Panama Papers: de Ganz-veiling was doorgestoken kaart

De Panama Papers brengen aan het licht hoe de Britse zakenman Joe Lewis de kunstmarkt voor de gek hield.

Joe Lewis op de tribune van zijn club Tottenham Hotspur.

Door heimelijke garantieafspraken zijn kunstveilingen verworden tot toneelvoorstellingen waar alleen ingewijden nog weten wie welke rol speelt. Die klacht klinkt de laatste jaren steeds vaker. Maar dat twintig jaar geleden al gewerkt werd met stille garantieafspraken, komt toch als een verrassing.

Dat blijkt uit de Panama Papers, de grote verzameling gelekte documenten van de Panamese juridische en zakelijke dienstverlener Mossack Fonseca. The Guardian, een van de kranten met toegang tot die documenten, onthulde vorige week hoe de Britse zakenman Joe Lewis de kunstmarkt voor de gek heeft gehouden en met succes heeft gegokt op een waardestijging van de allerduurste kunst.

We schrijven 10 november 1997. In New York veilde Christie’s de nalatenschap van Victor en Sally Ganz, een Amerikaans echtpaar dat een onvoorstelbare verzameling moderne en hedendaagse kunst bijeen had gebracht. Schilderijen van Lucian Freud, Gustav Klimt, Paul Cézanne en Pablo Picasso brachten recordprijzen op en de totaalopbrengst van 206 miljoen dollar was met afstand de hoogste ooit voor een particuliere collectie. Een mijlpaal voor de kunstmarkt en een bevestiging dat Picasso & Co voor de superrijken een alternatief waren geworden voor goud en aandelen.

Wat geen van de bieders in de veilingzaal die avond wist, is dat de erven Ganz de schilderijen al een half jaar voor de veiling hadden verkocht. In een geheime transactie deden ze de collectie op 2 mei 1997 voor 168 miljoen dollar van de hand aan Simsbury International Corporation, een brievenbusmaatschappij gevestigd op Niue, een eilandstaatje in de Stille Zuidzee met 1.200 inwoners. Uit de Panama Papers blijkt dat Joe Lewis deze maatschappij voor de gelegenheid had opgericht en door Mossack Fonseca liet beheren.

Speculant

De Brit sloot dezelfde dag nog een contract met Christie’s, met de afspraak dat de kunst als de Ganz-collectie werd aangeboden. Lewis moest beloven niet mee te bieden op de schilderijen en de meeropbrengst boven zijn aankoopbedrag zouden beide partijen delen. Schilderijen die minder op zouden brengen dan verwacht, zou Lewis houden. Afspraken die sterk lijken op de garantieafspraken die veilinghuizen nu regelmatig maken.

Tussen de Panama Papers zijn ook documenten gevonden die erop wijzen dat Spink, een veilinghuis dat Christie’s een paar jaar eerder had overgenomen en dat in 2002 werd opgedoekt, mogelijk heeft bemiddeld bij de transactie tussen de erven Ganz en Lewis. Geen van de betrokken partijen wilde reageren op vragen van The Guardian.

Joe Lewis (79), de laatste jaren vooral bekend als eigenaar van voetbalclub Tottenham Hotspur, is een geslaagd speculant die op zijn vijftiende al van school ging. Samen met de Hongaars-Amerikaanse zakenman George Soros gokte hij in 1992 bijvoorbeeld met succes op de val van het Britse pond. Het Amerikaanse zakenblad Forbes schatte zijn vermogen vorig jaar op 8,1 miljard dollar.

Ook Lewis’ gok dat kunst ondergewaardeerd was, pakte goed uit. Niet alleen bracht de ‘Ganz-collectie’ tientallen miljoenen meer op dan hij ervoor had betaald, ook op een andere manier profiteerde de speculant van het succes van deze veiling.

Vanaf 1994 had Lewis, zelf ook een groot kunstverzamelaar, op grote schaal aandelen gekocht van het toen nog beursgenoteerde Christie’s. Binnen twee jaar was hij voor 28,7 procent eigenaar van het veilinghuis. Daarmee bleef Lewis net onder de grens van 30 procent, die hem zou hebben verplicht een bod te doen op alle overige aandelen.

Private onderneming

Mede door de Ganz-veiling werd 1997 een topjaar voor Christie’s. Met een omzet van meer dan twee miljard dollar liet het concurrent Sotheby’s ver achter zich. Met de kunstprijzen steeg ook de koers van de aandelen Christie’s. In februari 1998 kwam investeringsbank SBC Warburg Dillon Read met een door Lewis ondersteund voorstel om Christie’s van de beurs te halen. Als private onderneming zou het bedrijf veel kansrijker zijn in het vinden van partijen die garant wilden staan voor veilingen.

Het bod van de bank werd als te laag beoordeeld. Maar het rumoer over Christie’s trok de aandacht van François Pinault. De Franse zakenman, eigenaar van een reeks luxe merken als Gucci en Yves Saint Laurent, kocht het veilinghuis in mei 1998. Die transactie leverde Lewis, vier jaar nadat hij zijn eerste aandelen Christie’s verwierf, nog eens een winst van 100 miljoen pond op.

The Guardian wijst er in zijn berichtgeving op dat Joe Lewis niets illegaals heeft gedaan. Maar het is de vraag of die vaststelling de roep om meer transparantie op de kunstmarkt zal laten verstommen. Duidelijk is in elk geval dat de Brit de boeken in zal gaan als een pionier op het terrein van garantieafspraken in de veilingzaal.

Vermoedelijk had de Brit overigens nog veel meer winst gemaakt als hij zijn collectie langer had vastgehouden. Neem alleen al het topstuk van de veiling in 1997: Les femmes d’Alger (Version 0) van Pablo Picasso. Dat doek, destijds afgehamerd op omgerekend 25,3 miljoen euro, bracht vorig jaar op de veiling bijna 143 miljoen euro op.