Politieke kritiek op de ECB, het mag opeens

Monetair beleid In Nederland en Duitsland vallen politici nu de centrale bank aan. Ooit moest die onafhankelijk zijn.

Illustratie Stella Smienk

De hoge toren van de Europese Centrale Bank (ECB) aan de rivier de Main in Frankfurt straalt behalve macht ook onafhankelijkheid uit: het imposante gebouw staat in zijn eentje op een groot, vrijwel leeg terrein. Maar de positie van onafhankelijkheid staat flink onder druk. Politici in twee landen waar de onafhankelijkheid van de ECB tot dusver gold als een heilig principe, Duitsland en Nederland, nemen de centrale bank steeds meer onder vuur.

Het moet maar eens afgelopen zijn met de extreem lage rentes en de massale opkoop van staatsleningen door de ECB, zo klinkt het.

Nog maar kort geleden was kritiek op ‘Frankfurt’ een politieke doodzonde: de ECB moest autonoom kunnen opereren van de politiek, anders zouden regeringen de geldpers gaan aanzetten. Nu de ECB in Duitse en Nederlandse ogen zélf te veel geld in de economie pompt, slaat de stemming om. Kritiek op de ECB en haar president, Mario Draghi: het mag opeens.

Woensdag moet Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank en lid van het ECB-bestuur, naar de Tweede Kamer komen om kritische parlementariërs van repliek te dienen. Initiatiefnemer van het gesprek is CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt.

Voor Omtzigt is de onafhankelijkheid van de ECB niet onvoorwaardelijk: die geldt alleen wanneer de ECB zich aan haar mandaat houdt. „Wij hebben ernstige twijfels of dit nog het geval is”, zegt hij aan de telefoon. Hij doelt op de opkoop door de ECB van staatsleningen, voor inmiddels 80 miljard euro per maand. Omtzigt kenschetst dit als „het creëren van een schuldenunie, een centraal aangestuurde schuldenberg door de achterdeur”. „Dit was nooit de bedoeling. Het is aan de politiek om de ECB aan haar mandaat te houden”.

Eerder riep zijn fractie het kabinet op om „de Nederlandse belangen te verdedigen” en in „verzet” te komen tegen het ECB-beleid. Zowel pensioenfondsen als banken in Nederland klagen over de gevolgen van de extreem lage rente. De kapitaalpositie van pensioenfondsen staat onder druk en banken hebben hogere kosten aan het stallen van geld bij de ECB, door de negatieve ECB-depositorente die werkt als een boete voor de banken. Woensdag zijn in de Tweede Kamer ook pensioenfondsbestuurders te gast, alsmede ABN Amro-topman Gerrit Zalm die Draghi onlangs een veeg uit de pan gaf.

Schäuble houdt Draghi verantwoordelijk voor succes van populisten

In Duitsland is het ‘verzet’ tegen de ECB van regeringswege al begonnen. Minister van Financiën Wolfgang Schäuble liet zich vrijdag ongekend fel uit over de ECB. De lage rente raakt de Duitse spaarders, stelt hij, en dat verklaart deels het succes van de protestpartij Alternative für Deutschland. Schäuble zei volgens de krant The Wall Street Journal: „Ik heb gezegd tegen Mario Draghi: (…) wees maar trots: je kunt 50 procent van de resultaten van een partij die nieuw en succesvol lijkt te zijn, toeschrijven aan dit [monetaire] beleid”.

Nog verregaander was een andere uitspraak van Schäuble. Hij zei met zijn Amerikaanse collega Jack Lew te hebben gesproken over een „gezamenlijke poging” om centrale banken „aan te sporen” op te houden met het lage rentebeleid. Met andere woorden: de politiek moet ingrijpen.

De ECB wijst alle kritiek van de hand. De centrale bank handelt wel degelijk binnen haar mandaat, zegt Draghi telkens. In het EU-verdrag staat dat prijsstabiliteit het hoofddoel is van de ECB. De ECB legt dit uit als: inflatie van net onder de 2 procent op de middellange termijn. Nu ligt de inflatie rond de nul. De opkoop van staatsleningen moet meer geld in het financiële circuit brengen en zo de inflatie aanjagen. Andere centrale banken deden dit al eerder.

Lex Hoogduin, monetair econoom en oud-adviseur van de eerste ECB-baas Wim Duisenberg, vindt het „een heel vervelende situatie” dat politici nu de onafhankelijkheid van de ECB ter discussie stellen. Hoogduin noemt het ECB-beleid weliswaar „ontspoord”, onder meer omdat de ECB volgens hem doet aan ‘monetaire financiering’, de financiering van overheden. „Maar ik heb de onafhankelijkheid van de ECB hoog in het vaandel staan. Ik heb begrip voor wat Schäuble zegt, maar hij begeeft zich op een glibberig pad. In het verdrag staat ook dat politici geen instructies mogen geven aan de centrale bank.”

Dirk Bezemer, econoom in Groningen en uitgenodigd voor het gesprek in de Tweede Kamer woensdag, merkt op dat de ECB al sinds het begin van de eurocrisis „gedwongen is een meer politieke rol te spelen”, door het „falen van de politiek in de crisisbestrijding”. Daardoor is de ECB op haar beurt weer kwetsbaarder geworden voor kritiek vanuit de politiek.

Is het gevaarlijk dat de onafhankelijkheid van de ECB onder druk staat? Bezemer: „Dan ga je ervan uit dat de dit iets goeds is. Dit is maar de vraag. Monetair beleid heeft grote effecten op bijvoorbeeld de werkgelegenheid en inkomensverschillen, zonder dat centrale banken daarover democratische verantwoording afleggen. Daar moeten we open over nadenken”.