Doe als een gorilla, het helpt!

Podiumvrees Spreken in het openbaar: veel mensen worden er zenuwachtig van. Na een rampzalige lezing ontdekte journalist Dorien Knockaert dat oefenen met je lichaamshouding die angst bij haar weg kan nemen.

iStock

Ik zal het gênantste maar meteen vertellen. Het was een van de eerste keren dat ik ergens als spreker was uitgenodigd. Ik had al wel een paar keer een publiek toegesproken, op gelegenheden waar amateurisme niet echt stoorde. Maar nu was het een professionele lezing als culinair journalist.

Alleen had ik het zelf niet echt zo opgevat. Ik dacht dat het een middagje bij een kleine culturele vereniging zou zijn. Het thema waarvoor me een bijdrage was gevraagd, leek me niet razend interessant, maar het was niet in me opgekomen om een tegenvoorstel te doen.

Toen ik arriveerde op het afgesproken adres, bleek dat een grote zaal met een podium, een lessenaar en een microfoon. Zo’n 150 vijftigplussers zaten te wachten tot hun hoorcollege begon. Ik probeerde te doen alsof ik daar op voorbereid was. Ging nog even naar de wc. Klom het podium op – in mijn herinnering is het een waanzinnig hoog podium. En begon aan een monoloog die duidelijk nergens heen ging.

Drie kwartier ratelen

Gelukkig had een vriendin van me ook net in die periode haar eerste boek geschreven, en had ze evenveel last van podiumvrees – het is echt een beangstigende gedachte dat je als schrijver meteen verondersteld wordt ook een overtuigende spreker te zijn. We mailden elkaar kleurrijke beschrijvingen van onze onbeholpenheid. Toen gooide ze er plots ook een bruikbare tip tussen: „Ik heb wel iets aan power posing, van Amy Cuddy.” En dat was voor mij het begin van beterschap. In Presence, het boek van de Amerikaanse psychologieprofessor Amy Cuddy dat onlangs in het Nederlands verscheen, is power posing vertaald als ‘krachthoudingen’.

Toen Cuddy in mijn leven kwam, had ze nog geen boek, wel een TED-talk. Daarin vertelt ze hoe ze zelf lang worstelde met het gevoel dat ze in de academische wereld een mooiere positie had verworven dan ze verdiende.

De vrees om door de mand te vallen, knaagde aan haar, vooral wanneer ze een belangrijk netwerkgesprek had, of een presentatie moest geven. Net op die onzekerheid spitste ze als professor haar onderzoek toe, en ze ontdekte dat je jezelf ervan kunt bevrijden. Heel concreet: door twee minuten ‘krachthoudingen’ aan te nemen, krijgt je zelfvertrouwen de overhand, of je nu een presentatie, een sollicitatiegesprek of een netelig telefoontje naar je zus voor de boeg hebt.

Gorilla, of Mega Mindy

Krachthoudingen zijn helemaal wat je je erbij voorstelt: je poseert als een geile gorilla, als een gewichtheffer of als Mega Mindy. Maar het kan ook discreter: rechtop staan, kin omhoog, borst vooruit, benen open, handen in de zij.

Ik bracht het advies een eerste keer in de praktijk in het auditorium van een provinciehuis. Ik moest het podium op nadat twee andere (vreselijk ervaren) sprekers hun verhaal hadden gedaan. Zolang ik niet aan de beurt was, had ik tijd voor gorillahoudingen.

Afgezonderd op de laatste rij, strekte ik mijn rechterarm uit over de leuning van de stoel naast mij, waardoor ik heel breed werd. Ik pootte mijn voeten ver uiteen, en stak mijn kin in de lucht (maar niet zo hoog dat je langs je neus moet kijken, schrijft Cuddy).

Toen ik een uur later het podium op moest, was mijn dictie even slordig als voorheen, mijn powerpointpresentatie even rudimentair, mijn zinsbouw even vaak verbrokkeld. Ik zal ook wel weer gebloosd hebben. Maar wat bleek? Het publiek vergeeft je heel veel als je het in je passie laat delen. Het was de eerste keer dat ik mezelf op een podium amuseerde.

Sindsdien denk ik bijna altijd aan Amy Cuddy voor ik een groep mensen toespreek. Rug recht, borst vooruit, benen niet verstrengelen. Soms beeld ik me even in dat ik een balletlerares ben die streng maar rechtvaardig over een auditie zit te jureren. (Ja, ik kijk graag dansfilms.) En fantaseren werkt even goed als poseren, merkte Cuddy in haar onderzoek. Wie zich twee minuten inbeeldt dat hij als Obama de massa toespreekt, is daarna ook in de werkelijkheid zelfzekerder. Maar alleen kijken naar foto’s van Obama volstaat niet.

Meer pijn verdragen

Amy Cuddy’s boek stelde me aanvankelijk teleur. Het heeft veel anekdotes, een vertrouwelijke toon, weinig charme, eindeloze herhalingen. Toch wordt het weer boeiend wanneer Cuddy schetst hoe we met ons lichaam ons denken kunnen beïnvloeden. Ze legt uit waarom yoga zo therapeutisch is voor onze geest: vooral de vertraagde, ritmische ademhaling die bij de bewegingen hoort, ontspant ons en stemt ons positiever. Ze schrijft dat krachthoudingen ons niet alleen zelfverzekerder, maar ook trefzekerder maken: uit de analyse van een reeks strafschoppen bleek dat spelers die oogcontact met de keeper van het andere team vermeden, significant vaker misten. Wie een dominante houding aanneemt, kan volgens Cuddy bovendien meer pijn verdragen, én kan beter abstract denken.

Omgekeerd bevestigt een reeks onderzoeken dat een ineengedoken lichaam machteloze en depressieve gevoelens versterkt.

Kan Cuddy onzekerheid uitroeien? Dat niet – en zouden we dat wel willen? ‘Geen enkele aanpak kan dat’, schrijft ze. ‘Wat ik je vooral wil zeggen is dat je lichaam voortdurend op een heel overtuigende manier informatie uitwisselt met je hersenen. En het is aan jou om die informatie te beheren.’

De Standaard