Hij fotografeerde voor bijna niks

Hij fotografeerde jarenlang de inwoners van dorpje Heber Springs. Voor 50 cent per persoon.

Door Rianne van Dijck

Louie en Alma Ramer met hun dochters Lucille, Avonell en Faye, 1945

‘Soms is de werkelijkheid nog vreemder dan fictie.” Met die zin opende op donderdag 13 april 1939 de lokale krant van Heber Springs (Arkansas, VS) een berichtje over een van haar inwoners. De fotograaf Mike Meijer, 59 jaar en eigenaar van de Meijer Studio, wilde niet langer zo heten. Hij beweerde dat hij op driejarige leeftijd in een tornado naar het gezin Meijer was geblazen en dat hij, nu zijn vermeende ouders waren overleden en hij in onmin leefde met de familie, zijn naam wilde veranderen in Mike Disfarmer. ‘Een hoogst ongebruikelijk verzoek’, zo meende de rechter, die desondanks besloot het te honoreren.

Het is een van de wonderbaarlijke verhalen over Mike Disfarmer (1884-1959), de studiofotograaf die tussen 1915 en 1959 de inwoners fotografeerde van het plattelandsdorp Heber Springs: boeren in overalls, vrouwen in een bloemetjesjurk, soldaten voordat ze naar het front vertrokken. Net als de Amerikaanse fotografen Dorothea Lang en Walker Evans fotografeerde hij de boerenbevolking gedurende de Great Depression van de jaren dertig, met dat verschil dat Lang en Evans erop uit trokken, terwijl het bij Disfarmer ging om buren, kennissen, vrienden en familie. Terwijl zij te boek stonden als beroemde fotografen, zou Disfarmer tot zijn dood een anonieme ambachtsman zijn, die in stilte en onopvallend zijn werk deed: voor 50 cent maakte hij voor zijn klant drie foto’s, formaat postkaart.

In Foam zijn nu voor het eerst (op een kleine expositie in een New Yorkse galerie in 2005 na) zijn vintageprints te zien. De originele afdrukken dus, zoals Disfarmer ze in die tijd, op die plaats in zijn donkere kamer maakte. Niet dat zijn werk niet al eerder ontdekt werd: vijftien jaar na zijn dood, in de jaren 70, werden er tentoonstellingen van zijn werk gehouden – daarbij en sindsdien ging het echter altijd om uitvergrotingen en uitsnedes, gemaakt op basis van de originele glasnegatieven die al die tijd bewaard waren door de voormalige burgemeester van Heber Springs. De intieme kwaliteit die Disfarmer in zijn portretten had weten te leggen, werd al snel herkend en de foto’s werden verzameld en opgenomen in belangrijke collecties van onder andere het MoMa en het International Center of Photography in New York. Hij werd vergeleken met Diane Arbus, Irving Penn en August Sander en voor Richard Avedon zouden zijn rurale beelden de inspiratie zijn voor zijn beroemde serie In the American West.

De originele foto’s die nu in Foam te zien zijn, hebben niet de allure die bovenstaande ronkerigheid doet vermoeden. Het zijn geen perfecte afdrukken. Ze hebben bij mensen aan de muur gehangen of werden in familiealbums geplakt, en zijn daardoor soms beschadigd en verkleurd. En ze zijn een stuk kleiner dan de postuum geprinte versies. Het houdt in dat je soms bijna met je neus op de foto moet gaan staan om goed te kunnen zien. Disfarmer fotografeerde zo dicht op de huid, in zo’n heldere en eenduidige beeldtaal, dat je als kijker zo extra het gevoel krijgt even heel dichtbij deze echtparen, vriendengroepen en ouders met kinderen uit de vorige eeuw te zijn. De man die het liefst niks meer met zijn eigen afkomst te maken had, was een groot artiest in het vastleggen van de families van anderen.