Gewoon gezin van moordenaars

Pablo Trapero De regisseur legt Argentinië voor en na de dictatuur bloot in voortreffelijk en ijzingwekkend misdaaddrama El Clan.

Geen fijn stel: vader Arquímedes en zoon Alejandro Puccio (Guillermo Francella enJuan Pedro Lanzani).

Met meer dan 800.000 bezoekers had El Clan het beste openingsweekend ooit voor een film in Argentinië. De film laat alleen de zwarte komedie Wild Tales (2014) voor gaan als de best bezochte Argentijnse film ooit in eigen land.

De voortreffelijke thriller van regisseur Pablo Trapero is gebaseerd op een in Argentinië beruchte zaak van de op het oog heel gewone familie Puccio, die zowel onder de militaire dictatuur van Videla als na de terugkeer van de democratie in 1983 in zijn inkomen voorzag met kidnapping en moord. De familie werd daarbij deels gedekt door de autoriteiten. Het gezin hield de slachtoffers vast in het souterrain van hun woning in een nette buurt in Buenos Aires.

Het fenomenale succes van de film was „een verrassing”, zegt Trapero per skype vanuit Buenos Aires. „Ik heb zeven jaar met het plan voor de film rondgelopen. Gemakkelijk was het niet om de financiering rond te krijgen, want dit is bepaald geen vrolijk, licht verhaal. Dat de film zo’n succes bleek te zijn, is een enorme verrassing, maar wel een prettige.”

Inmiddels is er ook een boek en een Argentijnse televisieserie over dezelfde zaak gemaakt. Maar toen Trapero met zijn research begon was er nog niks. „We hebben zelf knipsels bij elkaar gezocht in de krantenarchieven, met de nabestaanden van slachtoffers gesproken, met de advocaten van destijds, met vrienden en kennissen van de familie. We hebben zelfs psychologische profielen opgesteld van de gezinsleden. Toen ik met het onderzoek begon, had ik verwacht op een familie van freaks te stuiten. Maar het tegenovergestelde was waar. In veel opzichten was dit een normaal gezin uit de middenklasse met aspiraties om hogerop te komen. De moeder was onderwijzeres, een van de dochters stond ook voor de klas, de zoon was heel succesvol als rugbyspeler. Dat is juist het meest onrustbarende.”

Waarom sloeg de film zo aan?

„Voor mij stond vanaf het begin de verhouding centraal tussen de vader en de zoon, Arquímedes en Alejandro. Die relatie komt op de eerste plaats: nog vóór de misdaden en de historische context van Argentinië onder de dictatuur. Dat was voor mij een manier om dichter bij de personages te komen. Ik denk dat het voor het publiek ook zo werkt. Hoe verbijsterend en gruwelijk hun misdaden ook zijn, toch heeft iedereen een vader, iedereen kan zich in ieder geval daarmee vereenzelvigen. De film nodigt de kijker als het ware uit om lid te worden van de familie.”

Zijn de Argentijnen er nu rijp voor om films te zien over de zwarte bladzijden in hun geschiedenis?

„Uiteraard wil ik met de film een verhaal vertellen over mijn land en wat er is gebeurd in de jaren zeventig en tachtig. Maar dit verhaal is helaas niet alleen relevant voor Argentinië. Er zijn veel landen waar vergelijkbare missstanden plaatsvinden, zonder dat mensen dat onder ogen willen zien, meestal omdat ze er op de een of andere manier een belang bij hebben om weg te kijken. Juist als je weg wilt kijken van de werkelijkheid slaat die werkelijkheid met meer hardheid en wreedheid toe. Misdaad zegt altijd iets over de maatschappij. Dat er in Amerika zoveel schietpartijen op scholen plaatsvinden, zegt iets over de Verenigde Staten. Argentinië onder de dictatuur heeft deze familie gecreëerd. Hoe meer je ingaat op de specifieke details, hoe meer het verhaal universele trekken krijgt.”

U heeft zelfs psychologische profielen opgesteld van de familie. Wat waren uw conclusies?

„Dat blijft heel ingewikkeld. Voor de zoon, Alejandro, geldt dat hij zowel slachtoffer is als dader. Hij is geboren in dit gezin en opgegroeid met deze vader. Dat heeft hem gevormd en daar kon hij niets aan doen. Maar hij heeft vervolgens niets ondernomen om te ontsnappen, ook niet toen hij eenmaal volwassen was. Dat is natuurlijk ook niet eenvoudig, als je in die wereld bent opgeroeid. De kinderen zijn eigenlijk de eerste slachtoffers in deze zaak. Maar in een soort variant op het Stockholmsyndroom zijn de slachtoffers van hun onderdrukkers gaan houden en zich met hen gaan vereenzelvigen. Dat komt wel meer voor in gezinnen waar veel problemen zijn.”

Ondanks de zware thematiek is er in de film ook ruimte voor zwarte humor.

„Dat heb je nodig, anders zou de film onverdraaglijk kunnen worden. Ik hou daar zelf ook van als ik naar een film kijk. Ik vind het prettig als een film complexe emoties oproept, als een film in een oogwenk van een dramatisch naar een komisch moment gaat. Het moeilijke is om daar de juiste maat in te vinden. Dat is een heel delicate balans: tussen wat de film nodig heeft als drama, en kleine, komische momenten waarop we als toeschouwer even mogen ontsnappen aan de spanning.”