Toerist blijft heus niet weg

De dagjesmens irriteert de Amsterdammer want die brengt „niets in het laatje” – althans, dat meent een hoogleraar toerisme vanaf zijn leerstoel in Venetië. Waaruit blijkt dat veldwerk altijd nodig is, ook voor een hoogleraar. De Amsterdammer krijgt de klere in (zoals hij of zij dat uitdrukt) omdat hij onevenredig veel drukte moet verdragen, van dagjesmensen of van kunsttoeristen, het is hem hetzelfde. Dat „laatje” is meer het pakkie-an van het gemeentebestuur. Dat zag financiële mogelijkheden en zette juist in op het aantrekken van zoveel mogelijk toeristen, in alle genres, van kunsttoerist tot blower. Dat gaf vergunningen af voor bierfietsen en wierp geen beletsel op voor nogal veel fastfoodbars met snoepvoedsel in de traditionele winkelstraten.

En nu heeft de Amsterdammer schoon genoeg van het gevoel figurant te zijn in het decor voor vakantievierende toeristen.

Die Amsterdammer is de enige niet. In Barcelona klaagt de bevolking over de toeristenvloed, de Parijzenaar die een museum in wil schaart zich in een lange rij en de mensenmassa die het hele jaar door de trappen en kades van Venetië verstopt is al zo spreekwoordelijk dat de Venetiaan daar minder over klaagt dan over de slagschaduw waarmee cruiseschepen op gezette tijden de zon over het Piazza San Marco verduisteren.

Het massatoerisme, dat zich tot een jaar of 20 geleden beperkte tot het vullen van stranden, is uitgegroeid en heeft zijn focus uitgebreid naar de citytrips. Menige geïrriteerde Amsterdammer pakt regelmatig zijn rolkoffer in en ergert vervolgens, onbedoeld, de bevolking in een andere feeërieke stad.

Amsterdam is aantrekkelijk als toeristische pleisterplaats. De grachtengordel is door Unesco erkend als Werelderfgoed. De musea zijn van wereldfaam. De coffeeshops en de soft drugs ook. Het overspannen toerisme hangt niet daarmee samen, het is een gevolg van beleid. Het stadsbestuur negeerde de negatieve gevolgen van het massatoerisme in andere gewilde Europese steden. Sterker nog, men wilde hetzelfde: heel veel toeristen en heel veel geld. Daartoe werd hard gewerkt aan een imago van a city that never sleeps: wat cultuur, veel feest en onbegrensde vrijheid.

Nu is de geest is uit de fles, en die krijg je er niet weer in. Het toerisme laat zich niet aan banden leggen. Maar wel laat het zich reguleren. Amsterdam kan zijn imago ombuigen van een lallend fuifnummer naar een gastvrije stad die veel te bieden heeft, van Rembrandt tot de mogelijkheid om een joint te roken. Waar genoten kan worden maar niet redeloos uit je dak gegaan. Leer van Aladdin. Deal met de geest uit de fles en hij bedient je.