, want als je erop gaat zitten, breekt het frame”, zegt de Italiaan. “Ik wil er één ook op ware grootte nabouwen en die exposeren. Daarvoor zoek ik nog sponsors, want daarin gaat nog véél meer tijd en geld zitten.”