Bankenfonds Italië kan misère vergroten

Italië tuigt een fonds van 5 miljard euro op om de problemen bij de banken aan te pakken. Of het zal werken, is zeer de vraag.

Het hoofdkantoor van de bank Monte dei Paschi di Siena. Foto Alessia Pierdomenico / Getty Images

Met een speciaal fonds probeert de Italiaanse regering een groot risico voor de stabiliteit van de eurozone aan te pakken: de wankele toestand van het bankenstelsel van Italië.

Het fonds van 5 miljard euro moet voorkomen dat een bank omvalt en daarna andere banken meesleurt. De Italiaanse financiële sector hoest het geld grotendeels zelf op.

Sinds afgelopen herfst, toen de regering vier regionale banken moest redden, is het onrustig in de sector. De aandelenkoersen van Italiaanse banken zijn ingezakt. Het grootste probleemgeval, Monte dei Paschi di Siena, verloor sinds begin 2016 meer dan de helft van haar beurswaarde en de grootste bank van Italië, Unicredit, ruim eenderde.

De Italiaanse banken hebben weinig kapitaalbuffers, bleek eind 2014 uit onderzoek van de Europese Centrale Bank (ECB). En ze zitten vol met ‘slechte’ leningen, krediet waarvan onzeker is of burgers en bedrijven het kunnen terugbetalen. Het weerspiegelt de zwakte van de economie.

Het fonds, met de naam Atlante (‘Atlas’), neemt al deze problemen op zich. Het moet eerst bijspringen bij de door de ECB geëiste herkapitalisatie van enkele banken. Maandag staat een aandelenemissie gepland van Banca Popolare di Vicenza, schrijft zakenkrant Il Sole 24 Ore. Het fonds moet garanderen dat de banken genoeg kapitaal ophalen. Dat gaat als volgt: als aandeelhouders geen gebruikmaken van de rechten op nieuwe aandelen, koopt het dons die aandelen. Daarna moet het fonds ook de slechte leningen op de bankbalansen gaan kopen. Eerder sprak de regering met de Europese Commissie af dat banken het slechte krediet kunnen doorverkopen in opgeknipte stukjes (‘securitisatie’). Beleggers die de leningen willen kopen, kunnen garanties krijgen van de staat – iets waarmee Brussel slechts met tegenzin akkoord ging, want het komt dicht in de buurt van staatssteun.

Het initiatief voor het fonds kwam van de regering, maar formeel is Atlas een privaat vehikel, bestuurd door vermogensbeheerder Quaestio in Milaan. De staat betaalt, beperkt, mee. Staatsbank Cassa Depositi e Prestiti levert naar verwachting 10 procent van het kapitaal. Grote banken dragen het meeste bij. Deze constructie moet voorkomen dat Italië de aangescherpte Europese regels voor staatssteun aan banken schendt.

Op het fonds is al hevige kritiek Bankenexpert Silvia Merler van de Brusselse denktank Bruegel denkt dat het de problemen alleen maar verergert. „Als de banken alleen dankzij het fonds genoeg kapitaal kunnen ophalen, stelt dat beleggers niet gerust, maar doet het het tegenovergestelde”, schrijft Merler in een e-mail.

Het laat zien hoe de Europese bankenunie niet alle problemen oplost. De ECB signaleert tekortkomingen bij banken en de regels zijn strenger, maar de lidstaten moeten nog altijd zelf creatieve oplossingen bedenken.