Column

Jan Pikkemaat leert ramen lappen

Vroeger zat Jan Pikkemaat (54) in de productie van kachels, en dat beviel hem goed, tot de bazen met hun stopwatches kwamen. Nu zit hij in de dagbesteding, in Almelo. Weer productiewerk, maar rustiger. De kachelfabriek is naar Polen verplaatst.

Vroeger was hij ook getrouwd, maar zijn vrouw bedroog hem – „als ik naar het biljarten was, ging zij op internet naar andere mannen zoeken” – en nu woont hij in een huis voor mensen met een beperking, als hij tenminste niet bij zijn moeder is. Want sinds de dood van zijn broer is zijn moeder alleen, en dat verdraagt ze slecht.

Daar tref ik hem, woensdagmiddag, voor de televisie. Hij zegt: „In principe kom ik op donderdagavond en ga ik dinsdagochtend weg. Maar als ik hier nodig ben, blijf ik.”

Zij: „Eerst had ik Marcel. Nu heb ik hem.”

Hij: „Ik ben haar mantelzorger.”

Ze dachten dat Marcel wilde afvallen, hij at zo weinig. Toen hij niet meer kon praten, waren ze met hem naar de huisarts gegaan. Keelkanker. „De dokters hebben gefaald”, zegt Jan Pikkemaat. „Binnen vier maanden was het met hem gedaan.”

„Hij moest nog 50 worden”, zegt zijn moeder. „We hadden het zo gezellig samen.”

Hij: „Nu hebben wij het gezellig samen.”

Iedere ochtend wandelen ze naar het kerkhof, ze branden een kaarsje, daarna doen ze boodschappen. „En ik heb 1.500 films die ik nog moet zien”, zegt Jan Pikkemaat. „In het huis heb ik aangegeven dat het een van mijn leerdoelen is. Al mijn films zien en opschrijven waar ze over gaan.”

Een ander leerdoel was ramen lappen. „Ik kan het niet meer”, zegt zijn moeder. Ze steekt haar handen uit. „Ik heb twee gebroken polsen gehad.”

Hij: „Je schouder is ook niet goed.”

Zij: „Daar zit nog maar één spier in die werkt.”

Hij: „Dus ik zei tegen mijn begeleidster in het huis dat ik ramen wilde leren lappen. Ze heeft het één keer met me gedaan en toen was er geen tijd meer. Terwijl ik het nog niet kon.”

Zij: „En ik zei dat het echt moest gebeuren, want de gemeente doet het niet meer.”

Hij: „Gelukkig kwam mijn zus toen een keer op bezoek en die zei: o, dat is toch geen probleem, kom maar even mee. Ik kon het in twee minuten.”

Zij: „Hij is snel, hoor, mijn zoon. Als het moet, dan kan hij het. En nou doet hij het elke twee weken.”

Jan Pikkemaat straalt van trots. „Op mijn werk heb ik ook meer bevoegdheden gekregen. Ik vul de orderlijsten in. Daar komt heel wat rekenwerk bij kijken.”