Eigen goudmijn eerst

Disney De studio werkt aan een reeks remakes van animatieklassiekers.

Wat doe je als de kip met de gouden eieren in je achtertuin rondscharrelt? Slachten! Dat moet Disney hebben gedacht nadat Tim Burtons live action-bewerking van Alice in Wonderland - een verhaal dat Disney al eens als tekenfilm in 1951 onder handen nam - in 2010 meer dan een miljard dollar opbracht. Nadien deden ook Doornroosje-adaptatie Maleficent (2014, animatiefilm in 1950) en Cinderella (2015, animatiefilm in 1959) de kassa’s rinkelen.

Vanaf deze week is The Jungle Book in een versie van regisseur Jon Favreau te zien, waarin Mowgli (Neel Sethi) het oerwoud moet ontvluchten omdat de angstaanjagend realistische aandoende – maar computer geanimeerde – tijger Shere Khan hem naar het leven staat. De film lijkt net als verschillende andere hedendaagse remakes op een iets ouder publiek te mikken dan de tekenfilms van weleer, met spectaculaire 3D-actie en eigenzinnige personages. Zo beslist Mowgli anno 2016 zelf om te vertrekken bij de wolvenroedel en wordt hij niet weggestuurd door de wolven zoals in Disney’s tekenfilmversie uit 1967.

Disney kondigde nog een tiental andere bewerkingen aan. De studio werkt aan een nieuwe Belle en het Beest, Dumbo en een vervolg op Alice in Wonderland.

Lees ook het interview met regisseur Jon Favreau: ‘De natuur is niet meer onze vijand’

Volgens sommige critici is die hernieuwde liefde voor remakes niet alleen ingegeven door het verlangen om nogal schematische personages van meer diepgang te voorzien. Eerder speelt vrees voor teveel risico’s een rol. Door een verhaal te nemen dat bij kijkers over de hele wereld nostalgische gevoelens oproept, en te combineren met Hollywoodsterren, bekende regisseurs en de nieuwste animatietechnieken, is de studio eerder verzekerd van succes dan met een volledig nieuwe productie zoals Zootropolis (2016), Disney’s animatiefilm over een utopische dierenstad waar vooroordelen geen rol meer mogen spelen.

„Voeg daar ook nog de nieuwsgierigheidsfactor toe”, zegt Paul Bond, International Business Editor van filmvakblad The Hollywood Reporter. „Kijkers vragen zich af hoe de live action-versie van de films er uit zal zien.” Bond vindt het vooral verwonderlijk dat het zo lang duurde voor Disney op het idee kwam. „Mij leek het altijd een no brainer dat deze goeie verhalen ‘getweaked’ moeten worden herverteld met grote acteurs.”

Historisch gezien is Disney een studio die risico nam, en niet altijd op veilig speelde

Filmonderzoeker Chris Pallant, auteur van het boek Demystifying Disney, weerspreekt het verwijt dat Disney alleen maar op veilig wil spelen: „Dat is wel een factor, maar historisch gezien neemt Disney ook regelmatig grote risico’s: ze maakten Fantasia (1940), een film die is gebaseerd op klassieke muziek, ze namen de gok om themaparken op te richten rond de figuren uit hun films, en meer recentelijk heb je de miljardenaankopen van bedrijven zoals animatiestudio Pixar, superheldenfirma Marvel en Lucasfilm van Star Wars.” Behalve commerciële motieven ziet Pallant dus een andere reden voor de remakes: „Computeranimatie speelt een immense rol in deze films. De kans is groot dat animatoren achter deze live action-films het gewoon spannend vinden om Disney’s handgetekende verhalen op een nieuwe manier tot leven te wekken met de technieken die nu voor handen zijn. Wat zij nu doen is eigenlijk even spectaculair als de tekenaars bij de vroege films.”

Opvallend is wel de overdaad aan nieuwe films volgens dit procedé. De kans bestaat dat het publiek op een zeker moment afhaakt. Pallant: „Maar de productie van deze remakes duurt twee à drie jaar, minder lang dan de handgetekende films. Ook de kosten liggen lager. Disney kan gemakkelijker inspelen op dalende interesse.” De concurrentie slaapt niet. Warner Bros bracht in het afgelopen jaar Pan uit – een 3D-spektakelfilm over Peter Pan en hoe hij in Neverland belandde. Warner besloot om de eigen versie van Rudyard Kiplings The Jungle Book tot 2018 uit te stellen.

Verschillende van Disney’s meest succesvolle ‘klassieke’ tekenfilms uit de jaren vijftig en zestig zijn fel bekritiseerd wegens seksisme, gebrek aan diversiteit en raciale stereotypering. In de meer hedendaagse animatiefilms kon Disney vrouwelijke heldinnen met een sterke eigen wil opvoeren en personages met meer diverse achtergronden. In 2009 kwam De prinses en de kikker uit met de eerste Afro-Amerikaanse prinses – hoewel ze het merendeel van de film een kikker is – en Moana dat eind dit jaar verschijnt zal gaan over een pubermeisje dat haar eiland in de Pacifische Oceaan verlaat.

Hoe moet Disney het gebrek aan diversiteit in de oude films aanpakken? Journalist Bond: „Disney is een politiek correct bedrijf dat allerlei klachten kan zien aankomen en zijn films aanpast om die kritiek voor te zijn.”

In Favreau’s Jungle Book is alvast het personage van King Louie aangepast. In Disney’s origineel uit 1967 was de jazzy apenkoning – een diersoort die volgens oude racistische clichés met Afrikanen in verband wordt gebracht – het enige personage dat stamelde en slecht sprak. In de nieuwe film is hij stoer, machtig en welbespraakt. Hij is veranderd in een Gigantopithecus, de reusachtige mensaapsoort die ooit in India leefde en heeft het stemgeluid van een maffiabaas.