Openbaarheid is geen gunst

nrcvindt

Vrome woorden onlangs in de Tweede Kamer van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA): „Het kabinet vindt openbaarheid van bestuur essentieel voor een democratie. De overheid is er voor de burgers, de overheid is van de burgers en door de verkiezingen is zij ook door de burgers.” En dus concludeerde hij: „Het uitgangspunt moet dan ook zijn dat de informatie die berust bij de overheid in principe openbaar is.”

Zegt de minister uit een kabinet dat nog niet eens bereid is de agenda van de wekelijkse ministerraad openbaar te maken. Zegt de minister uit een kabinet van wie een collega, nadat deze verplicht was enkele e-mails en notities openbaar te maken, het presteerde bijna compleet zwart gelakte afschriften te overhandigen. Zegt de minister van een kabinet dat geen vast beleid heeft voor het openbaar maken van de gesprekken met derden. Zegt de minister van een kabinet dat, zoals altijd, volledig in de beslotenheid van de achterkamer werd samengesteld, en nadien ook slechts beperkt verantwoording aflegde. Etc., etc.

Inderdaad, de praktijk wijkt nog al eens af van de theorie. Maar Plasterk zei dan ook dat informatie in principe openbaar is. Er kunnen volgens hem redenen zijn om anders te handelen. Helaas leert de ervaring in Nederland dat voor bestuurders die redenen om niet toe te geven aan openbaarheid heel vaak aanwezig zijn. Openbaarheid is nog altijd een gunst in plaats van een recht. Dat was de vaststelling in de jaren zeventig van de vorige eeuw en dat is ook nu de vaststelling.

Of er enige kans is op verandering zal woensdag blijken. Dan praat de Tweede Kamer verder over een initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks en D66 dat de overheid en de daaronder vallende organen verplicht tot veel actievere openbaarheid. De eerste aanzet hiertoe gaf het toenmalige Kamerlid Mariko Peters (GroenLinks) reeds in 2012. De trage gang van zaken rond de initiatiefwet tekent het heersende gebrek aan urgentie.

Of er iets overblijft van de oorspronkelijke ideeën in het voorstel van vier jaar geleden valt te betwijfelen. De huiver bij veel andere partijen in de Tweede Kamer is groot. Dat geldt ook voor minister Plasterk, de grote ‘voorvechter’ van openbaarheid Een veel gehoord bezwaar tegen de initiatiefwet is dat de voorgestelde gedetailleerde openbaarbaarmakingsprocedures slechts tot extra bureaucratische rompslomp leiden.

Hiermee geven de critici onbewust de kern van het probleem aan: openheid is blijkbaar een wet, geen mentaliteit. Instincten laten zich niet bij wet veranderen.