‘Nederland mag nu voor Händel vallen’

Dit weekeinde soleert Maarten Engeltjes bij het Nederlands Kamerkoororkest met aria’s van Händel.

Maarten Engeltjes: „Händel kan zorgen dat je met de grootste griezel medelijden krijgt.” foto Frank Ruiter

Maarten Engeltjes (32) komt nog bij van een serie Matthäussen. Twaalf keer zong de countertenor Bachs Matthäus-Passion dit jaar bij de Nederlandse Bachvereniging.

„Toen we begonnen, was ik verkouden. Daar baalde ik van”, zegt Engeltjes. „Ik zing toch de stukken waar iedereen op zit te wachten. Erbarme dich. Niet onaardig bedoeld naar mijn collega’s, maar ik wil toch boven de rest uitstijgen.”

Nu maakt hij zich op voor muziek van een andere barokke reus. Bachland Nederland moet maar eens voor Händel vallen, vindt Engeltjes. Dit weekend soleert hij bij het Nederlands Kamerorkest in delen uit Händel-opera’s – aria’s die oorspronkelijk door castraten werden gezongen, de sterren van hun tijd. Engeltjes mocht zelf zijn favoriete aria’s kiezen.

Wat er zo goed is aan Händel? „Ik merk bij mijn vrienden die zelf geen musici zijn, dat Händel gemakkelijker binnen komt. Zijn melodieën zijn waanzinnig en zijn dramatische zeggingskracht is ongelooflijk: Händel kan zorgen dat je zelfs met de grootste griezel medelijden krijgt, zoals in Stille amare uit Tolomeo. Zo’n tiran die op het punt staat de gifbeker te drinken, maar dan wil voorkomen dat zijn vrouw hem ziet. Zelfs die tiran wordt een mens.

„In Händels muziek kun je enorm shinen. Bach schreef ten dienste van God, Händel schreef ten dienste van de zangers. Bij Bach denk je soms: hé, had je hier niet even een rust kunnen plaatsen zodat ik op adem kan komen? Händel schreef vanuit de mogelijkheden van de vocalist.

„Wij zijn nu gewend te kijken naar welke componist er gespeeld wordt. Maar in Händels tijd was de naam van de componist van veel minder belang voor het succes van een opera. Zijn businessmodel was erop gericht de beste zangers aan zich te binden. Had hij die, dan werd het een succes. Die vocalisten moest hij natuurlijk wel behagen met de beste muziek.”

Maarten Engeltjes is hard op weg zelf zo’n wereldster te worden. Engeltjes, die als jongenssopraan begon in het Bachkoor van Pieter Jan Leusink, zingt volgend jaar onder meer in Parijs samen met beroemdheden als tenor Rolando Villazón en mezzo Magdalena Kozena. En hij soleert in Bachs Hohe Messe bij de Berliner Philharmoniker.

Of Nederland al te klein voor hem is? „Haha, nou, dat weet ik niet. Nederland heeft veel te bieden, en ik heb een zoontje van zeven maanden. Ik houd het graag half om half. Tussen 2009 en 2015 ben ik als een gek over de wereld gevlogen. Nu heb ik laten zien wat ik kan. Ik zit in de fijne positie dat ik kan cherrypicken.”