Doodsbang om het fout te doen

onderzoek Bij familiebedrijven gaat de overdracht vaak mis, waarom?

Illustratie Tomas Schats

Het is een van de grootste bedreigingen voor het voortbestaan van een familiebedrijf: de overdracht van een oude op een nieuwe generatie. Sterker nog, bijna zeven op de tien familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling niet. Hoe kan dat?

Het zit hem in vertrouwen van de oudere generatie, stelt onderzoek van de Rotterdam School of Management, Rabobank en adviesbureau BDO, waarvan de resultaten afgelopen donderdag gepubliceerd werden.

„Het lukt de oprichters van een bedrijf zelden opvolgers dusdanig te vertrouwen, dat ze het op kunnen brengen níet achter de schermen mee te besturen”, zegt onderzoeker Pursey Heugens. En dat is funest voor iedere vorm van ondernemerschap.

‘Vertrouwen opbouwen kost tijd’

Had een eerste generatie ondernemers nog niets te verliezen, de tweede generatie is doodsbang te verpesten wat hun voorgangers opbouwden. „Die omslag in ondernemersgeest is in veel gevallen radicaal”, zegt Heugens. De meeste (jonge) bedrijven worden groot onder de durf te investeren. Opvolgers zijn daarentegen zodanig gericht op behoud, dat ze juist een conservatieve houding aannemen. „Die houding staat haaks op gezond ondernemerschap, waarin risico’s nemen simpelweg nodig is”, stelt Heugens. „Een beetje behoud is niet erg, maar het moet niet ten koste gaan van de ondernemersgeest. Zeker niet binnen een jong familiebedrijf.”

Bovendien neemt met iedere nieuwe generatie het aantal familieleden dat aandeelhouder is toe. Heugens: „ Ook dat gaat ten koste van investeringen. Het komt niet zelden voor dat opvolgers bezig zijn het dividend van familieleden veilig te stellen, in plaats van gezonde bedrijfskeuzes te maken.”

Maar hoe voorkom je zo'n ‘mislukte’ overdracht? „Belangrijk is op tijd te beginnen”, zegt Heugens. „Ik heb het dan over jaren. Het wekken van vertrouwen kost simpelweg tijd.” Zorg ervoor dat emotionele overwegingen, verstandige besluiten niet in de weg staan. „De eerste generatie is geneigd allerlei constructies in te bouwen, waarmee het ook na de overdracht nog zeggenschap heeft.” Geef oprichters de tijd de touwtjes uit handen te geven, en opvolgers de tijd te bewijzen niet in zeven sloten tegelijk te zullen lopen. „En”, vervolgt Heugens, „koop familieleden alsjeblieft zo vroeg mogelijk uit.”