Kranten moeten vertrouwen op kranten

Panama papers Een beperkt aantal journalisten kan bij de database van de Panama Papers. Hoe berichten media zonder die toegang?

Voorpagina’s van kranten uit Panama, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten en Japan met aandacht voor de Panama Papers.

Hoe schrijf je over de Panama Papers als je zelf geen toegang tot de documenten hebt? Toen vorige week zondag bekend werd dat de financiële administratie van juridisch advieskantoor Mossack Fonseca naar journalisten was gelekt, worstelden kranten en sites met de berichtgeving. Hoe groot was dit nieuws? Wat betekent het? En wat staat er in de Panama Papers?

Terwijl de ene krant de volgende dag groot uitpakte op de voorpagina, begroef de ander het in een berichtje achterin. The New York Times negeerde het nieuws zelfs in de eerste uren. Zij wilden tijd om het nieuws na te trekken.

Het ongemak zit hem in die enorme berg documenten, waar slechts een beperkt aantal journalisten bij kan: journalisten die zijn aangesloten bij het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), een wereldwijd samenwerkingsverband. Zij ontvingen afgelopen zomer een wervende uitnodiging om deel te nemen aan het onderzoeksproject. Wie toezegde, tekende een geheimhoudingsclausule en kreeg in september toegang tot de beveiligde chatruimte en database met ruim 11,5 miljoen documenten. In Nederland kreeg Trouw een uitnodiging en riep, op aanraden van het ICIJ, hulp in van Het Financieele Dagblad. In totaal werken er 376 journalisten uit 76 landen aan het project.

Wat weten we?

Alle andere media zijn voor nieuws uit de Panama Papers afhankelijk van wat die 376 journalisten uit de database halen. Van de namen waar zij op naar zoeken en van het moment dat zij hun bevindingen naar buiten brengen.

Die afhankelijkheid roept ongemakkelijke vragen op. Want wat weten we eigenlijk? Hoe is de informatie verkregen? En gaat het om de héle administratie van advieskantoor Mossack Fonseca, of maar een deel?

Honderden journalisten uit de hele wereld willen lid worden van collectief ICIJ

De Süddeutsche Zeitung, de krant die vorig jaar door een anonieme bron werd benaderd en miljoenen documenten in handen kreeg, weet de antwoorden niet. Net zomin als ICIJ, waarmee de krant besloot de data te delen. Is de bron een hacker? ICIJ heeft „geen idee.” Dat doet er voor hen ook niet toe – ICIJ slaat die vraag over. Zij richten zich op die ene andere vraag: kloppen de documenten? Daar hebben ze sinds vorig jaar alle energie ingestoken.

Dat journalisten liever zelf gaan graven, zien ze bij ICIJ ook. Ze worden inmiddels „overspoeld” met verzoeken, vertelt een woordvoerder. Afgelopen week kreeg het „honderden mails” met de vraag om toegang tot de database of om lidmaatschap van het samenwerkingsverband. Journalisten worden lid op eigen titel, op „basis van bewezen diensten”. Ook NRC Handelsblad deed (al eerder) een aanvraag.

De komende weken bekijkt ICIJ de aanvragen. Ze kiezen dan opnieuw journalisten, die eveneens toegang krijgen tot de Panama Papers. Hoeveel dat er zullen zijn is nog „onduidelijk”. „We geven de voorkeur aan journalisten uit landen waar we nog niet mee samenwerken. Turkije bijvoorbeeld.”

Openbare database

ICIJ is niet van plan om, zoals Wikileaks, alle documenten voor iedereen openbaar te maken. Wel werken ze aan een openbare database. Daarin zullen ze begin mei de „volledige lijst” van de 214.000 vennootschappen die Mossack Fonseca oprichtte, bekendmaken, en de daaraan verbonden personen. In die database ontbreekt veel persoonlijke informatie, zoals paspoortgegevens, creditcardnummers en bankgegevens.

Voor geen enkele Nederlandse krant is de gebrekkige toegang tot de documenten reden om er niet over te schrijven. Bijna allemaal zetten ze meerdere redacteuren op het dossier. Zij proberen, net als Trouw en het FD overigens, het nieuws te duiden. Want een naam kan wel opduiken in de documenten, is de praktijk daarmee ook illegaal?

Het Algemeen Dagblad – dat één redacteur Panama Papers aanstelde – kiest daarnaast voor verhalen „dichtbij de lezer”. Chef nieuwsdienst Dennis Naaktgeboren: „Sluist de slager om de hoek zijn geld ook via Panama?”