Plasterk moet getuigen in strafzaak-Van Rey

Minister Plasterk twitterde over een uitspraak van Van Rey tijdens de zitting. Die tweet moet hij komen toelichten in de rechtszaal.

Minister Ronald Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet getuigen in de strafzaak tegen politicus Jos van Rey. Hij wordt waarschijnlijk volgende week gehoord.

De rechtbank besloot maandag het verzoek van Van Reys advocaat Gitte Stevens om de bewindsman op te roepen toe te wijzen. Die vroeg daarom naar aanleiding van een tweet die Plasterk eerder liet uitgaan.

Van Rey werd vorige week maandag tijdens een zitting geconfronteerd met de verdenking dat hij informatie gelekt zou hebben bij de benoeming van een burgemeester. Daarop zei Van Rey dat kandidaten tijdens dat soort procedures geregeld „binnen de partijlijn” worden bijgepraat over vertrouwelijke informatie. Plasterk twitterde daarna: „Ik heb nu zeer veel burgemeesters en CdKs [Commissarissen van de Koning, red.] voorgedragen zien worden. ‘Iedereen doet aan klankborden’ is niet waar.”

Stevens noemde die tweet „ongehoord”, een schending van de trias politica (scheiding der machten) en het bewijs dat er sprake is van „een politiek proces”. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zijn de uitlatingen van Plasterk geen bewijsmiddel in het dossier en werden ze gedaan buiten het proces om. Het ziet daarom geen reden om de minister te laten komen. De rechtbank bepaalde maandag dat Plasterk over wetenschap kan beschikken waar de verdediging mogelijk belang bij heeft.

Is de rechtbank bevoegd?

De rechtbank boog zich maandag ook over de vraag of ze wel bevoegd is om Van Rey te berechten. De feiten waarvan de VVD-politicus wordt verdacht, vonden plaats toen Van Rey behalve wethouder ook nog Eerste Kamerlid was. En van ambtsmisdrijven verdachte parlementariërs dienen te worden berecht door de Hoge Raad.

De wet eist dat er een duidelijk verband is tussen de ambtsmisdrijven en het ambt van parlementariër. Het OM vindt de rechtbank wel bevoegd. Volgens de officier van Justitie pleegde Van Rey ambtsmisdrijven in zijn hoedanigheid als wethouder. Zijn advocaat vindt dat de rechtbank daarom niet bevoegd is wat betreft de aanklacht van lekken rond de burgemeestersbenoeming en kleine onderdelen van twee andere aanklachten. Volgens haar informeerde Van Rey burgemeesterskandidaten als senator. Hij belde ook met de mobiele telefoon die hij van de Eerste Kamer had.

De rechtbank besloot uiteindelijk het oordeel over haar eigen bevoegdheid uit te stellen tot het vonnis in de zaak in juni. Dat geeft de gelegenheid om tijdens de zittingsdagen verder helder te krijgen wat Van Rey nu als wethouder en wat hij als Eerste Kamerlid deed.

    • Paul van der Steen
    • Joep Dohmen