Hij zag een vrouw met een hond en toen werd er geschoten

De Luchtmobiele Brigade oefent in Dordrecht, midden in de stad. Schieten, peddelen, kapotte voertuigen: „Alles wat je op missie ook meemaakt.”

Een schutter op de Stadswerven in Dordrecht: de Luchtmobiele Brigade houdt er deze week een grote oefening. Foto Rien Zilvold

De luitenant had de oudere mevrouw met de Jack Russell nog zo gewaarschuwd: wandel hier liever niet, straks wordt er geschoten. Maar ze ging niet weg. En tja, „zal je altijd zien”, precies op het moment dat het eerste vuurgevecht losbrak, stond zij met de hond midden in de vuurlinie. De vrouw gilde, overal knallen, de Jack Russell nam de benen. Het beest rende zo hard dat hij bijna uit het zicht was verdwenen. In de verte zag de vrouw hoe een omstander op de lijn van de halsband sprong, om de hond tot stiltand te brengen.

Het gebeurde maandag op het braakliggende terrein van de Stadswerven in Dordrecht. Deze week zullen daar 150 militairen van de Luchtmobiele Brigade uit Schaarsbergen verblijven in hun basiskamp voor een grootschalige oefening. Nu staat er nog niets op het terrein langs het water, de Beneden-Merwede, maar daar komt later op de dag verandering in. Het grootste deel van de colonne is nog onderweg.

Vanuit het kamp in Dordrecht zullen de militairen bevoorradingsoperaties uitvoeren. Luitenant Rob Essink legt het even uit. Vergelijk het met de supermarktketen Jumbo, zegt hij. „Die heeft een distributiecentrum, dat is ons basiskamp, en er moeten spullen naar winkels, wij moeten andere eenheden in de omgeving voorzien van voedsel, materieel en brandstof.”

Zo staan er voor de militairen konvooiritten op de planning richting Bergen op Zoom en Goes. Onderweg kunnen de Rode Baretten „acties” verwachten. Een hinderlaag, een demonstratie of kapotte voertuigen, zegt Essink. „Gewoon, dingen die je op missie ook meemaakt.”

Ook moeten de militairen andere eenheden in de Biesbosch van voorraden voorzien. Ze zullen daar in grote rubber boten naartoe varen. „Heel zachtjes peddelend, want de vijand ligt op de loer.” Ook zullen de mannen ladingen klaar maken die onder helikopters gehangen kunnen worden.

Dordrecht moet een plaats voorstellen waar je „vrij normaal kan bewegen” maar waar „opeens een groep te voorschijn kan komen die kwaad wil”, vertelt Essink. „Net zoals dat ging in Irak en Afghanistan.” Daar voerden militairen hun taken uit tussen de gewone bevolking. „Zodoende oefenen we ook in de stad. Het bootst de werkelijkheid het beste na.”

Terug naar het veld, tafereel twee. Het vuurgevecht. Om 12:00 uur zou de oefening van start gaan. Maar er stond een file op de A15 richting Dordrecht dus het eerste deel van de colonne arriveerde pas om 13:30 uur. Het betrof enkel een zogenoemde 4-tonner (vrachtwagen) en drie terreinwagens. Toen de bestuurder van de 4-tonner het terrein op kwam rijden, vond hij het vreemd dat er toeschouwers met camera’s in het gras achter een heuveltje lagen. Hij zag een vrouw met een hond. En daarna werd er geschoten. Zijn collega op het dak achter de mitrailleur opende het vuur. Het apparaat haperde – door de losse flodders. En daarna was er een paar minuten een hoop geknal.

De luitenant concludeerde al gauw dat de twee vijanden achter het grasheuveltje waren gesneuveld. Hoe hij dat wist? De militairen dragen helmen met sensoren. Als ze beschoten worden, registreert de helm dat. Er gaat een pieper af en een stem vertelt je waar je bent geraakt. Je arm geraakt, je been. Of: killed. „Dan kun je uiteraard niets meer doen.”

Een half uur na de beschietingen zitten de militairen even ontspannen in de wagen in de zon. Een van hen opent een blikje tonijn en kruimelt droge crackers in een plastic zak en doet er drie zakjes cup-a-soup bij. Zonder water. „Ja, vreemde combinatie. Maar je moet wat in het veld.”

De man op het dak van de wagen, achter de mitrailleur heeft net met een kameraard gebeld. Waar de colonne blijft. Wat blijkt: er was een groot ongeluk gebeurd op de A15 bij Vuren en de circa 150 militairen hebben gewonden geholpen. De luitenant concludeert: „Het spel heeft plaatsgemaakt voor echte werkelijkheid.”

    • Juliette Vasterman