IMF: nationalisme bedreigt de wereldeconomie

Wereldeconomie Een weerzin tegen internationale integratie en oplevend nationalisme bedreigen het herstel van de wereldeconomie, stelt het IMF.

Winkelend publiek in een winkelcentrum in Shinjuku, Tokio. Foto AP / Koji Sasahara

Een steeds luidere afwijzing van economische integratie en een oplevend nationalisme bedreigen het herstel van de wereldeconomie. Dit stelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dinsdag in de halfjaarlijkse voorspellingen voor de economie, de World Economic Outlook.

„In veel landen”, zegt IMF-topeconoom Maurice Obstfeld, „hebben een gebrekkige loonstijging en grotere ongelijkheid gezorgd voor een wijdverbreid geloof dat economische groei de internationale elite en de bezitters van kapitaal bovenmatig heeft bevoordeeld, en te veel anderen heeft achtergelaten.” De lage economische groei sinds de financiële crisis „versterkt de tendens naar een naar binnen gerichte en nationalistische politiek.”

Het is niet gebruikelijk dat het IMF zich zo expliciet uitlaat over politieke en maatschappelijke kwesties. Volgens het fonds groeit de wereldeconomie al ‘te lang, te traag’. Het risico is dat de economie daardoor onder zijn ‘kruissnelheid’ blijft, waardoor de vraag structureel achterblijft en leidt tot een toestand van langdurig lage inflatie en ondermaatse groei.

Politieke consensus verbrokkelt

In Europa zorgen de vluchtelingencrisis en het terrorisme voor twijfels aan de open binnengrenzen van de Europese Unie. Samen met de huidige neerwaartse druk op de economie resulteert dit volgens het IMF in een ‘rijzend tij van naar binnen gericht nationalisme’. Daarvan is het risico op een Britse uittreding uit de EU een van de symptomen. De politieke consensus die lange tijd het Europese project voortstuwde is aan het verbrokkelen, stelt het IMF. „Een weerzin tegen internationale integratie dreigt, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, de naoorlogse trend van open wereldhandel te stoppen of zelfs om te draaien.”

Veel opkomende landen riskeren diepe recessies door interne politieke strijd of geopolitieke druk, stelt het IMF. Specifieke landen noemt de organisatie is dit geval niet, maar Zuid-Afrika en Brazilië maken op dit moment politieke crises door, en de landen rond de Zuid-Chinese Zee zien zich geconfronteerd met de Chinese expansiedrang in de regio.

De kosten van al deze ontwikkelingen voor de wereldeconomie kunnen volgens het IMF uit de hand lopen. Opnieuw schaalde het fonds zijn inschatting van de wereldwijde economische groei terug, tot 3,2 procent. Dat is in historisch perspectief zeer laag.

Weinig ruimte voor fouten

Volgens het IMF moeten leden rekening houden met een scenario waarin alle neerwaartse politieke en economische risico’s bewaarheid worden en het herstel ontspoort. „De ruimte voor fouten is zeer beperkt”, zegt Obstfeld. Dit betekent dat het zeer ruime monetaire beleid van de centrale banken moet doorgaan in de landen waar deflatie en ondermaatse groei dreigen. Maar dit beleid zal moeten worden geflankeerd door hervorming en overheidsinvesteringen in infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling. Belastinghervormingen moeten volgens het IMF zorgen voor meer vraag, een grotere arbeidsparticipatie en meer sociale cohesie.

Het IMF is niet de enige internationale organisatie die bezorgd is over de wereldeconomie. De wereldhandelsorganisatie WTO voorzag zondag dat de wereldhandel in 2016 slechts met 2,8 procent in volume groeit. Dat is minder dan de volumegroei van de wereldeconomie zelf, en impliceert dat de handelsstromen relatief afnemen.