Missie geslaagd

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De laatste dag van maart om klokke vijf krijgen vrijwel alle laatstejaars scholieren in Amerika de uitslag van de universiteiten waarvoor ze zich hebben aangemeld. De spanning is enorm. De kinderen gaan massaal met hun inlogcodes naar de sites, die onmiddellijk overbelast raken. Weinigen komen terecht op de plek van hun eerste keuze. Enkelen zijn op tien plaatsen welkom. En een aantal, onder wie ook kinderen met topscores, krijgen helemaal niets.

Voor Nederlandse vwo-scholieren, die op enkele uitzonderingen na gewoon kunnen kiezen waar ze wat willen studeren, is het bijna niet voor te stellen waar Amerikaanse kinderen doorheen moeten gaan om een plek aan de universiteit te bemachtigen. Plannen begint al met de geboorte. Zo was mijn buurmeisje Valerie voorbestemd voor Yale. Haar ouders leerden elkaar tijdens hun studie aldaar kennen. Toen Valerie nog melk morste uit haar Yale-tuimelbekertje op haar Yale-rompertje, namen ze haar in hun auto met Yale-nummerplaat mee naar de alumnidagen – om vast te wennen. Op een foto op hun dressoir torst een schattige peuter een veel te zware Yale-vlag.

Natuurlijk moest Valerie alle vereiste A’s halen, een ster zijn op sportgebied, lacrosse in haar geval, en intensief piano en zang studeren. In de weekenden zette ze zich in voor goede doelen. Deze zaken werden niet willekeurig gekozen, nee, dat ging in overleg met een Yale-coach. Op haar privéschool werd door haar ouders strak de vinger aan de pols gehouden, in samenwerking met de schooldecanen, die precies weten hoe ze met dit bijltje moeten hakken. Wanneer een vak wat minder ging, werd er een tutor bijgehaald.

De laatste twee jaar van highschool werkte ze, net als alle Amerikaanse middelbare scholieren, getrouw aan haar toelatingsbrieven. Doorslaggevend is het essay waarin je beschrijft wie je bent, welke levenslessen je geleerd hebt, waar je goed in bent en wat je leerpunten zijn. Nogal wat voor een doorsneepuber. Gelukkig zijn er allerlei bureaus die weten hoe ze precies de goede toon en inhoud moeten treffen. Uiteraard tegen een prijzige vergoeding.

Overdreven? Een plek op een universiteit bemachtigen is lastig. Neem nu Princeton. Dit jaar is maar 6 procent aangenomen van de dertigduizend kinderen die zich hebben aangemeld. Veel plaatsen zijn al vergeven. Zo zijn er de kinderen van superrijke ouders die zich inkopen. Zeg als universiteit maar eens nee als je miljoenen hebt gekregen. Dan zijn er de kinderen van mensen die op de universiteit werken, van Nobelprijswinnaar tot schoonmaker. Er is geen garantie op een plek, maar hun kroost krijgt voorrang. Datzelfde geldt voor kinderen van ouders die hier gestudeerd hebben. Dan moet het orkest gevuld, het koor, alle sportteams, de schaakclub, de redactie van de universiteitskrant, de toneelvereniging en wat al niet meer.

Een ander criterium is de hier zo hoog in het vaandel staande diversiteit. Arm en rijk, zwart en blank, openbare en privéschool, man en vrouw, staat en land — het moet op de universiteit allemaal eerlijk verdeeld worden. Dit jaar zijn er kinderen aangenomen uit 49 Amerikaanse staten en 66 landen. Er zijn evenveel vrouwen als mannen, en iets meer dan 50 procent van de studenten omschrijft zichzelf als gekleurd.

Op 31 maart hoorde Valerie dat het lot haar goed gezind was. Diezelfde middag werd door haar moederde Yale-vlag buiten gehangen. Missie geslaagd. Nu haar broertje nog.