Mercedes-show

Bij een Mercedes-rijder dacht ik aan een oom die me als kind wel eens meenam als hij voor zaken op pad ging. Onderweg rookte hij Caballero’s zonder filter en at ik een gezinszak drop leeg. Zijn lievelingsmuziek was het Smurfenlied van Vader Abraham. Bij een stoplicht draaide hij de volumeknop soms zachter en dan vroeg hij waar de smurfen vandaan kwamen.

Uit een waterkraan.

Goed zo, jongen.

Wat honderden dictators, tirannen en moordenaars in Mercedessen niet voor elkaar hadden gekregen, lukte deze Mercedes-show in en rondom de stallen van Paleis Het Loo in Apeldoorn heel snel: de Mercedes-rijder was voor mij geen geslaagde gezelligerd meer. Van de herinnering aan mijn oom bleef alleen de geur van een halfvolle asbak over.

Vanwege de lente – en de kastelenfantasie van de vriendin – waren we naar Paleis Het Loo gereden waar we op een grasveld vol Mercedes-liefhebbers belandden. Het begon al met een man die we de rest van de dag ‘de Plerf’ zouden noemen, die zich in de raarste bochten wrong om zichzelf en zijn Thaise vriendin met de tablet te filmen. Hup, daar zaten ze weer tegen de motorkap van een Mercedes. Ook genoteerd: een Mercedes-rijder die woedend toeterde naar schapen die een potentiële parkeerplaats bezet hielden, een man die onze occasion ongevraagd inspecteerde en voor de grap vroeg wat ‘die rotzooi’ tegenwoordig kostte, en vooral veel mensen – ik kende het verschijnsel nog niet – die schreeuwend telefoneerden doordat ze hun mobiel met een gestrekte arm ongeveer een meter van zichzelf vandaan hielden.

Vloggen, maar dan anders. Je vroeg je elke keer af hoe of het er aan de andere kant ‘van de lijn’ aan toe ging.

„Ik loop hier nu! Ik ben gespannen! Over vijf minuten zie ik ’m eindelijk! Zie je mijn hoofd?”, riep een welgestelde jongere die ons bijna van het grindpad liep.

Hij had het over zijn eerste kennismaking met de nieuwe E-klasse van Mercedes, waarvan een exemplaar onder de bomen op de oprijlaan naar het kasteel stond geparkeerd. Je mocht er onder toezicht in gaan zitten, de belangstelling was groot.

Hoogtepunt was de vrouw die de gordel om deed, wat aan het stuur draaide, in de spiegel haar make-up controleerde en die daarna haar arm uit het raam stak om schreeuwend te telefoneren.

Ik zit erin!

„Ik zie het”, riep een man vanuit de rij terug.

Uit de speakers bij de stallen kwam technomuziek, waarom niet het Smurfenlied?