Vrije markt ligt onder vuur, ziet IMF

Alleen met economische groei kan maatschappelijke onrust worden bestreden, stelt het IMF. Probleem: de onvrede gaat over die groei.

Aankondiging van de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Washington, 15 en 16 april. Foto AFP, Mandel Ngan

Zoals een vliegtuig een minimumsnelheid nodig heeft om in de lucht te blijven, zo heeft de wereldeconomie een minimale groei nodig om niet opnieuw in een recessie te belanden. Die vergelijking trekt het Internationaal Monetair Fonds, door te refereren aan de ‘stall speed’, de minimale vaart van de internationale economie.

Formeel is de prognose van het IMF dat de wereldeconomie dit jaar met 3,2 procent groeit en volgend jaar met 3,5 procent. De voorspelling voor 2016 is al laag – het is nog niet zo heel lang geleden dat een wereldwijde groei van een procent of 3 als een soort van mondiale recessie werd beschouwd. Maar de tijden zijn anders: ‘structurele stagnatie’ (secular stagnation) ligt op de loer: een periode waarin de vraag zo sterk achterblijft dat extreem lage inflatie en minimale groei gewoon worden.

Vandaar dat IMF-topeconoomMaurice Obstfeld dinsdag, vlak voor de jaarvergadering, zei dat de voorspellingen van het IMF het centrale scenario zijn, maar dat de kans op een minder goede uitkomst groot is.

Hij kan het weten: keer op keer schaalde het fonds de afgelopen tijd zijn prognoses terug. Obstfeld onderscheidt twee factoren die zijn scenario bedreigen. De eerste is de turbulentie op de financiële markten die in de eerste maanden van dit jaar om zich heen greep. Die kan zó weer optreden en een herstel dat toch al veel te wensen overlaat vertragen.

De tweede reden spreekt nog meer tot de verbeelding. Voor het eerst laat het IMF zich expliciet uit over het maatschappelijk klimaat dat zich met name in het Westen tegen globalisering, economische integratie en vrijhandel keert.

Een gebrekkige loonstijging en grotere ongelijkheid zorgen volgens Obstfeld voor een „wijdverspreid geloof dat economische groei de internationale elite en de bezitters van kapitaal bovenmatig heeft bevoordeeld, en te veel anderen heeft achtergelaten”. De lage economische groei sinds het uitbreken van de financiële crisis „versterkt de tendens naar een naar binnen gerichte en nationalistische politiek”.

Het groeiende protest daartegen kan de internationale economie aantasten. Als het Britse referendum over het lidmaatschap van de Europese Unie uitdraait op een ‘nee’, dan voorziet het IMF „hevige regionale en wereldwijde schade”. Het fonds noemt ook de dreigende fragmentatie van de Europese Unie, die kraakt onder de vluchtelingencrisis.

Het IMF laat echter na de Verenigde Staten te noemen, waar de opkomst van de Democratische kandidaat Bernard Sanders en de Republikein Donald Trump blijk geeft van grote onvrede met het huidige systeem. Voor de uitvoering van het vrijhandelsverdrag met Azië (TPP) gaan niet alleen onder de Amerikaanse kiezers, maar ook in Washington zelf steeds minder handen op elkaar.

De oplossing van het IMF voor al die onvrede is, niet verbazend, economische groei. Expansief monetair beleid is niet genoeg, zegt Obstfeld. Het is aantrekkelijk omdat het meteen kan worden uitgevoerd, maar het wordt al tot het uiterste opgerekt.

En dus moet het worden aangevuld door budgettair beleid gericht op investeringen in infrastructuur en kennis, en structureel beleid dat de productiviteit van de economie moet verbeteren.

Met name dat laatste begint sleets te klinken, zo gaf ook Obstfeld dinsdag toe. Hij pleit ook voor belastinghervormingen die de sociale cohesie moeten bevorderen, al was hij daar niet specifiek over.

Het terugdringen van ongelijkheid? Hier dreigt het IMF in conflict te komen met zijn eigen ideologie, waarin de krachten van de vrije markt een hoofdrol spelen.

Zo komt het systeem in een vicieuze cirkel terecht. Het aanwakkeren van de economische groei is nodig om de huidige maatschappelijke onvrede te sussen. Maar veel ‘structurele’ maatregelen die daarvoor nodig worden geacht kunnen die onvrede juist extra doen oplaaien.

Van gunstige krachten van buitenaf moet de westerse economie het intussen niet hebben. De daling van de olieprijs, al bijna twee jaar aan de gang, heeft niet de voordelen opgeleverd waarop werd gehoopt. De beleidsrentes van centrale banken waren al nul en zijn in de eurozone nu negatief. En veel opkomende landen, zoals China, Brazilië en Rusland, kampen met hun eigen problemen. Zo is de wereldeconomie nu een riskante plek. En blijft zelfs het IMF het antwoord grotendeels schuldig.