De ernst van bariton Thomas Hampson is ongeloofwaardig

Dat Thomas Hampson (1955) een fantastische zanger is, lijdt geen twijfel. Zijn bronzen bariton is een moeiteloos zingend, rijkgeschakeerd instrument. Hampson beheerst zijn stem tot in de details, intoneert feilloos en heeft een innemende voordracht. Dat alles kwam gisteravond samen in Samuel Barbers lyrische anti-oorlogsaanklacht Dover Beach, waarin Hampson precies de juiste toon trof. Maar Hampson is ook een beetje gladjes. Dat is niet echt een muzikaal argument, maar de Vier ernste Gesänge die Brahms kort voor zijn dood componeerde op Bijbelteksten, leden onder een ernstig euvel: ze waren niet geloofwaardig. Hampsons ernst was een pose, net te dik aangezet. Daarbij ontnam het lage register (de liederen zijn bedoeld voor bas) bij vlagen glans en diepte aan zijn stem. De jubelende eindoverwinning van de liefde klonk ongepast zelfingenomen.

Het type theatraliteit waarmee Hampson in Brahms de plank missloeg, werkte juist perfect in een reeks liederen van Wolf en Schubert. In Wolfs Rattenfänger leefde Hampson zich uit terwijl de strijkers demonisch gilden. Maar het mooist was Schuberts kleinood Geheimes – zo efemeer én diep als een hartstocht kan zijn.

Amsterdam Sinfonietta opende het concert met een heerlijke bewerking van Brahms’ Tweede strijkkwintet. Van het onweerstaanbare cellothema tot de voetjes-van-de-vloer-finale was het samenspel van superieur niveau, met het tere Adagio als hoogtepunt.