New Yorkse muizen ontwikkelen eigen soort

Voor witvoetmuizen is downtown New York een eilandenrijk geworden. Omringd door drukke straten, komen de muizen niet meer in contact met soortgenoten in andere stadsparken. Elk park heeft nu zijn eigen evolutionair geïsoleerde muizenpopulatie. Dat maakten biologen woensdag in Biology Letters bekend.

De witvoetmuis (Peromyscus leucopus) is een veelvoorkomende Amerikaanse muizensoort met een wit buikje. Het is geen typische stadsmuis: het knaagdiertje komt vooral voor in bossen. Zijn dieet bestaat daar vooral uit insecten, fruit, noten en planten. Het leven van een gemiddelde wilde witvoetmuis duurt een half jaar en speelt zich af binnen een straal van 100 meter.

Op de plek waar nu New York ligt leefden al witvoetmuizen. Zij zijn langzaam door wolkenkrabbers ingesloten geraakt.

Aan het DNA van New Yorkse muizen is terug te zien wanneer ze van de rest geïsoleerd zijn geraakt. Die jaartallen vallen samen met de inrichting van stadsparken. Zoals dat van Central Park, in 1857. De muizen van Long Island leven al het langst apart, bleek uit het DNA-onderzoek. Long Island werd tussen de 13.000 en 15.000 jaar geleden een eiland, toen de zeespiegel steeg aan het einde van de laatste IJstijd.