Hij bleek dus al jaren stiekem in de drugs te zitten

Reconstructie Drugshandel Gerrit G. leidde een dubbelleven. Hij was douanier, maar adviseerde ondertussen drugssmokkelaars.

Containers in de haven van Rotterdam: ze kunnen onmogelijk allemaal gecontroleerd worden. Foto Jasper Juinen/Bloomberg

Rood of wit? Voor douanier Gerrit G. is het een routinevraag. Rood betekent controle van een container, wit betekent doorlaten. In de Rotterdamse haven passeren dagelijks ruim 15.000 containers. Die kunnen Gerrit en zijn collega-douaniers onmogelijk allemaal laten controleren. Daarom selecteren ze de meest verdachte exemplaren.

‘Op rood zetten’, noemen ze dat bij de douane. Alleen die containers worden dan gecontroleerd op illegale waar – lees: drugs. Klinkt spannend, maar Gerrit en zijn collega’s zitten de hele dag achter een computer. Op kantoor of thuis, dat maakt niet uit.

Naast zijn ambtenarenbestaan runt Gerrit G. in Rotterdam-Overschie een kringloopwinkel, samen met zijn vrouw Bianca en schoonzoon Stefan. Ze verkopen lampen, banken, servies, dat werk. Gerrit wil er na zijn afscheid van de douane fulltime aan de slag gaan.

Maar het loopt allemaal anders. Zijn vrouw wordt ziek en Gerrit gaat niet weg bij de douane. Op vrijdag 17 april 2015 wordt hij aangehouden. In zijn woning vindt de politie 1 miljoen euro cash.

Gerrit G. (1960) is de hoofdverdachte in een groot onderzoek naar cocaïnesmokkel en corruptie in de Rotterdamse haven. De groep criminelen met wie hij samenwerkte wordt ook nog verdacht van liquidaties en pogingen daartoe.

Wie is Gerrit G.? Hoe kwam hij in de drugshandel terecht? Als zijn opdrachtgever er even duizend kilo cocaïne „doorheen prakt”, verdient Gerrit er drie miljoen aan. „Dat is natuurlijk best wel interessant.”

Marajo, vertrek

Op 31 maart 2015 verlaat de Marfret Marajo de Braziliaanse havenstad Belem. Aan boord zijn drie containers bronwater, door een Braziliaans bedrijf verstuurd naar België. Volgens de Bill of Lading bevatten de drie containers 48 ton water. Dat is opmerkelijk veel: in de jaren 2012-2014 exporteert Brazilië maar 6 ton water. Het wekt argwaan.

Weken daarvoor hebben de Braziliaanse autoriteiten al alarm geslagen. Volgens de Brazilianen is het water een dekmantel voor een grote partij cocaïne die naar Nederland moet worden gesmokkeld. Het bedrijf dat het water verscheept is een façade van twee Nederlandse criminelen: Jan R. en Harry B. Maar aan wie wordt de cocaïne geleverd? Dat weten de Brazilianen niet.

De Nederlandse politie heeft een vermoeden. Jan R. is een bekende van Henk E., een drugshandelaar uit Rotterdam die al decennia in het milieu zit. Zo ziet de politie dat Jan en Henk elkaar ontmoeten in een woning aan de Spuistraat in Schiedam. E. is dan al maanden onderwerp van onderzoek, net als zijn zoon Marco. „Henk en Marco handelen in cocaïne, pillen en hasj”, vertelt een tipgever uit de onderwereld.

Om te achterhalen of Henk E. ontvanger is van de cocaïne, vraagt de Nederlandse politie de Brazilianen het transport te laten gebeuren. Brazilië stemt in met wat in politiejargon „gecontroleerde aflevering” heet. Direct na aflevering in Nederland moeten de drugs in beslag worden genomen. Om er zeker van te zijn dat de drugs niet kwijtraken, wil de politie de containers voorzien van een gps-baken. Dat wordt afgewezen.

Als zijn opdrachtgever er even duizend kilo cocaïne „doorheen prakt”, verdient Gerrit er drie miljoen aan

De angst om de containers te verliezen komt niet uit de lucht vallen. Een maand eerder, in februari 2015, verdween een lading drugs uit het zicht van de politie na aflevering in de Rotterdamse haven. Het ging om 220 kilo cocaïne, ook bestemd voor Henk E. Ondanks gebruik van een scanner om containers door te lichten, werd de partij niet gevonden.

Dat veroorzaakt ongemak. Het onderzoek richt zich niet alleen meer op drugssmokkel. Het gaat ook om de integriteit van het opsporingsapparaat.

Tijdens het onderzoek naar Henk E. en zijn criminele entourage blijkt dat E. vaak contact heeft met een douaneman. Het is Gerrit G., een onopvallende, kalende vijftiger die in ’s-Gravenzande woont, dicht bij de haven van Rotterdam. Gerrit is niet zomaar een douanier, hij werkt bij pre-arrival. Medewerkers van deze afdeling moeten uit de immense stroom containers die in Rotterdam aan wal worden gebracht, de meest verdachte natrekken. Dat doen ze op basis van profielen. Waar is de container geladen? Wat zit er in? Welk bedrijf is verantwoordelijk voor de zending, wie is de ontvanger en wie handelt de havenformaliteiten af? Op basis van dit soort gegevens selecteren ze welke containers gecontroleerd moeten worden – cruciaal werk.

En nu blijkt douanier Gerrit G. jarenlang corrupt te zijn geweest. Na zijn arrestatie vertelde hij de politie dat criminelen voorjaar 2013 zijn zwager hadden benaderd. „Ik moest contact opnemen, en anders zouden zij langskomen. Zij wisten precies waar ik zat. Ze wisten mijn huis, ze wisten alles. Ik moest gewoon meewerken, daar kwam het op neer.”

Gerrit helpt de smokkelaars niet alleen door containers met drugs door te laten. Hij adviseert de criminelen ook bij het omzeilen van de profielen die de douane gebruikt om verdachte lading te herkennen. Zo beveelt G. transportbedrijven aan die goed bekendstaan, en geeft hij advies over ladingsoorten die, gebruikt als dekmantel, minder snel tot vragen leiden. Gerrit: „Liever meloenen dan ananassen.” Hij krijgt een riante vergoeding: 7,5 procent van de straatwaarde van de coke die hij doorlaat, een slordige 275.000 euro per 100 kilo.

Marajo, aankomst

Op vrijdagochtend 17 april slaat de paniek toe bij Gerrit G. „Probleem”, meldt hij Henk E. via een beveiligde telefoon, die berichten versleutelt. „De FIOD zit erop. We zijn hem kwijt.” Een paar dagen eerder had Gerrit een container met cocaïne van E. „op wit gezet”. Nu blijken douanepolitie en Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst alsnog controle uit te voeren.

Henk: „Krijg je last?”

Gerrit: „Weet ik niet. Weer een bak van mij. Toch vreemd.”

Henk: „Raar allemaal hoor.”

Gerrit: „Pieker me gek, maar iets rondom ons valt op en die heeft connecties naar de FIOD.”

Henk: „Ik ga ook even op onderzoek uit. Het is echt gek, want niemand weet iets.”

Gerrit: „Ik snap het ook niet. Ik heb zelf veel tests gedaan op het werk en geen reactie gezien.”

Twee dagen na zijn arrestatie, legt Gerrit G. een bekentenis af over de smokkel van twee partijen cocaïne; één van 3.000 en één van 400 kilo

Als de Marfret Marajo tegen drie uur ’s middags aanlegt bij de ECT-containerterminal in de Eemhaven, staat een speciaal team van de politie klaar. De controle van de containers wordt gedaan door Cor en Arie, twee opsporingsambtenaren van de FIOD. Ze verbreken het zegel van de rederij en openen de deur van een container met pallets vol doorzichtige plastic waterflessen. Ook zien ze dozen ‘Aqua Vida’. Arie laat zijn speurhond Cendy in de container zoeken. Cendy, een gecertificeerde narcoticaspeurhond, reageert niet. Is de cocaïne opnieuw kwijt?

Cor en Arie laten de container naar een douaneloods brengen om de hele vracht te lossen – een ongebruikelijk onderzoek dat veel tijd en menskracht kost. Maar de belastingambtenaren weten vrijwel zeker dat ze wat zullen vinden. Dat had de politie hun verzekerd op basis van de contacten tussen E. en G.

Als Cor en Arie die vrijdagavond hun speurhonden loslaten op de uitgeladen vracht, krijgt de politie gelijk. De honden Cendy en Tyko slaan aan bij kartondozen Aqua Vida. Arie maakt de doos open en vindt een pakket. Hij steekt zijn mes erin en er blijft een witte substantie aan kleven: cocaïne. Ze vinden uiteindelijk bijna 400 kilo in 338 pakketten. Geschatte straatwaarde: 12 miljoen euro. Het is dan half negen ’s avonds.

Gerrit G. zit dan al in een politiecel. In het weekend wordt hij intensief ondervraagd over zijn werk voor de smokkelaars. Hij vertelt alles over zijn samenwerking met Henk E. en de andere smokkelaars. Over de ruzie tussen de criminelen, hoe ze elkaar besodemieteren en naar het leven staan. Een van die ruzies ging over een partij cocaïne van liefst 3.000 kilo, die in november 2014 werd onderschept.

Tijdens zijn verhoren vertelt Gerrit G. ook over zijn relatie met schoonzoon Stefan van Z., die hij bij zijn criminele praktijk heeft betrokken. Stefan is een goede jongen, zegt Gerrit. „Iedereen trok aan mij. Mijn kop zat zo vol dat het barstte. Daarom ben ik met Stefan dingen gaan delen.”

De politie confronteert de douanier met afgeluisterde gesprekken tussen hem en zijn schoonzoon. Gerrit hoort Stefan zeggen: „Wat zei hij nou over jouw geld, dat je het nu zelf moet doen?” En dan hoort Gerrit zichzelf: „Nee, dat heb ik al lang weggebracht. Dat had ik gisteren al gedaan.”

Gerrit is overrompeld door de opname: „Daar kan ik nu niet op reageren.” Op zondag 19 april, twee dagen na zijn arrestatie, legt douanier Gerrit G. een bekentenis af over de smokkel van twee partijen cocaïne; één van 3.000 en één van 400 kilo. „Ik ben betrokken bij de afhandeling. Dat heb ik gedaan.”

Het onderzoek naar Gerrit G. is nog in volle gang. In afwachting van zijn berechting dit najaar wil zijn advocaat Jan-Hein Kuijpers geen commentaar geven.