Met elkaar sta je sterker

Collectieven Freelancers bundelen vaker hun krachten. Want samen kun je meer opdrachten binnenslepen, een beter product afleveren en steviger onderhandelen over de prijs.

Illustratie Tjarko van der Pol

Ze staan nooit in de file onderweg naar kantoor. Ze bepalen zelf waar, aan wat en wanneer ze werken. Zeurende collega’s? Saaie vergaderingen? Niet aan de orde.

Freelancers hebben vaak meer vrijheid dan mensen in loondienst – en die wordt gekoesterd. Nederland telt 800.000 zzp’ers en nog eens 600.000 mensen die naast hun ‘gewone’ baan als zzp’er wat bijverdienen. Verreweg de meesten van hen – zo’n 85 procent, blijkt uit onderzoek van Stichting Economisch Onderzoek Rotterdam – kiezen bewust voor zelfstandigheid.

Toch ontstaan de laatste jaren nieuwe verenigingen van freelancers die juist besluiten te gaan samenwerken. Van tekstschrijvers tot designers, van binnenhuisarchitecten tot sociaal ondernemers, van kunstschilders tot koks.

De ene club is professioneler en grootschaliger dan de ander, maar grofweg hebben deze collectieven hetzelfde doel: de krachten bundelen om zo meer opdrachten binnen te slepen, betere kwaliteit af te leveren, en een hogere prijs te kunnen vragen voor het product. Een vereniging waar iedereen beter van wordt, dus. Eén voor allen, allen voor één.

Eind vorige maand werd De Coöperatie gelanceerd: een grootschalig netwerk voor journalistieke freelancers. Volgens mede-initiatiefnemer Teun Gautier, voormalig uitgever van weekblad De Groene Amsterdammer, ligt de toekomst van de journalistiek namelijk niet bij grote mediaorganisaties, maar bij de onafhankelijke zzp’er, die op eigen initiatief verhalen maakt.

‘Unilever heeft doorgaans geen tijd om zelf op zoek te gaan naar een geschikte copywriter of designer’

Probleem voor deze freelancers – denk aan schrijvende journalisten, fotografen en vormgevers – is alleen dat hun onderhandelingspositie vaak slecht is. Vanwege de concurrentie kunnen ze geen vaste prijsafspraken maken en zijn ze genoodzaakt voor een lager loon te werken dan ze zouden willen. Een pensioen bouwen ze niet op, een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben ze niet.

„De traditionele journalist werkt bij een grote krant en heeft daar beschikking over een kopieerapparaat, een koffieautomaat en een ICT-afdeling”, zegt Gautier. „De moderne journalist zit in het café. Als zijn laptop kapot gaat, belt hij zijn neef die handig is met computers.” Oftewel: de zzp’er moet het allemaal zelf opknappen.

De Coöperatie is een „onderneming met leden in plaats van werknemers”, legt Gautier uit. Die leden betalen 20 euro per maand, en krijgen in ruil daarvoor de gemakken die ze ook zouden hebben als ze bij een groot bedrijf zouden werken. Een werkplek bijvoorbeeld, mét een kopieer- en koffiezetapparaat. Maar ook met een leenauto om mee op pad te gaan en een abonnement op persbureau ANP.

En, misschien nog wel het belangrijkste: De Coöperatie gaat voor haar journalisten onderhandelen. Wie een productie van een Coöperatie-journalist wil publiceren, moet eerst met Gautier om tafel om de leveringsvoorwaarden te bespreken.

Op deze manier wil het collectief onder meer een hogere woordprijs afdwingen. De Coöperatie ontvangt vervolgens 10 procent van het verdiende geld. Toch is het idee dat de journalist hoe dan ook beter af is: als zzp’er kan hij immers geen prijsafspraken maken. „We willen freelancers herpositioneren op de markt”, zegt Gautier. „Niet meer als ontslagen vaste krachten, maar als de groep met de meeste potentie.”

Elkaar helpen verhuizen

De Coöperatie is niet het enige journalistieke collectief. Voorloper Bureau Wibaut werd vijf jaar geleden opgericht door Jop de Vrieze en drie andere journalisten. Inmiddels is het een club van twintig man. De Vrieze werkte al ruim een jaar als freelance wetenschapsjournalist, toen hij besloot Bureau Wibaut op te richten. Hij had behoefte aan gemeenschappelijkheid: een kantoor en collega’s met wie je inhoudelijk kunt sparren en overleggen.

Bureau Wibaut presenteert zich nadrukkelijk als collectief. „We willen een kwaliteitsmerk zijn”, legt De Vrieze uit, „een club waarover gezegd wordt: dat zijn goede mensen.” En dat werkt, zegt De Vrieze. „Vooral voor grotere klussen worden we vaak als collectief benaderd: een krant maken, of een website bijhouden. Voor opdrachtgevers is het makkelijker om ons in één keer te benaderen dan om allerlei verschillende freelancers aan te schrijven. Bij ons zijn altijd genoeg mensen die tijd hebben voor een klus.”

Bij het uitkiezen van journalisten let Bureau Wibaut erop dat het committed freelancers zijn: geen mensen die eigenlijk een vaste baan willen, maar mensen die willen investeren in hun „eigen toko”. Diversiteit is ook belangrijk: het liefst heeft Bureau Wibaut mensen met zo veel mogelijk verschillende expertises. „De een heeft bijvoorbeeld veel verstand van contracten en onderhandelen, de ander is heel goed in eindredactie. Zo helpen we elkaar en zijn we als collectief het sterkst.”

Ook in andere creatieve beroepen kiezen zzp’ers voor meer samenwerking. Zoals bij kunstenaarscollectief BK49, dat zetelt in de Amsterdamse binnenstad. Het collectief huurt twee verdiepingen van een groot pand, waarin 35 kunstenaars een atelier kunnen huren: schilders, schrijvers, juwelenmakers, van alles wat.

Leden krijgen in ruil voor 20 euro de gemakken die ze ook zouden hebben bij een groot bedrijf

„Vanuit die situatie ontstaan vaak samenwerkingen”, vertelt Peet van Duijnhoven, secretaris bij BK49 en zelf huurder van een atelier als theatermaker. De kunstenaars helpen elkaar altijd, met verhuizen bijvoorbeeld, en waar het kan door klussen door te spelen. Ook wenden ze zich tot elkaar voor advies en inspiratie. Verschillende kunstenaars zijn fan van elkaar en kopen elkaars werk. „Als iemand de juwelen van de sieradenmaakster draagt, is dat bovendien reclame naar de buitenwereld”, zegt Van Duijnhoven.

Nog professioneler dan BK49 en Bureau Wibaut is Mach1, een bureau gespecialiseerd in freelancers uit de reclamewereld. Mach1 functioneert bijna als een agentschap. Het heeft een divers ledenbestand van artdirectors, copywriters, producers en designers. Het bureau zoekt actief naar klussen en bemiddelt vervolgens tussen opdrachtgever en freelancer.

„Voor adverteerders is het heel handig een bureau als Mach1 te bellen”, legt eigenaresse Edith Zandee uit. „Een grote klant als Unilever heeft doorgaans geen tijd zelf op zoek te gaan naar een geschikte copywriter of designer.” In ruil voor de bemiddeling dragen de freelancers een percentage van het verdiende geld af aan Mach1 – hoeveel verschilt per opdracht.

Mach1 bestaat al zo’n twintig jaar, maar zag de afgelopen vijf jaar een flinke groei in het freelancersbestand. „Veel reclamebureaus hebben moeten inkrimpen door de crisis”, vertelt Zandee. „Daardoor zijn veel mensen die vroeger in vaste dienst waren op straat komen te staan en voor zichzelf begonnen.” Vijf jaar geleden telde het bureau zo’n 25 leden, inmiddels zijn het er 60. „We moeten nu echt selecteren”, zegt Zandee. „Daarbij kijken we naar kwaliteit, maar vooral of iemand een aanvulling is op ons huidige bestand.” Zijn er bijvoorbeeld al genoeg copywriters? Dan komen er geen nieuwe meer bij.

Papierwerk

Natuurlijk zijn er ook een heleboel reclamefreelancers die het ondernemersaspect van hun werk prima zelf kunnen regelen. „Maar er zijn er ook veel die dat vervelend vinden of er misschien niet zo goed in zijn.” Daarom neemt Mach1 hen het grootste deel van de financiële rompslomp uit handen: Mach1 maakt modelcontracten, regelt de facturen en onderhoudt het contact met de opdrachtgevers.

Bij De Coöperatie wordt het papierwerk de journalisten ook uit handen worden genomen: boekhouders kunnen zich aanmelden bij het netwerk, en zo tegen vergoeding de boekhouding en belastingaangifte van de freelancers overnemen. Daarnaast heeft uitgever Gautier nog meer plannen: een „Tinder voor ideeën” bijvoorbeeld, waarbij je een idee uitzet in het netwerk, zodat anderen kunnen aanhaken. De Coöperatie gaat ook samenwerken met andere organisaties, zoals uitgeverij Fosfor.

Hoewel het allemaal erg rooskleurig klinkt, zijn er uiteraard ook genoeg freelancers die enkel nadelen zien in het collectief. Je zit dan ineens met allerlei anderen op kantoor, die net als jij op zoek zijn naar werk, en voor je het weet word je elkaars concurrent. Daarnaast is het ook zo – het idyllische samenwerkingsmodel ten spijt – dat veel zelfstandigen hun freelancebestaan snel opgeven wanneer een vaste baan zich aandient. Bij Mach1 is dat de voornaamste reden waarom mensen vertrekken. De grootste vijand van het freelancecollectief, blijft de traditionele vaste baan.