‘Nederland is wereldkampioen telefoontappen’

nrc.checkt Dat zei Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) onlangs op Radio 1.

Foto iStock

De aanleiding

Ruim een week na de aanslagen in Brussel zit Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) bij Stand.nl, de talkshow van KRO-NCRV op Radio 1. Hij zegt dat de samenwerking tussen de inlichtingendiensten in Europa slecht is. Zij hebben misschien wel de aanslagplegers laten lopen en minister Van der Steur (Veiligheid & Justitie, VVD) geeft onvoldoende informatie over de gang van zaken.

Een beller zegt dat Nederland meer communicatie moet aftappen, net als de VS. Dat lost niets op, vindt Verhoeven. We tappen al veel af, zegt hij. „Nederland is wereldkampioen telefoontappen. Niet de VS.”

Waar is het op gebaseerd?

Op een rapport uit 2012 van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, zegt Verhoeven. Het WODC is een onderzoeksafdeling van het ministerie van Veiligheid & Justitie. Na jaren van geheimzinnigheid rond de tapstatistieken, meldt het instituut in 2012 hoeveel keer Nederlandse opsporingsdiensten telefoons en internetaansluitingen tappen. De recentste cijfers: in 2014 is voor 25.181 telefoons een bevel tot aftappen afgegeven. Dat is minder dan in 2013 (26.150), maar meer dan in 2012, rond 22.000.

En de VS? Volgens USCourts.gov, website van de Amerikaanse rechtbanken en gerechtshoven, keurden federale en staatsautoriteiten in 2014 3.554 ‘wiretaps’ goed. Dat zou dus neerkomen op 14 procent van het aantal taps in Nederland.

En, klopt het?

De tapstatistieken zijn niet zo helder en eenduidig als ze op het eerste gezicht lijken. Neem het WODC-rapport. De onderzoekers vergelijken Nederlandse statistieken met Duitse, Zweedse en Britse. De VS komen in het onderzoek niet voor. De Nederlandse politie en justitie tappen veel meer dan die in de drie omliggende landen. Maar de onderzoekers van het WODC schrijven ook dat zij het moeilijk vinden de statistieken te vergelijken. Er zijn verschillen tussen de rechtsystemen en registratiemethoden. Zo geeft het VK tapbevelen af op persoon en niet op nummer. Het WODC trekt desondanks een voorzichtige conclusie: het aantal taps in Nederland ligt veel hoger dan in onderzochte omliggende landen.

In 2003 stelt het Duitse Max Planck Instituut voor Internationaal Strafrecht dat Nederland en Italië de „tapkampioenen van de westerse wereld” zijn. Volgens de onderzoekers plaatste Nederland destijds per jaar 62 taps per 100.000 inwoners, Italië 76 en de VS 0,5. Dat komt, zegt de Nijmeegse hoogleraar Bart Jacobs (IT Veiligheid) onder meer omdat de VS liever andere opsporingsmethoden gebruiken, zoals undercoveragenten.

Is Nederland dus kampioen? „We weten niet hoe Nederland het precies doet ten opzichte van andere landen”, zegt Daphne van der Kroft van digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom (BOF). Zij heeft kritiek op de Nederlandse tapcijfers. Het ministerie van Veiligheid & Justitie meldt louter taps door politie en justitie. Sinds enige jaren maakt men ook geen onderscheid meer tussen telefoon- en internettaps. Verhoeven noemde expliciet ‘telefoontappen’.

De cijfers zijn ook niet volledig. Wat ontbreekt zijn de inlichtingendiensten AIVD en MIVD. Daarvan zijn alleen cijfers van 2009 bekend: de AIVD plaatste 1.078 taps, de MIVD 53. BOF kreeg onlangs de aantallen tot en met 2001 boven tafel, maar over andere jaren wil het kabinet niets zeggen. Openbaarmaking zou de staatsveiligheid schaden. De Raad van State is het daar niet mee eens: recent gaf de raad aan dat het kabinet beter moet motiveren waarom die cijfers niet openbaar mogen worden.

Een vergelijking met de VS durft Daphne van der Kroft niet te maken. „We kunnen bijvoorbeeld niets zeggen over de cijfers van de Amerikaanse geheime diensten.” Onduidelijk is of daar – grote – aantallen taps helemaal buiten beeld van de statistieken blijven. Die mogen topgeheim blijven, zegt een speciale wet.

Conclusie

Nederland lijkt sneller dan andere landen telefoon- en internetaansluitingen te tappen. Maar de onduidelijkheid van tapstatistieken zorgt ervoor dat deze bewering niet te checken is.