Voor de seks snel naar huis vliegen

Bas Verkerk is een wereldtopper onder de duivencoaches. Afgelopen weekend vlogen zijn postduiven de eerste race van het seizoen. De tactiek? Na de vlucht wacht de duiven ‘partytime’.

In de achtertuin van een nieuwbouwwoning in Alphen aan den Rijn begint het. Zeven jaar is Bas Verkerk als hij met vader Gerard mee de ren in gaat, de duiven verzorgen, voeren, klaarmaken voor de race. Zijn eerste postduif krijgt hij op zijn achtste, genaamd ‘De Pikker’, bouwjaar 1984 – hij pikte in je hand als je bij zijn broedplaats durfde te komen. Op die leeftijd bouwt hij ook zijn eerste duivenhok, van hout, 1 meter 80 lang.

Bas Verkerk heeft nu 600 duiven en een hypermoderne ren van 62 meter, hij is uitgegroeid tot een wereldtopper onder de duivencoaches. Met zijn 39 jaar is hij, zover bekend, Nederlands jongste professionele duivenhouder. Met werkdagen van half zeven ’s ochtends tot negen uur ’s avonds – ook in de weekenden. „Alles staat in het teken van de duiven.”

Hij is fulltime duivencoach in een tijd dat de duivensport langzaam wegkwijnt: 25 jaar geleden had de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie 50.000 leden, tegen 18.700 nu. Jonge aanwas stokt, het ledenbestand vergrijst, 55 procent van de duivenhouders is ouder dan zestig.

De duivensport is van oudsher populair in de arbeidersklasse, voor wie de duivenrace een afleiding vormt voor een soms grauw bestaan. Het is een wereldje op zich, in de periferie, doorgegeven van vader op zoon, met eigen codes, eigen taal, eigen mores.

Het nieuwe postduivenseizoen ontwaakt, afgelopen weekend was de eerste officiële vlucht. We lopen twee dagen mee met vader en zoon Verkerk, uitkomend in de afdeling Zuid-Holland.

Vrijdagnamiddag, Reeuwijk

De polder van Reeuwijk, de thuisbasis van Verkerk Pigeons, in het Groene Hart nabij Gouda. In de verte perst het verkeer op de A12 zich door de spits, hier regeert de rust. Vader Gerard (69) en zoon Bas zitten in hun kantine, trofeeën vullen de ruimte.

Gerard werd aangestoken door zijn vader, acht jaar was hij. Tot zijn pensioen had Gerard twee schoenmakerijen in Alphen aan den Rijn, de duiven deed hij er altijd naast. Bas werkte als binnendienstmedewerker in de makelaardij en was van jongs af aan serieus bezig met de duiven. In 2010 sprong hij in het diepe: duivenhouder als professie.

Zijn ouders waarschuwden: houd die baan, als duivencoach heb je geen zekerheid. Gerard: „Ik heb hem jaren tegengehouden.” Bas: „Ik zei: nee, ik wil het proberen.” De familie gaat akkoord. Ze verlaten Alphen – de locatie was te klein geworden en buren klaagden over poep en stank – en pakken het groots aan in Reeuwijk: ze kopen 3,5 hectare grond en bouwen een geheel nieuwe, beveiligde ren. Fundament voor de toekomst.

Bas heeft twee jongere zussen, die bemoeien zich niet met de duiven. Hij woont in een twee-onder-een-kapwoningen, de ene helft voor hem, de andere voor zijn ouders. Een vriendin heeft hij niet, de duiven vragen veel aandacht en tijd. Hij gaat niet vaak uit, hij komt weinig vrouwen tegen. „Mijn zussen zeggen: ze komen hier niet aan het hek. En er lopen geen vrouwen op de duivenclub. De duivensport is een mannenwereld.” In het verleden heeft hij wel een relatie gehad, met een dochter van een Belgische duivenmelker.

Het bedrijf loopt goed, het is winstgevend. De sterke bloedlijnen van de duiven vormen het verdienmodel: vader en zoon Verkerk weten de duiven zo te fokken dat ze tot de snelste ter wereld behoren – hoe precies, dat is hun geheim, maar van belang zijn training, uithoudingsvermogen, het kruisen van bewezen toplijnen, hygiëne, voeding. De duiven van Verkerk trekken veel kopers, vooral uit Azië waar duiven een prestigeobject zijn.

Verkerk heeft sinds zes jaar een vaste klant uit het Chinese Qingdao, „meneer Dong”, een miljonair die handelt in vrachtschepen en als liefhebberij duiven heeft en meedoet aan races. Binnenkort gaan er weer jonge Hollandse duiven van Verkerk zijn kant op – per vliegtuig. Het is hun laatste vlucht, zij worden straks in China enkel ingezet voor de fok. Jaarlijks verdient Verkerk via internationale veilingen en internetverkoop ruim 100.000 euro. In december verkocht hij er nog een voor 32.000 euro – het hoogste bedrag dat hij ooit kreeg voor een duif.

Die duif is een dochter van een van zijn topduiven, Olympic Solange. Veel van de snelle Verkerk-duiven hebben haar genen. Ze is negen, oud voor een duivin. „Het wordt een oude dame.” Ze legt nauwelijks eieren meer, het ‘bejaardenhok’ wacht. Daar zitten ruim dertig duiven die veel betekend hebben voor Verkerk. „Die hebben goed hun best gedaan, die mogen nog samen zijn.” De oudste bejaarde is achttien, Casanova. „Dat was vroeger een topduif.”

Het koeren klinkt onophoudelijk in de ren. Vader en zoon beginnen met inkorven, 236 Verkerk-duiven doen mee aan deze wedstrijd. In het verleden vlogen alleen mannetjesduiven, inmiddels zijn ook de racekwaliteiten van duivinnen ontdekt. Gerard: „De vrouwen winnen nu vaker, zij zijn rustiger, vechten onderling minder en verspillen minder energie.”

De duiven zitten in de mand, met hun Renault Trafic-busje koersen vader en zoon naar de duivenclub in Bodegraven.

Vrijdagavond, Bodegraven

18.00 uur, drukte aan de Dronenweg bij postduivenvereniging de Snelvlucht. De ‘duivenkeet’ noemen ze het oude, houten clubgebouw. 21 leden leveren hier hun duiven af voor de race van morgen, met een elektronisch systeem worden ze via een unieke chip ‘ingecheckt’ voor de wedstrijd.

Op de stoep staat een fiets met aanhangwagentje, die is van Arie Roos (77), die zijn negentien duiven zo naar de club vervoert. „Die kan morgen gewoon winnen”, zegt Bas, „Een duif heeft geen luxe nodig om snel te zijn.”

Hier zijn de liefhebbers onder elkaar. De duivensport is een virus waar je eenmaal door besmet niet meer vanaf komt, zeggen ze. „Daar is geen pilletje tegen”, zegt de enige vrouwelijke deelneemster, Coby van der Hoek (58).

Luister naar Willem de Bruijn (67), een gevestigde naam in de duivensport en de grootste concurrent van Verkerk. Hij is opgegroeid in een tijd dat de helft van de jongens in de klas nog duiven had. Hij is tandarts, hij heeft er vroeger voor gekozen niet te promoveren zodat hij genoeg tijd over had voor zijn duiven. „Ik had specialist kunnen worden, maar dat heb ik niet gedaan vanwege de duiven.”

Er wordt hier opgekeken tegen Bas Verkerk. Hij kan lezen en schrijven met zijn duiven, hij voelt aan wat er in de beestjes omgaat, klinkt het. „Bas is net een duif”, zegt clubgenoot Evert van Leeuwen (35), die 150 duiven heeft en op wedstrijddagen veel rookt en het toilet frequent bezoekt. „Van de stress.” In zijn nek heeft hij ‘Johanna’ getatoeëerd, de naam van zijn vrouw en van zijn beste duif.

De tactiek van Verkerk is ‘totaal weduwschap’: de mannen (112 stuks) en vrouwen (124) zijn in de week voor de race van elkaar gescheiden, met het vooruitzicht dat ze ná de race weer tijdelijk worden samengebracht, dan is het ‘partytime’, zoals het in duivenjargon heet. Dat weten de duiven, ze zijn daarin getraind door Verkerk. „De filosofie is, plat gezegd, dat ze voor de seks snel thuiskomen”, zegt Bas. Als een duivin nog niet is teruggekeerd, richt het mannetje zich soms al op de buurvrouw. „Voor vrouwen die te laat zijn, is dat een motivatie om bij de volgende race eerder thuis te komen.”

Er zijn in het verleden enkele dopinggevallen geweest in de duivensport. Duiven van Verkerk zijn sinds 2002 vier keer gecontroleerd rond races, aan de hand van een monster van de uitwerpselen, vertelt hij. „Ze waren allemaal clean.”

20.25 uur, de vrachtwagen met duiventrailer arriveert, alle 988 duiven van de Snelvlucht worden in razend tempo ingeladen. Bestemming: de losplaats in Duffel, onder Antwerpen.

Zaterdagochtend, Duffel

Vanaf acht uur ’s ochtends staan negen vrachtwagens op een evenementenplein in het centrum van Duffel klaar om 42.153 duiven – het totaal van zo’n 95 clubs uit Zuid-Holland – te lossen. Het lossen is in handen van Ruud den Dunnen (53), de baas van het konvooi, of in jargon: hoofd-convoyeur. Het weer moet goed zijn, pas dan gaan ze, zegt hij. „Geen regen, geen onweer, geen mist, niet te koud.”

Het is een vrij onbewolkte dag, om 10.00 uur precies geeft Den Dunnen met een fluitje – type scheidsrechterfluit – het signaal: de eerste groep met 15.000 duiven wordt losgelaten. Binnen tien seconden zijn ze allemaal uit de boxen, een zwarte wolk met duiven schiet weg in noordelijke richting, waaronder ook de Verkerk-duiven. Het is een korte afstand – een ‘vitesse-vlucht’, een soort massasprint – later in het seizoen wordt over langere afstanden gevlogen, tot 800 kilometer.

Zaterdagochtend, Reeuwijk

10.45 uur, Bas staat gespannen bij de ren. De band met zijn duiven en de wedstrijdspanning, daar doet hij het voor. „Dat een duif voor mij naar huis komt.” 107 kilometer moeten zijn duiven afleggen, met een zuidoostenwind, ze kunnen nu ieder moment arriveren. Vader Gerard en moeder Marijke kijken verderop vanuit de tuinstoel toe – wekelijks zaterdagtafereel tijdens het seizoen. Bas tuurt in de lucht. Er is gevaar gesignaleerd: er vliegen twee buizerds, duiven zijn angstig voor de roofvogels, wat een snelle landing kan verhinderen. Een buizerd is te traag om duiven te pakken, zegt Gerard. Maar haviken en slechtvalken grijpen regelmatig een duif uit de lucht.

Om 11.00 uur schieten de eerste drie Verkerk-duiven over het huis, ze vliegen iets te ver door, dan cirkelen ze als een vliegtuig enkele rondjes over het terrein, richting de ‘landingsbaan’ bij het hok, waar ze het poortje door moeten voor de registratie van de aankomsttijd. 20, 25 seconden gaat door het gedraai verloren – de ideale landing is als ze rechtstreeks naar beneden ‘duiken’. Bas praat nu tegen ze, hij fluit hard, afgewisseld met een kort, onverstaanbaar ‘kom!’. Om 11:01:05 landt zijn eerste duif, met een gemiddelde van 105 kilometer per uur – een vrouwtje.

De duiven worstelden met de aanvliegroute en de zuidoostenwind. Bas:„Ze hadden de wind niet goed op de vleugels.” Hij is teleurgesteld, waarschijnlijk wint hij niet.

Zaterdagmiddag, Bodegraven

De resultaten worden in het clubhuis berekend, Verkerk is tweede van de club. De dagwinnaar van de club is de 77-jarige Arie Roos, de man met een ren van 5,5 meter in zijn achtertuin, die zijn duiven met de fiets brengt. Een prijs krijgt hij niet, het gaat om de eer – en door goede prestaties wordt de verkoopprijs opgedreven. Het is voor het eerst in drie jaar dat hij een race wint. „Verkerk en De Bruijn zijn over de hele wereld bekend, erg mooi om ze te verslaan.” Alsof een amateurclub van Ajax wint? „Ja, zo kan je het gerust stellen.”

In de kantine van de Snelvlucht wordt een biertje gedronken, iedereen gunt het Arie Roos. Hij noemt de zege een lichtpuntje in zijn leven, na het overlijden van zijn vrouw drieënhalf jaar geleden. Hoe de winnende duif binnenkwam? „Hij viel recht uit de lucht, in één streep naar beneden, pats, op de klep met de registratie.”