Parlementaire commissie buigt zich over maffia-interview

Veel Italianen zijn nog steeds woedend over een tv-interview met de zoon van de beruchte maffiabaas Totò Riina. Morgen spreekt de anti-maffiacommissie erover.

Screenshot Porta a Porta

Als Hitler op een dag terugkomt uit de hel, zou ik hem dan ook niet kunnen interviewen? Bruno Vespa, de presentator van het meest bekeken praatprogramma op de Italiaanse tv, begrijpt de onstane opwinding en verontwaardiging niet over zijn interview met Salvo Riina, een zoon van de beruchte maffialeider Totò Riina.

Al dagen regent het boze commentaren en nu gaat ook de parlementaire antimaffiacommissie de zaak bespreken. De publieke omroep zou een veroordeelde maffioso niet een dergelijk podium moeten bieden, zeggen veel familieleden van slachtoffers van vader Riina. Roberto Saviano, auteur van het boek Gomorrah, over de Napolitaanse georganiseerde misdaad, vindt dat Vespa de gecodeerde boodschappen in het gesprek niet heeft begrepen of heeft willen begrijpen. Riina jr. kreeg de kans te spreken met „de honingzoete en innemende taal van een ware boss’’, schreef hij op het blog Live Sicilia.

Er werd hem weinig in de weg gelegd. Vespa, presentator van het programma Porta a Porta, krijgt ook zo veel belangrijke gasten omdat hij hen vrijwel nooit het vuur aan de schenen legt. Hij is er dit keer zelfs mee akkoord gegaan dat Salvo Riina pas het groene licht gaf voor uitzending nádat hij het interview - van een half uur - had teruggezien.

Zelf zag Vespa het interview als een waardevol „portret van binnenuit van een van de belangrijkste maffiafamilies uit de Italiaanse geschiedenis”, zo schreef hij (Italiaans) aan de Corriere della Sera.

De oude en echte maffia

Salvo Riina is 39 jaar. Hij heeft een veroordeling van bijna negen jaar uitgezeten wegens lidmaatschap van de maffia en mag zonder toestemming niet zijn huidige woonplaats in het noorden, Padua, verlaten. Zijn vader Totò, nu 85 jaar, zit een levenslange gevangenisstraf onder verzwaard regime uit na veroordelingen voor tientallen moorden en bomaanslagen, met als geruchtmakendste de bomaanslagen, in mei en juli 1992, op de magistraten Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Ook Salvo’s broer Giovanni heeft levenslang gekregen.

In het interview vertelde Riina jr. - licht jasje, wit overhemd met twee knoopjes open, het dunner wordende haar strak naar achter gekamd - ontspannen over het familieleven met zijn vader, die toen een van de meest gezochte misdadigers van Italië was. Zo keken ze in het voorjaar van 1992, toen de grote maffiamoorden werden voorbereid, samen nachtenlang naar de zeilwedstrijden in de America’s Cup, waaraan toen ook een Italiaans jacht deelnam.

Dit was de oude maffia, de echte, zo vat Saviano de onuitgesproken boodschap van Salvo Riina samen. Voor ons was familie nog het belangrijkste. Wij hadden principes.

„Waarom moet ik zeggen dat mijn vader iets fout heeft gedaan?” antwoordde Riina op een vraag. „Dat is aan de staat, niet aan mij.’’ De maffia? „Dat heb ik me nooit afgevraagd, ik weet niet wat dat is. Tegenwoordig kan de maffia alles en niets zijn.’’ En de spijtoptanten, zo belangrijk in de strijd tegen de maffia? Schandalig dat die nog geen dag de gevangenis in moeten.

„Dat kan alleen in Italië.’’

Falcone en Borsellino

Over de moorden op Falcone en Borsellino wilde hij niets kwijt. Hij ging naar huis toen hij het nieuws hoorde over de bomaanslag op Falcone. Zijn voortvluchtige vader, het brein erachter, zat tv te kijken. Had hij een vermoeden dat zijn vader de opdracht hiervoor had gegeven? „Nee, dat heb ik nooit vermoed.” Waarom hij dan negen jaar later tegen een vriend hierover opschepte, in een afgeluisterd telefoongesprek? Die vraag, net als vele andere, werd niet gesteld door Vespa.

Aanleiding voor het gesprek was de verschijning van het boek Riina Family Life. Daarin beschrijft Salvo Riina het leven met zijn vader, moeder, broer en zus. Hoe zijn vader onder een valse naam leefde en hoe de kinderen thuis onderwijs kregen. Riina tegen Vespa:

„We deelden een geheim dat het gezin bij elkaar hield. Ons leven was volslagen anders dan dat van anderen, maar het was ook erg fijn.’’

Om zijn boek te promoten, heeft Riina ook een Facebookpagina geopend. Daar regent het ‘likes’, steunbetuigingen en complimenten als Bellissimo! of Sei grande! De boos kijkende poppetjes zijn met de hand te tellen. „De maffia heeft het zuiden geholpen waardig te overleven in moeilijke jaren’’, schrijft Franco Fabbri. Voor Carlo Santos zijn „de politici de echte misdadigers’’.

Maar veel boekhandels willen een daad stellen. Nadat een kleine boekhandel in het zuiden ermee was begonnen, hebben overal in het land boekwinkels nu een briefje voor het raam hangen dat het boek van Riina jr. niet te koop is, én niet te bestellen.

Bloed van onschuldigen

Totò Riina werd in januari 1993 gearresteerd. Hij wordt, behalve voor de dood van Falcone en Borsellino, verantwoordelijk gehouden voor de dood van honderden mensen in de bloedige maffiaoorlog van de jaren tachtig, waaruit de Corleonesi van Riina als winnaar kwamen.

Daarom wil Pietro Grasso, nu Senaatsvoorzitter en vroeger een prominente maffiabestrijder, ook niets weten van het leven van de familie Riina:

„Het interesseert me niet dat Riina met zijn handen zijn kinderen heeft geliefkoosd. Aan dezelfde handen kleeft het bloed van onschuldigen.’’