Rechtszaak om ‘zelfportretten’ Robert Mapplethorpe

Robert Mapplethorpe, Self Portrait (1980) Foto Robert Mapplethorpe Foundation

De Amerikaanse dichter en fotograaf Bobby Miller heeft een rechtszaak aangespannen tegen de Robert Mapplethorpe Foundation en vier prominente New Yorkse musea en galeries. Miller eist een schadevergoeding van in totaal 65 miljoen dollar omdat hij de maker zou zijn van vier foto’s die al decennialang als zelfportretten van Mapplethorpe worden getoond en verkocht.

Het gaat om opnamen waarop de in 1989 aan aids overleden fotograaf met make-up, pruik en stola in travestie staat afgebeeld. De twee gedaagde galeries vertegenwoordigen Mapplethorpe, het Whitney Museum of American Art en het Guggenheim Museum bezitten afdrukken van de betreffende foto’s. De advocaat van de Mapplethorpe Foundation, die 45 miljoen zou moeten betalen, noemt de claim „frivool”.

Volgens Miller zijn de foto’s gemaakt op 22 november 1979, in het appartement van Mapplethorpe in Bond Street in New York. Miller was daar voor een interview met Mapplethorpe, die toen net naam begon te maken met zijn expliciete zwart-witfoto’s van de New Yorkse SM-scene. Na een gezamenlijk diner zou Miller zijn collega hebben overtuigd van een fotosessie in travestie. Volgens de aanklacht maakte Miller, die ook actief was als visagist, Mapplethorpe op, deed zijn haar en hing hem een bontstola om. Daarna volgde een fotosessie waarbij twaalf opnamen werden gemaakt.

Volgens Miller waren de foto’s bedoeld voor zijn archief. Omdat hij inging op Mapplethorpe’s aanbod de films door diens assistent te laten ontwikkelen, kreeg hij ze echter niet in handen. Pas toen Miller de portretten in 1988 in het Whitney Museum zag hangen, werd hij zich bewust van de incorrecte toeschrijving. Volgens zijn advocaat heeft hij sindsdien tevergeefs geprobeerd de negatieven terug te krijgen.

Miller maakt portretboeken van fetisjisten die in niets lijken op de foto’s van Mapplethorpe. Waarop zijn schadevergoedingen zijn gefundeerd is onduidelijk. Afgelopen najaar werd een afdruk van Man in polyester suit, een foto die Mapplethorpe maakte van het middenrif van een donkere man in een goedkoop pak met zijn penis uit de gulp, voor een half miljoen dollar geveild. De hoogste opbrengst voor een de vier zelfportretten was 66.000 dollar.

Mapplethorpe, wiens werk in de VS lange tijd onder vuur lag, is inmiddels gecanoniseerd. In Los Angeles is nu een grote overzichtstentoonstelling te zien in het J. Paul Getty Museum en het Los Angeles County Museum of Art (LACMA). Bij het betaalkabeltelevisienetwerk HBO ging vorig week de documentaire Mapplethorpe: Look at the Pictures in première.